Introduction

Je schrijft een voorstel, en de reactie blijft uit. Je stuurt een mail van tien regels, en je krijgt drie vragen terug die er alle drie in stonden. Dat ligt zelden aan je onderwerp. Meestal begon je te typen voordat duidelijk was voor wie je schreef en wat je wilde bereiken.

Schema van de opbouw van de training Heldere teksten schrijven met de vier fasen verkennen, ordenen, schrijven en schaven, en een balk met achttien hoofdstukken waarvan de eerste vier gratis online staan.
De vier fasen van het schrijfproces. Elk van de vier gratis hoofdstukken hoort bij één fase.

Deze gratis cursus bevat vier hoofdstukken: het oranje deel van de balk hierboven. Onderaan hoofdstuk 4 vind je de volledige training.

What you will learn

Een tekst schrijven is werk in vier fasen: verkennen, ordenen, schrijven en schaven. Deze cursus loopt ze alle vier langs, in die volgorde, met per fase één hoofdstuk.

In hoofdstuk 1 verken je: je brengt je lezer in kaart met vijf vragen en je vat je boodschap samen in één zin van hooguit 25 woorden. In hoofdstuk 2 orden je: je zet de kern bovenaan volgens de piramide en kiest een structuur die bij je doel past. In hoofdstuk 3 schrijf je: concrete woorden, werkwoorden in plaats van naamwoorden, en zinnen van gemiddeld vijftien tot twintig woorden. In hoofdstuk 4 schaaf je: je haalt dubbelingen, vage aanduidingen en onnodige lijdende vormen eruit, in drie gerichte leesrondes.

De rode draad: een heldere tekst maak je niet bij het typen, maar bij het kiezen. Wie je lezer is, wat hij moet doen, en wat er dus niet in hoeft.

Hoe de cursus is opgebouwd

Elk hoofdstuk begint met leerdoelen en eindigt met een samenvatting en een kennischeck. Daartussen staan de theorie, een schema, uitgewerkte voorbeelden van teksten die de meeste mensen herkennen, en een oefening op je eigen werk. De voorbeelden komen uit adviesnota's, mails, offertes en voortgangsrapportages: het schrijfwerk waar je op kantoor het meeste tijd aan kwijt bent.

Practical tips for use

  • Kies voordat je begint één tekst die je binnenkort echt moet schrijven. Alle oefeningen passen op die ene tekst.
  • Houd daarnaast een tekst bij de hand die je vorige maand hebt verstuurd. Daar oefen je het schrappen op.
  • Lees niet alles in één ruk uit. Een hoofdstuk per week, met tijd om het uit te proberen, levert meer op.
  • Vul de oefeningen op papier of in een leeg document in. In je hoofd invullen voelt goed en verandert niets.
  • Laat een collega meelezen. In je eigen tekst zie je je eigen gewoontes het slechtst.
How this course works

Each chapter ends with a short knowledge check of three questions: answer them correctly to mark the chapter as completed. Your progress is saved automatically in your browser.

Veel leesplezier. En schrijfplezier, want dat komt terug zodra je weet voor wie je het doet.

Share this chapter: