3. De hoofdregel voor diensten

Diensten kennen geen douanepapieren en geen vervoersbewijs. Er rijdt niets, er wordt niets gewogen en er is geen grens die je op een formulier kunt aanwijzen. Bij een dienst draait alles om twee vragen: wie is je afnemer, en waar zit hij? De hoofdregel geeft daarop het antwoord.

Learning objectives

After this chapter:

  • Ken je de hoofdregel voor B2B-diensten en die voor B2C-diensten, en weet je waarin ze van elkaar verschillen.
  • Bepaal je met bewijsstukken of je afnemer als ondernemer optreedt of als particulier.
  • Weet je welke afnemers zonder recht op aftrek toch onder de B2B-hoofdregel vallen.
  • Herken je wanneer de zetel doorslaggevend is en wanneer een vaste inrichting de plaats van dienst bepaalt.
Let op

De hoofdregel geldt alleen zolang er geen bijzondere regel voor die dienstsoort bestaat. Diensten aan onroerende zaken, logistiek, toegang tot evenementen, restaurant en catering en de verhuur van vervoermiddelen volgen een eigen plaatsbepaling; die komen in de volledige training aan bod. Dit hoofdstuk is geen fiscaal advies en de regels verschillen per situatie. Twijfel je over een opdracht, leg hem dan voor aan je fiscaal adviseur of aan de Belastingdienst.

Twee regels die elkaars spiegelbeeld zijn

Schema van de hoofdregel voor de plaats van dienst: bij een zakelijke afnemer heft het land van de afnemer, bij een particuliere afnemer het land van de dienstverlener, met de status van de afnemer als scharnierpunt.
De hoofdregel voor de plaats van dienst. Eén vraag over je afnemer bepaalt welk land mag heffen.

De hoofdregel voor B2B-diensten zegt dat een dienst aan een ondernemer belast is in het land waar die afnemer gevestigd is. Verzorg je vanuit Amsterdam een marktonderzoek voor een klant in Milaan, dan ligt de heffing in Italië. Jij factureert zonder Nederlandse btw en je Italiaanse klant geeft de btw in Italië aan. Zit de afnemer buiten de EU, bijvoorbeeld in Zwitserland, dan is de dienst niet in Nederland belast; wat er in Zwitserland gebeurt, bepaalt de Zwitserse wetgeving.

De hoofdregel voor B2C-diensten wijst de andere kant op. Lever je aan een particulier, dan is de dienst belast in het land waar jij als dienstverlener gevestigd bent. Adviseer je een particulier in Spanje, dan zet je gewoon 21% Nederlandse btw op de factuur en geef je die aan in je Nederlandse aangifte.

Dat verschil maakt de statusbepaling tot het scharnierpunt van elke internationale dienst. Zit je ernaast, dan factureer je btw die niet verschuldigd is, of laat je btw weg die je zelf moet dragen. In het eerste geval heb je een boze klant en een creditnota, in het tweede geval een naheffing.

Wie geldt als ondernemer voor de hoofdregel

Voor de plaats van dienst is de vraag niet of je afnemer btw kan aftrekken, maar of hij als ondernemer optreedt. Dat onderscheid is ruimer dan je op het eerste gezicht zou denken. Drie groepen afnemers vallen onder de B2B-hoofdregel.

Ondernemers met belaste omzet zijn de klassieke situatie: je afnemer verricht btw-belaste prestaties en beschikt over een btw-identificatienummer. Ondernemers die ook of uitsluitend vrijgestelde prestaties verrichten vallen er eveneens onder. Een ziekenhuis, een verzekeraar of een onderwijsinstelling heeft geen of beperkt recht op aftrek, maar geldt voor de plaats van dienst wel volledig als ondernemer. De verlegde btw drukt bij hen als kostenpost. En tot slot niet-belastingplichtige rechtspersonen met een btw-identificatienummer, bijvoorbeeld een gemeente of een holding die alleen voor haar intracommunautaire verwervingen een nummer heeft. Zodra dat nummer er is, behandel je de dienst als B2B.

Een ondernemer die een dienst uitsluitend voor privédoeleinden afneemt, valt buiten deze rij. Boekt een Belgische ondernemer bij jou een cursus fotografie voor zijn eigen hobby, dan is dat een B2C-dienst. Gebruikt hij de dienst deels zakelijk en deels privé, dan geldt hij voor het geheel als ondernemer.

Het bewijs dat je nodig hebt

Bij een afnemer in een andere lidstaat leunt je bewijs op het btw-identificatienummer en de VIES-controle uit hoofdstuk 1. Je vraagt het nummer schriftelijk op bij je afnemer, bij voorkeur voordat de eerste factuur de deur uitgaat. Je controleert het in VIES en vraagt daarbij een consultatienummer op. Je slaat de bevestiging op met datum en tijdstip, of maakt een schermafdruk. Bij vaste klanten herhaal je de controle periodiek, bijvoorbeeld elk kwartaal of bij elke nieuwe opdracht. En je legt de uitkomst vast in je klantdossier, gekoppeld aan de factuurnummers waarop je het nummer hebt toegepast.

Heeft je afnemer nog geen nummer omdat hij het net heeft aangevraagd, dan mag je hem toch als ondernemer behandelen als je met redelijke zorgvuldigheid vaststelt dat hij ondernemer is. Bewijs van de aanvraag, een uittreksel uit het handelsregister en een ondertekend contract vormen samen een aanvaardbare onderbouwing. Blijkt het nummer er nooit te komen, dan corrigeer je de factuur.

Buiten de EU bestaat geen VIES. Daar toon je de ondernemersstatus aan met andere stukken. Een ondernemersverklaring van de belastingdienst in het land van de afnemer is de sterkste, vergelijkbaar met het formulier dat bij btw-teruggaaf wordt gebruikt. Een lokaal btw- of GST-registratienummer in combinatie met een uittreksel uit het handelsregister werkt ook. En bij landen zonder btw-stelsel val je terug op een opdrachtbevestiging, correspondentie op bedrijfsbriefpapier en een zakelijke website die het bestaan van de onderneming ondersteunt.

Example

Ontwerpbureau Sluisweg in Utrecht werkt in hetzelfde kwartaal voor drie afnemers. Voor een Duitse machinebouwer met een geldig btw-identificatienummer ontwerpt het een productcatalogus, € 11.500: B2B, belast in Duitsland, factuur zonder Nederlandse btw. Voor een Nederlandse zorginstelling zonder recht op aftrek maakt het een campagne, € 6.800. Die instelling is ondernemer, dus B2B, maar omdat beide partijen in Nederland zitten geldt gewoon 21% Nederlandse btw. En voor een particulier in Frankrijk ontwerpt het een logo, € 950: B2C, belast in Nederland, dus 21% Nederlandse btw op de factuur. Drie keer dezelfde discipline, drie keer een andere afweging.

Tip

Zet de statuscontrole vast in je facturatieproces, en niet in het hoofd van één medewerker. Een verplicht veld "btw-id gecontroleerd op (datum) / consultatienummer" in je boekhoudpakket voorkomt dat er een factuur zonder btw de deur uitgaat terwijl het bewijs ontbreekt.

Nederlandse btw op een buitenlandse particulier

Bij een afnemer zonder ondernemersstatus draait de hoofdregel om. De B2C-hoofdregel maakt geen onderscheid tussen een particulier in Maastricht en een particulier in Milaan. Beide krijgen een factuur met 21% Nederlandse btw. Je hoeft je niet te registreren in het land van je klant en je vermeldt geen verleggingstekst. In je aangifte komt de omzet gewoon terecht bij de binnenlandse prestaties.

Dat voelt tegenstrijdig met het bestemmingslandbeginsel uit hoofdstuk 1, en dat is het ook. De wetgever heeft hier gekozen voor uitvoerbaarheid: een adviseur die incidenteel een particulier in een andere lidstaat helpt, zou anders in elk land van elke klant btw-plichtig worden. Voor een aantal dienstsoorten is die uitkomst wel losgelaten; die komen in de volledige training aan bod.

Welke vestiging de dienst verricht of afneemt

Zodra jouw organisatie meer dan één vestiging heeft, wordt de vraag welke vestiging de dienst verricht relevant. Bij B2C wijst de hoofdregel naar het land van de zetel van bedrijfsuitoefening: de plaats waar de leiding zit, waar de bestuursbesluiten vallen en waar de centrale administratie wordt gevoerd.

Verricht een vaste inrichting de dienst, dan verschuift de heffing naar het land van die inrichting. Een vaste inrichting is een vestiging die genoeg duurzaamheid heeft en die qua personeel en technische middelen zo is ingericht dat zij zelfstandig diensten kan verrichten of afnemen. Een postbus is dat niet en een opslagruimte zonder personeel evenmin. Een kantoor in Antwerpen met twee vaste adviseurs, een eigen telefoonlijn en eigen dossiers is dat wel.

Doet dat Antwerpse kantoor het werk voor een Belgische particulier, dan is de dienst in België belast en factureer je met Belgische btw vanuit die inrichting. Doet het hoofdkantoor in Utrecht het werk, dan blijft het Nederlandse btw. De feitelijke uitvoering is doorslaggevend, niet het briefpapier waarop de factuur staat.

Aan de andere kant van de tafel speelt dezelfde vraag. Bij een internationale klant is de zetel het uitgangspunt, maar neemt een vaste inrichting in een ander land de dienst af, dan is het land van die inrichting heffingsbevoegd. Vier aanwijzingen leg je dan in je dossier: de landcode van het btw-identificatienummer waaronder de klant de dienst afneemt, het contract en de opdrachtbevestiging met de entiteit die tekent, het factuuradres en de betaler, en het gebruik van het advies. Een rapport over een Duitse dochter wijst richting de Duitse vestiging, ook als het hoofdkantoor in Zweden zit.

Advies, consultancy en interim

Advies, consultancy, juridische bijstand, accountantswerk en interim-opdrachten vallen onder de hoofdregel. Er is geen bijzondere plaatsbepaling voor. Juist daarom rust de hele beoordeling op de statusbepaling en de vestigingsvraag. Zo werk je zo'n opdracht af.

  • Je stelt de status van de afnemer vast en controleert het btw-nummer in VIES, inclusief het consultatienummer.
  • Je bepaalt welke vestiging van de klant de dienst afneemt en legt de onderbouwing bij de opdracht.
  • Je bepaalt het land van heffing volgens de hoofdregel die bij die status hoort.
  • Je maakt de factuur op: bij B2B zonder btw en met het btw-nummer van de afnemer, bij B2C met Nederlandse btw.
  • Je verwerkt de B2B-omzet in de opgaaf intracommunautaire prestaties over het juiste tijdvak.
Example

Advieskantoor Hofmans begeleidt een overname voor een Deense groep, honorarium € 46.000. De opdrachtbevestiging is getekend door het hoofdkantoor in Kopenhagen, maar het werk betreft een Belgische dochter en alle contactpersonen zitten in Gent. Die Belgische vestiging heeft een eigen btw-nummer, eigen personeel en betaalt de facturen zelf. Hofmans factureert daarom aan de Belgische vestiging, zonder btw, met vermelding van het Belgische btw-nummer, en neemt het bedrag op in de opgaaf ICP. Het briefpapier van Kopenhagen was niet doorslaggevend; de feiten waren dat wel.

Tip

Leg bij een organisatie met meerdere vestigingen per opdracht vast wie de uren heeft gemaakt en welk kantoor het contract heeft gesloten. Dat kost bij aanvang vijf minuten en scheelt bij een controle een reconstructie achteraf.

Exercise

Bepaal voor elke situatie of de B2B- of de B2C-hoofdregel geldt, welk land mag heffen en welk bewijsstuk je in het dossier legt.

  • Situatie A: je adviseert een Poolse gemeente die alleen een btw-identificatienummer heeft voor haar verwervingen.
  • Situatie B: een Spaanse ondernemer laat een tuinontwerp maken voor zijn vakantiewoning, privé.
  • Situatie C: een Canadees softwarebedrijf neemt jouw consultancy af en heeft geen btw-nummer.
  • Situatie D: een Ierse start-up heeft het btw-nummer aangevraagd maar nog niet ontvangen.

Pak daarna drie recente opdrachten met een buitenlandse klant uit je eigen dossier. Beoordeel per opdracht of je met de zetel of met een vaste inrichting te maken had en waaruit dat blijkt, welk land volgens de hoofdregel mag heffen, wat er feitelijk op de factuur stond en of dat klopt. Noteer welk bewijsstuk in deze drie dossiers het vaakst ontbrak.

Summary

  • De hoofdregel kent twee varianten: bij een zakelijke afnemer heft het land van de afnemer, bij een particuliere afnemer het land van de dienstverlener.
  • De statusbepaling is het scharnierpunt. Niet het recht op aftrek telt, maar de vraag of je afnemer als ondernemer optreedt.
  • Onder B2B vallen ook ondernemers met vrijgestelde prestaties, zoals een ziekenhuis of een onderwijsinstelling, en niet-belastingplichtige rechtspersonen met een btw-identificatienummer.
  • Een ondernemer die een dienst puur privé afneemt, is voor die dienst een particulier. Deels zakelijk gebruik telt voor het geheel als zakelijk.
  • Binnen de EU onderbouw je de status met een VIES-controle, daarbuiten met een ondernemersverklaring, een lokaal registratienummer of correspondentie en contracten.
  • Een particulier in een andere lidstaat krijgt gewoon 21% Nederlandse btw, zonder registratie in zijn land en zonder verleggingstekst.
  • Een vaste inrichting vraagt duurzaamheid, personeel en technische middelen. Zij verlegt de heffing naar haar eigen land; een postbus of een leeg magazijn doet dat niet.
  • Bij adviesdiensten bestaat geen bijzondere plaatsbepaling, dus rust alles op de status van de afnemer en de vestigingsvraag.
Knowledge check

Een Nederlands bureau adviseert een particulier die in Spanje woont. Wat zegt de hoofdregel?

Je levert een dienst aan een ziekenhuis in een andere lidstaat dat geen recht op aftrek heeft. Welke hoofdregel geldt?

Wanneer bepaalt een vaste inrichting de plaats van dienst en niet de zetel?

Ready for the next step?

Je hebt de gratis starter van BTW over de grens afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is Intracommunautaire verwervingen: De inkoopkant: je krijgt een factuur zonder btw en geeft die btw zelf aan, met de vangnetbepaling en de bijzondere afnemers.

Take the 2-day course →

Vanaf €1250,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij

Share this chapter: