Vakkennis is niet genoeg om een goede training te geven. De beste inhoudelijke expert kan een groep kwijtraken in twintig minuten, en iemand met minder kennis maar meer gevoel voor een zaal krijgt mensen aan het werk. Hieronder wat een training laat werken: de vijf dingen die het verschil maken, en daarna hoe je er een ontwerpt en wat je doet als het in de zaal niet loopt.

1. Maak de leerdoelen concreet

Zonder leerdoel is een training een verzameling interessante onderwerpen. Begin bij het thema, deel dat op in onderdelen en maak van elk onderdeel iets wat een deelnemer aan het eind kan. Niet "aandacht voor opbouw", maar "je kunt in drie zinnen uitleggen waar je verhaal over gaat". Dan weten deelnemers waarom ze een oefening doen, en dat is precies het verschil tussen meedoen en meewerken.

2. Ontwerp van achter naar voren

Dit is de snelste manier om een module te maken en het bespaart je de halve voorbereidingstijd. Zet een wekker op tien minuten en schrijf alles op wat in de training zou kunnen: modellen, situaties, oefeningen, anekdotes. Bepaal daarna welke situatie deelnemers het moeilijkst vinden en maak daar de eindoefening van. Werk vervolgens terug: welke tussenoefening is nodig om die eindoefening te kunnen doen, en welke start is nodig om aan die tussenoefening te beginnen. De theorie hang je aan de oefeningen, niet omgekeerd.

Wie vooraan begint, bouwt een training die inhoudelijk klopt en waarin de deelnemers pas op het laatste kwartier iets zelf mogen doen.

3. Reken op verschil in niveau, want dat is er altijd

"Niveauverschillen kom je in de praktijk vaak tegen tijdens trainingen", zegt Michaela, die bij ons onder andere Train de trainer en Gesprekstechnieken geeft. In een open inschrijving zit iemand die het vak al tien jaar doet naast iemand die vorige maand is begonnen, en in een incompanygroep zit het verschil vaak in wie het onderwerp al eerder had gehad.

Wat helpt: vraag bij de start wat mensen komen halen en zeg hardop wat je hoort ("we zitten hier met twee groepen, en dat betekent dat..."). Werk met oefeningen die op meer niveaus werken in plaats van met één opdracht voor iedereen. Laat de ervaren deelnemers uitleggen, want dat is voor hen ook leren en het verlicht jou. En durf iets over te slaan; een groep die zich verveelt is erger dan een programma dat niet af is.

4. Sluit aan bij verschillende manieren van leren

De een kan niet stilzitten, de ander heeft denktijd nodig en antwoordt daarom nooit als eerste. Howard Gardner noemde dat meervoudige intelligentie: het idee dat menselijk vermogen verder gaat dan lezen, schrijven en rekenen. Je hoeft daar geen theorie van te maken in de zaal, maar het heeft één praktisch gevolg: wissel af. Uitleg, iets zelf doen, iets bespreken, iets opschrijven, iets in beweging. Elke werkvorm laat andere mensen in de groep meedoen, en na twintig minuten hetzelfde raak je iedereen kwijt.

5. Behandel weerstand als informatie

Een deelnemer die dwarsligt, overkomt iedere trainer, en de eerste reactie is bijna altijd verkeerd: harder duwen, of net doen of je het niet ziet. Weerstand zit onder de oppervlakte en heeft ook een lichamelijke kant, bij de deelnemer en bij jou. Dat is de reden dat je ervan schrikt.

Wat er meestal achter zit: iemand is gestuurd en wilde niet, iemand voelt zich betrapt op iets wat hij niet kan, of het tempo ligt te hoog. Die laatste komt vaker voor dan trainers denken. Veel stof in weinig tijd doorheen jagen is de norm geworden, en dat is begrijpelijk maar niet efficiënt: wat er te snel doorheen ging, blijft niet zitten.

Benoem wat je ziet zonder een oordeel ("ik merk dat dit onderwerp iets losmaakt"), vraag wat er nodig is, en pas je programma aan als het antwoord daar aanleiding voor geeft. Een groep die merkt dat je meebeweegt, geeft je de rest van de dag terug.

Blijf zelf leren, ook als je het al jaren doet

Twee dingen die trainers scherp houden. Zoek collega's op, ook van andere bureaus, en wissel oefeningen en verhalen uit; je haalt in een uur meer op dan uit een boek. En volg zelf af en toe een training. Het commentaar dat wij bij Train de trainer het vaakst horen is niet dat mensen iets nieuws leren, maar dat er iets terugkomt dat was weggezakt.

Wat je daarnaast kunt doen is je eigen materiaal opschonen. Werkvormen slijten, voorbeelden verouderen, en een oefening waar je zelf op bent gaan vertrouwen krijgt na een tijdje iets doods. Vervang er elk jaar een paar.

Het vak zelf leren

In de cursus Train de trainer sta je zelf voor de groep en krijg je terug wat je doet: hoe je uitlegt, hoe je een oefening inleidt en wat er met de zaal gebeurt als het even stil valt. Cursisten gaven de training een 8,7, gemiddeld over 136 beoordelingen.

Geef je vooral IT- of softwaretrainingen, dan is er een variant die daarop is toegesneden: Train de trainer IT.