4. Luisteren, samenvatten en doorvragen

LSD staat voor luisteren, samenvatten en doorvragen. Die drie bewegingen volgen elkaar in een gesprek steeds opnieuw op, en samen doen ze het meeste werk. Het GROW-model uit hoofdstuk 3 vertelt je waar het gesprek heen gaat. LSD is wat je onderweg doet.

Learning objectives

After this chapter:

  • Weet je waarom de volgorde luisteren, samenvatten, doorvragen geen toeval is.
  • Luister je bewust op drie lagen: inhoud, gevoel en signaal.
  • Vat je samen in je eigen woorden, met een check erachter.
  • Herken je het verschil tussen een open, een gesloten en een suggestieve vraag.
  • Vermijd je de vier valkuilen bij het stellen van vragen.

De cyclus

Je luistert eerst, je vat samen wat je hoorde, en pas daarna vraag je door op wat opvalt. Daarna begin je opnieuw, een laag dieper. Die volgorde is geen toeval. Sla je het luisteren over, dan vat je je eigen interpretatie samen. Sla je het samenvatten over, dan stel je vragen die naast het verhaal landen.

De cyclus luisteren, samenvatten en doorvragen als drie stappen die elkaar opvolgen, met daaronder de drie vraagsoorten open, gesloten en suggestief en wat ze opleveren.
De LSD-cyclus, en de drie vraagsoorten waarmee je doorvraagt.

Blijft een gesprek vlak, dan sla je vrijwel altijd de middelste stap over: je stelt keurige open vragen op een rij, zonder ooit iets terug te geven. De ander levert antwoorden aan, jij vult je lijstje af, en aan het eind weet niemand iets nieuws.

Active listening

Actief luisteren betekent dat je met volledige aandacht volgt wat de ander zegt, en dat je die aandacht ook zichtbaar maakt. Het verschil met gewoon horen zit in twee dingen: je onderbreekt je eigen denkproces, en je laat merken dat je meegaat. Zit je in gedachten je volgende vraag te formuleren, dan luister je niet meer, hoe stil je ook bent.

Dat kost energie. Je stelt je oordeel uit, je houdt je eigen ervaring buiten het gesprek en je verdraagt de stilte die valt nadat iemand is uitgesproken. Vijf dingen in je houding bepalen of hij verder durft te praten:

  1. Oogcontact. Je zoekt contact zonder te staren. Kijk je weg zodra het onderwerp gevoelig wordt, dan leest hij dat als ongemak bij jou, en hij helpt je eruit door van onderwerp te wisselen.
  2. Open houding. Gekruiste armen en een weggedraaide romp sluiten af, ook als je het zo niet bedoelt.
  3. Lichte voorwaartse kanteling. Iets naar voren zitten leest als betrokkenheid, achteroverleunen als beoordelen.
  4. Kleine bevestigingen. Een knik, een "hm-hm", een korte herhaling van één woord. Genoeg om te laten merken dat je volgt, kort genoeg om het verhaal niet over te nemen.
  5. Rust in je tempo. Geen blik op de klok, geen pen die tikt, geen versnelling in je stem. Wie haast uitstraalt, krijgt korte antwoorden.
Tip

Je telefoon gaat niet op stil, maar helemaal weg. Je notitieblok leg je schuin, zodat je er overheen kunt kijken. Aantekeningen maken mag, zolang de ander je ogen vaker ziet dan je kruin.

Drie luisterlagen

Terwijl iemand praat, verzamel je op drie lagen tegelijk informatie. Die drie lagen leveren het materiaal voor je samenvatting en je doorvragen.

De inhoudslaag gaat over de feiten: wat er gebeurde, wanneer, wie erbij waren, wat hij zelf deed. Dit is de laag die het makkelijkst binnenkomt, en waar de meeste mensen te lang blijven hangen.

De gevoelslaag zit eronder: irritatie, opluchting, schaamte, gelatenheid. Je merkt die op aan de klank en het tempo waarmee iemand vertelt, en aan de plek waar hij ineens sneller gaat praten of juist stokt.

De signaallaag gaat over het verschil tussen wat iemand zegt en hoe hij erbij zit. Zo'n mismatch is geen bewijs, maar wel een aanwijzing dat er meer speelt. Ook wat niet genoemd wordt is informatie: de collega die in geen enkel voorbeeld voorkomt, of het gesprek dat steeds wordt overgeslagen.

Samenvatten in eigen woorden

Samenvatten is het kort teruggeven van wat je hebt gehoord, in jouw eigen formulering, zodat de ander kan bevestigen of corrigeren. Je doet er drie dingen tegelijk mee: je controleert of je het goed begrepen hebt, je laat merken dat je geluisterd hebt, en je geeft hem zijn eigen verhaal in geordende vorm terug. Dat laatste levert vaak het meeste op. Wie zijn eigen chaos ineens in vier zinnen hoort, ziet zelf waar de knoop zit.

Een samenvatting bestaat uit drie delen. De feitelijke kern: wat er gebeurde, wie erbij waren, wat hij zelf deed. De onderstroom: de stemming die je eronder hoorde, voorzichtig geformuleerd, met "ik hoor er ook irritatie in klinken". En de check: "Klopt dat?" of "Wat mis ik nog?" Zonder die check is het geen samenvatting maar een conclusie.

Gebruik daarbij je eigen woorden, niet die van hem. Letterlijk herhalen klinkt als een echo en levert automatisch "ja" op. Kies je andere woorden, dan moet hij even nadenken of het klopt, en juist in dat nadenken ontstaat scherpte.

Example

Coachee: "Ik heb het aangekaart in het teamoverleg, maar er gebeurde niks. En vorige week weer niet. Ik weet ook niet of ik het duidelijk genoeg breng, want daarna hoor ik er nooit meer iets over."

Coach: "Je hebt het twee keer ingebracht, er kwam geen reactie, en je begint te twijfelen of het aan je manier van brengen ligt. Klopt dat?"

Coachee: "Ja... nou, eigenlijk twijfel ik meer of ze het belangrijk vinden."

De correctie op de samenvatting levert hier het echte onderwerp op. Was de samenvatting overgeslagen, dan had het gesprek de rest van het uur over presentatietechniek gegaan.

Tip

Vat kort samen en vaak. Drie zinnen halverwege het verhaal werken beter dan een monoloog van twee minuten aan het eind. Een samenvatting die langer duurt dan het antwoord erop, is te lang.

Open, gesloten, suggestief

De vorm van je vraag bepaalt de lengte van het antwoord. Met een handvol woorden verschil open je een verhaal of sluit je het af, vaak zonder dat je het merkt.

A open vraag is niet met ja of nee te beantwoorden. De ander moet er woorden bij zoeken, en juist in dat zoeken zit het denkwerk. Open vragen beginnen met wat, hoe, wie, waar, wanneer of welke. "Hoe ging dat overleg?" levert een verhaal op. "Ging dat overleg goed?" levert een woord op. De nieuwsgierigheid is dezelfde, het gesprek is compleet anders.

A gesloten vraag laat maar een paar antwoorden toe: ja, nee, een getal of een keuze uit twee. Hij begint met een werkwoord. Gesloten vragen hebben een slechte naam in coachopleidingen en dat is onterecht: ze zijn ongeschikt om een verhaal op te halen en uitstekend om iets vast te leggen. Bij de check na een samenvatting ("Klopt dat zo?"), bij het scherp krijgen van een afspraak ("Doe je dat voor vrijdag?") en bij het afbakenen van een uitweidend verhaal ("Gaat het je vooral om die ene collega?") doen ze precies het goede.

A suggestieve vraag heeft het gewenste antwoord er al in verpakt. Je vraagt niet wat de ander denkt, je biedt hem aan wat hij zou moeten denken en hoopt op instemming. Je herkent ze aan vier bouwstenen: de ingebouwde aanname ("Waarom stel je dat gesprek steeds uit?"), het aangeplakte staartje ("Dat is toch eigenlijk niet handig, hè?"), de verklede suggestie ("Heb je al overwogen om het gewoon met haar te bespreken?") en het geladen woord ("Hoe ga je om met die lastige collega?").

Example

Mark is teamleider en heeft een gesprek met Ilse over de samenwerking met de afdeling inkoop. Hij ziet de oplossing meteen en verpakt hem: "Zou het niet handig zijn om gewoon even met Bas om de tafel te gaan?" Ilse zegt ja. Ze noteren het als afspraak, voor vrijdag.

Drie weken later is het gesprek met Bas er nog steeds niet geweest, en Mark vraagt zich af waarom Ilse zich niet aan afspraken houdt. In het volgende gesprek stelt hij het anders: "Wat heb je tot nu toe geprobeerd?" Het blijkt dat Ilse Bas twee keer heeft gemaild en geen antwoord kreeg, en dat ze het idee heeft dat hij haar bewust negeert. Een gesprek om de tafel was nooit haar probleem. Dat was de afspraak van Mark, en daarom gebeurde hij niet.

Het probleem met een suggestieve vraag zit niet in de beleefdheid ervan, maar in het resultaat. Je krijgt een antwoord dat past bij jouw beeld, niet bij dat van hem. Hij gaat mee omdat instemmen makkelijker is dan corrigeren, zeker als je zijn leidinggevende bent. Twee weken later blijkt de afspraak niet uitgevoerd, en dat is logisch: het was jouw idee.

Waarom-vragen apart houden

"Waarom" is grammaticaal een open vraag, maar hij gedraagt zich anders. "Waarom heb je dat niet gezegd?" vraagt om een verdediging, niet om een verkenning. Mensen gaan zich verantwoorden en verzinnen achteraf een reden die netjes klinkt. Je haalt dezelfde informatie op zonder die druk: in plaats van "Waarom deed je dat?" vraag je "Wat maakte dat je hiervoor koos?", en in plaats van "Waarom werkt dat niet?" vraag je "Wat zit er in de weg?"

Tip

Krijg je steeds korte antwoorden? Luister dan naar je eigen laatste drie vragen. De kans is groot dat ze allemaal met een werkwoord begonnen. Een vraag die start met "Kun je", "Heb je" of "Denk je" is een gesloten vraag in vermomming.

Doorvragen: blijven staan waar het interessant wordt

Doorvragen is het verder onderzoeken van iets wat net gezegd is, in plaats van doorschakelen naar een nieuw onderwerp. Mensen persen hun ervaring samen in woorden, en daarbij verdwijnt informatie: wie iets deed, hoe vaak, volgens wie. Die weggelaten informatie is vaak het interessantste deel van het verhaal.

"Ze luisteren nooit naar me" is zo'n samenpersing: nooit is zelden nooit, en ze is zelden iedereen. "Wie deed dat precies, en wanneer was de laatste keer?" haalt het terug naar iets wat bestaat. "Dat gaat gewoon niet" is er ook een: "Wat zou er gebeuren als je het toch deed?" brengt de rem in beeld. En bij "het is onprofessioneel" vraag je "Waar merk je dat aan?", want dat woord betekent voor iedereen iets anders.

Doorvragen betekent niet dat je gaat verhoren. Twee of drie doorvragen op één punt zijn genoeg. Daarna vat je samen en geef je het gesprek terug.

Vier valkuilen

  • De meervoudige vraag. Je stelt er drie tegelijk en de ander beantwoordt de laatste of de makkelijkste. Eén vraag per keer, en daarna wachten.
  • De waarom-vraag. Wie zich moet verantwoorden, gaat verdedigen in plaats van onderzoeken.
  • De vraag die eigenlijk een advies is. Die dringt zich vooral op als je haast hebt of denkt dat je het antwoord al weet. Merk je halverwege je zin dat je een oplossing aan het inpakken bent? Maak de zin dan af als uitspraak en zet er een open vraag achter: "Ik denk zelf aan een gesprek met haar. Wat vind jij daarvan?" Zo is duidelijk wat van jou is en wat van hem.
  • Het verhoortempo. Keurige open vragen, maar zonder samenvatting ertussen. Na twee of drie vragen geef je terug wat je hoorde en check je of het klopt.
Exercise

Voer een gesprek van tien minuten met een collega over iets waar hij op dit moment tegenaan loopt. Je stelt maximaal drie vragen, verder luister je alleen. Noteer direct na afloop:

  • Contents: drie feiten die hij noemde.
  • Gevoel: welke stemming je onder het verhaal hoorde, en waaraan je dat merkte.
  • Signaal: één moment waarop woorden en houding niet op elkaar aansloten.
  • Jezelf: hoe vaak je merkte dat je in gedachten al een reactie klaar had.

Vraag hem daarna of hij zich gehoord voelde, en waaraan hij dat merkte. Turf in een volgend gesprek per vraag die je stelt of hij open, gesloten of suggestief was, hoeveel vragen je achter elkaar stelde zonder samen te vatten, en hoeveel waarom-vragen erin zaten. Herschrijf elke suggestieve en elke waarom-vraag naar een open variant.

Summary

  • Luisteren, samenvatten, doorvragen: die volgorde herhaal je steeds, elke ronde een laag dieper.
  • Actief luisteren is zichtbaar luisteren: oogcontact, open houding, iets naar voren, kleine bevestigingen en rust in je tempo.
  • Je luistert op drie lagen: de inhoud, het gevoel eronder, en het signaal tussen woorden en houding.
  • Een samenvatting bevat de feitelijke kern, de onderstroom en een check. Zonder check is het een conclusie.
  • Vat samen in je eigen woorden. Letterlijk herhalen levert automatisch "ja" op.
  • Open vragen halen een verhaal op, gesloten vragen leggen iets vast, suggestieve vragen leveren jouw antwoord op in zijn woorden.
  • Vervang "waarom" door "wat maakte dat" of "wat zit er in de weg".
  • Vier valkuilen: de meervoudige vraag, de waarom-vraag, het verkapte advies en het verhoortempo.
Knowledge check

Waarom vat je samen in je eigen woorden in plaats van letterlijk te herhalen wat iemand zei?

"Heb je al overwogen om het gewoon even met haar te bespreken?" Wat voor vraag is dit?

Je stelt keurige open vragen, maar het gesprek blijft aan de oppervlakte. Welke stap sla je volgens dit hoofdstuk waarschijnlijk over?

Ready for the next step?

Je hebt de gratis starter van Coachingsvaardigheden afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is Het communicatiemodel en de communicatiewetten: Hoe een boodschap onderweg vervormt, waar ruis vandaan komt en waarom twee mensen hetzelfde gesprek verschillend onthouden.

Take the 2-day course →

Vanaf €1250,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij

Share this chapter: