4. Actief luisteren

Luisteren is werk dat de ander moet kunnen merken. Zolang een klant niets hoort of ziet, bestaat jouw aandacht voor hem niet. Dat is geen kwestie van meer moeite doen, maar van je aandacht verschuiven van je eigen antwoord naar het verhaal van de ander, en dat laten blijken.

Learning objectives

After this chapter:

  • Benoem je het verschil tussen passief en actief luisteren en herken je het in je eigen gesprekken.
  • Zet je minimale beloningen in om een klant aan het praten te houden.
  • Weet je wanneer stilte je werk doet en wanneer ze je informatie kost.
  • Onderscheid je wat een klant zegt van wat hij bedoelt, en check je dat zonder in te vullen.
  • Gebruik je de tien geboden als checklist na een gesprek.

Passief en actief luisteren

Passief luisteren is luisteren zonder dat je het laat zien. Je hoort het verhaal, je onderbreekt niet en je wacht tot de klant klaar is. Voor de klant is dat lastig te lezen: aan de telefoon hoort hij niets, aan de balie ziet hij iemand die naar een scherm kijkt. Aan de telefoon valt het het hardst op, want daar heeft hij alleen je stem om op te varen.

Actief luisteren is luisteren dat de ander kan merken. Je geeft korte signalen dat het verhaal binnenkomt, je vraagt door op wat je hoort, en je laat de klant sturen waar het gesprek heen gaat. Het kost geen extra tijd. Het levert meestal tijd op, want je hoort in één keer het hele verhaal in plaats van de helft.

Schema met links passief luisteren en rechts actief luisteren met het verschil in resultaat, en daaronder de vier minimale beloningen: hummen, een sleutelwoord herhalen, knikken en een stilte laten vallen.
Passief tegenover actief luisteren, en de vier minimale beloningen waarmee je het laat merken.

Toch is passief luisteren niet hetzelfde als slecht luisteren. Je kunt in je hoofd uitstekend meedenken zonder iets te laten merken, en er zijn momenten waarop dat precies goed is. Een klant die zijn verhaal aan het opbouwen is, heeft ruimte nodig; onderbreek je hem met een vraag, dan ben je de kern kwijt die er net achteraan kwam. Ook bij iemand die zich zit op te winden werkt stilte: hij loopt leeg en jij houdt je hoofd koel.

Passief luisteren wordt pas een probleem zodra het je standaardstand wordt. De klant vult jouw zwijgen namelijk zelf in, en meestal negatief. Hij denkt dat je niet meedenkt, dat je het niet interessant vindt of dat je allang een antwoord klaar hebt. Dan kort hij zijn verhaal in en houdt hij precies de informatie achter die je nodig had.

Tip

Twijfel je of stilte hier past? De klant geeft zelf het antwoord. Blijft hij vertellen, dan laat je hem gaan. Stopt hij en wacht hij af, dan is dat een verzoek om een teken van leven.

Minimale beloningen

Minimale beloningen zijn de kleine signalen waarmee je laat weten: ga door, ik volg je. Ze bestaan uit één of twee woorden, een geluid of een beweging, en ze zeggen niets over de inhoud. Juist daarom werken ze: je neemt het gesprek niet over en houdt de klant aan het woord. Er zijn er vier.

Hummen en korte klanken. Je zegt "hm-hm", "ja" of "oké". Aan de telefoon is dit je belangrijkste gereedschap, want de klant kan je niet zien. Een sleutelwoord herhalen. De klant zegt "sinds de verhuizing loopt het mis" en jij zegt "sinds de verhuizing". Hij vult zelf aan, en meestal met precies het stuk dat je nodig had. Knikken en oogcontact. Aan de balie doet één knik meer dan drie bevestigende zinnen. Een stilte laten vallen. Twee seconden niets zeggen levert vaak de informatie op waar je met een vraag niet bij kwam.

Example

Een klant belt over een levering die niet klopt. Twee versies van hetzelfde moment. Passief: de klant vertelt twee minuten, Nienke zegt niets en sluit af met "ik zoek het op". De klant vraagt: "Bent u er nog?" Actief: na de eerste zin hoort hij "hm-hm", halverwege "die tweede doos, ja", en aan het eind "u zat dus zonder de onderdelen die u nodig had". Daarop vertelt hij iets wat Nienke nog niet wist: hij heeft het vorige week ook al gemeld. Dat ene zinnetje verandert de zaak van een losse fout in een patroon, en dus ook de oplossing.

Wat de klant zegt en wat hij bedoelt

Een klant zegt zelden meteen waar het hem om gaat. Hij stelt een vraag over een levertijd, terwijl zijn eigen klant hem in de nek zit. Wie alleen de letterlijke vraag beantwoordt, lost het halve probleem op. Onder de vraag zit vaak een belang, een zorg of een aanname. Dat is geen verborgen agenda, maar de gewoonste zaak van de wereld: de klant vertelt wat hij denkt dat relevant is.

Er zijn een paar signalen die je vrij betrouwbaar oppikt zodra je erop let. De klant noemt iets twee keer, ook al ging het gesprek allang verder. Zijn stem verandert bij één specifiek woord. Hij begint een zin en maakt hem niet af. Of zijn vraag is zo precies dat er een concrete situatie achter moet zitten.

Heb je een vermoeden, leg dat dan voorzichtig terug in plaats van erop te varen. Dat doe je in drie stappen. Benoem eerst wat je hoorde, in de woorden van de klant: "u zei dat het vorige week ook al misging". Voeg dan je vermoeden toe als vraag en niet als conclusie: "zit u ermee dat het nu een derde keer gebeurt?" En wacht daarna het antwoord af, zodat je je beeld kunt aanpassen als hij iets anders bedoelde.

Example

Klant: "Kan die reparatie ook op vrijdag?" Het letterlijke antwoord is "vrijdag zit vol, dinsdag kan wel". Het doorvragende antwoord is: "Vrijdag zit vol. Zit u vast aan die dag?" Dan blijkt dat hij maandag verhuist. Dinsdag is dus geen alternatief maar een probleem, en met die informatie kun je iets anders bedenken: een tijdelijk vervangend apparaat, of een monteur die er vrijdag aan het eind van de dag tussendoor gaat. Zonder die ene vraag had je een correct antwoord gegeven en een ontevreden klant gehad.

De tien geboden voor goed luisteren

Goed luisteren is grotendeels een kwestie van dingen niet doen. Deze tien punten zijn een checklist waarmee je na een gesprek nagaat waar je bent afgehaakt.

  1. Laat de klant uitspreken. Ook als je na tien seconden denkt te weten waar het over gaat, wacht je de laatste zin af. Daar zit vaak het echte punt.
  2. Bereid je antwoord niet voor tijdens het luisteren. Zodra je je reactie zit te formuleren, hoor je de rest niet meer. Denken doe je als de klant klaar is.
  3. Scheid inhoud en persoon. Een klant met een onhandige toon kan een terecht probleem hebben. Je reageert op het probleem, niet op de vorm.
  4. Laat horen dat je er bent. Een korte bevestiging kost niets en houdt het verhaal in beweging.
  5. Let op wat er niet gezegd wordt. Aarzelingen, halve zinnen en een verandering in stemtoon wijzen vaak op de vraag die de klant nog niet durft te stellen.
  6. Vraag door bij onduidelijkheid. Een aanname die je niet checkt, wordt later jouw fout.
  7. Verdraag stiltes. Drie seconden voelt lang voor jou en kort voor de klant. Wie de stilte volhoudt, krijgt de aanvulling.
  8. Deel je eigen ervaring niet ongevraagd. Met "dat had ik ook" haal je het gesprek naar jezelf toe.
  9. Schrijf feiten op, geen hele zinnen. Nummers, datums en namen leg je vast; je aandacht houd je bij de klant.
  10. Controleer je beeld voordat je oplost. Leg kort terug wat je hebt begrepen, en laat de klant corrigeren.
Exercise

Kies drie vragen die klanten je regelmatig stellen en die je normaal in één zin afhandelt.

  • Noteer per vraag de letterlijke formulering zoals de klant hem stelt.
  • Noteer twee belangen of zorgen die eronder kunnen zitten.
  • Formuleer de checkvraag waarmee je dat boven water haalt, in de drie stappen uit dit hoofdstuk.

Loop daarna na je eerstvolgende drie klantgesprekken de tien geboden langs en scoor jezelf per punt van 1 tot 5. Noteer twee geboden waarop je hoog scoort en waaraan je dat in het gesprek merkt, het gebod met je laagste score en in welke situatie het daar misgaat, en één verandering die je morgen in je eerste gesprek uitprobeert.

Summary

  • Actief luisteren laat je horen en zien, passief luisteren houd je binnen. Wat de klant niet merkt, bestaat voor hem niet.
  • Stilte is bruikbaar zolang de klant blijft vertellen of zich zit op te winden, maar als standaardstand kost ze je informatie.
  • De vier minimale beloningen zijn hummen, een sleutelwoord herhalen, knikken en een stilte laten vallen. Ze houden de klant aan het woord zonder dat je het gesprek overneemt.
  • Onder de letterlijke vraag zit vaak een belang of een zorg. Benoem wat je hoorde, voeg je vermoeden toe als vraag en wacht het antwoord af.
  • De tien geboden zijn een checklist om na te gaan waar je in een gesprek bent afgehaakt.
Knowledge check

Wat is volgens dit hoofdstuk het verschil tussen passief en actief luisteren?

Een klant noemt voor de tweede keer dat het vorige maand ook al misging, terwijl het gesprek allang over iets anders gaat. Wat doe je?

Waarom werken minimale beloningen juist doordat ze niets over de inhoud zeggen?

Ready for the next step?

Je hebt de gratis starter van Klantgericht werken afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is Samenvatten: Samenvatten als derde techniek naast vragen en luisteren, formuleren met koppelwoorden en wat een goede samenvatting je oplevert.

Take the 2-day course →

Vanaf €1250,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij

Share this chapter: