Wie een willekeurige vacaturesite bezoekt, ziet het meteen: de vraag naar mensen die kunnen programmeren blijft groot. En ook in functies waarin je niet zelf ontwikkelt, is een programmeertaal een nuttige toevoeging: wie een query kan schrijven of een script kan lezen, is minder afhankelijk van anderen. Maar er zijn talloze talen, dus waar begin je? Hieronder de talen die op dit moment het meest gebruikt worden, en waar elk van hen goed in is.

Python

De taal waarmee de meeste mensen nu beginnen, en niet zonder reden: de code is leesbaar en je hebt met weinig regels iets werkends. Python is groot in data-analyse, in automatisering van klusjes die je nu met de hand doet, en in alles wat met machine learning en AI te maken heeft. In de TIOBE-index staat de taal al jaren op de eerste plaats. Bedacht door de Nederlander Guido van Rossum, in 1989 bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica in Amsterdam.

SQL

Geen programmeertaal in de klassieke zin, maar de taal waarmee je gegevens uit een database haalt, en daarmee de nuttigste taal voor mensen die niet in de IT werken. Banken, ziekenhuizen, universiteiten en zo goed als elk bedrijf draaien op relationele databases, en SQL werkt op vrijwel allemaal: SQL Server, Oracle, MySQL, PostgreSQL. Wie SQL kent, kan zijn eigen rapportage maken in plaats van erop te wachten.

JavaScript en TypeScript

JavaScript, niet te verwarren met Java, is de taal van de browser: alles wat op een webpagina beweegt of reageert, loopt erop. Met Node.js draait het ook op de server. TypeScript is JavaScript met typecontrole erbij, en dat is inmiddels de standaard in de meeste grotere projecten, omdat het fouten vindt voordat de code draait.

Java en C#

De twee talen van de grote bedrijfsapplicaties. Java is jarenlang de meest gevraagde taal geweest en zit in enorm veel bestaande systemen, van bankensoftware tot Android. C# is de tegenhanger in de Microsoft-wereld, met .NET, en wordt daarnaast gebruikt voor games via Unity. Wie in een organisatie werkt waar veel eigen software staat, komt er een van de twee tegen.

C en C++

C stamt uit de vroege jaren zeventig en is de basis waarop veel latere talen zijn gebouwd. Het wordt nog gebruikt voor besturingssystemen en voor apparatuur waar het echt om snelheid en geheugen gaat. C++ is de objectgeoriënteerde variant en zit in games, in audio- en videobewerking en in veel grote desktopprogramma's. Niet de makkelijkste taal om mee te beginnen, wel de taal die het meest leert over hoe een computer echt werkt.

Go en Rust

De twee nieuwkomers die inmiddels geen nieuwkomers meer zijn. Go, van Google, wordt veel gebruikt voor servers en voor alles in de cloud: Docker en Kubernetes zijn erin geschreven. Rust is populair waar snelheid nodig is zonder de geheugenfouten van C++, en verschijnt inmiddels zelfs in de Linux-kernel. Voor een eerste taal zijn ze te specialistisch, als tweede taal zijn ze een goede keuze.

PHP

PHP was nooit als programmeertaal bedoeld. De Deens-Canadese programmeur Rasmus Lerdorf schreef het in 1994 als een setje hulpmiddelen voor zijn eigen website, Personal Home Page. Inmiddels staat de afkorting voor Hypertext Preprocessor en draait een groot deel van het web erop, WordPress voorop. Makkelijk te leren en met de laatste versies flink sneller geworden dan zijn reputatie.

HTML en CSS

Strikt genomen geen programmeertalen: HTML zet de structuur van een pagina neer, CSS bepaalt hoe die eruitziet. Voor iedereen die met websites werkt, ook zonder te ontwikkelen, is dit de nuttigste kennis die er is. Een mail-template of een pagina die niet doet wat hij moet doen, is met een beetje HTML en CSS meestal in tien minuten opgelost.

Swift en Kotlin

De talen van de telefoon. Swift is de taal van Apple, sinds 2014 de opvolger van Objective-C, voor iOS en macOS. Kotlin is de standaard voor Android geworden en werkt samen met bestaande Java-code. Bouw je één app voor beide platforms, dan komen daar frameworks als Flutter en React Native bij kijken.

Moet je nog leren programmeren nu AI het kan?

Dat is inmiddels de eerste vraag die mensen stellen, en het antwoord is ja, om een andere reden dan vroeger. AI-hulpjes schrijven code sneller dan je zelf kunt typen, en ze schrijven ook code die er goed uitziet en niet werkt. Wie niet kan lezen wat er staat, kan dat verschil niet zien, en dat is precies waar het duur wordt.

Wat er dus verschuift, is waar de tijd naartoe gaat: minder syntaxis uit je hoofd leren, meer begrijpen wat de code doet, waar hij faalt en hoe je hem test. De basis leren is daardoor sneller gegaan dan ooit, en het loont nog net zo hard.

Waar begin je

Wil je iets automatiseren of met data werken: Python. Wil je rapportages en gegevens uit systemen halen: SQL. Wil je iets bouwen dat mensen in hun browser gebruiken: HTML, CSS en JavaScript. Werk je in een organisatie waar al veel eigen software staat: de taal waarin die software is geschreven.

Bij Learnit kun je in elk van die talen terecht, van de basis tot gevorderd: Python, SQL, JavaScript, HTML en CSS, C#, C en PHP. Cursisten geven onze programmeertrainingen een 8,2, gemiddeld over 10 beoordelingen.