1. Wat een project tot een project maakt

Niet alles wat druk, ingewikkeld en belangrijk is, is een project. En omgekeerd: veel klussen die wel om een projectaanpak vragen, worden er niet als zodanig behandeld. Ze lopen als gewoon werk in de agenda mee, tot ze ontsporen. Dit hoofdstuk gaat over dat onderscheid, want de aanpak die je kiest bepaalt de rest.

Learning objectives

After this chapter:

  • Kun je in eigen woorden uitleggen wat een project is.
  • Herken je het verschil tussen routinematig werken, projectmatig werken en improviseren.
  • Benoem je de vijf kenmerken die een klus tot een project maken.
  • Weet je waarom organisaties de extra organisatie van een project accepteren.
  • Begrijp je hoe tijd, geld en kwaliteit in de gouden driehoek aan elkaar vastzitten.

Drie manieren van werken

Werk in organisaties valt grofweg in drie categorieën, en elke categorie vraagt om een andere aanpak.

Routinematig werk is alles wat zich herhaalt. De maandelijkse salarisrun, het wekelijkse voorraadrapport, de dagelijkse klantenservice. Je weet wat er moet gebeuren, hoe het moet en wie het doet. De aanpak ligt vast in procedures, en dat is precies de kracht ervan: niemand hoeft er opnieuw over na te denken. Een projectplan schrijven voor routinewerk is verspilde moeite.

Improviseren doe je als er iets onverwachts gebeurt en je meteen moet handelen. Een server valt uit, een klacht loopt uit de hand, een leverancier haakt af op de dag van de levering. Je hebt geen tijd voor een plan en lost het op met wat je hebt. Ook dat is legitiem werk. Het wordt alleen een probleem als een organisatie erop gaat draaien, want dan doet iedereen elke keer opnieuw hetzelfde brandje.

Projectmatig werken zit daartussenin. Je weet wat je wilt bereiken, je hebt tijd om het voor te bereiden, maar er is geen kant-en-klare procedure om op terug te vallen. Je maakt een plan, werkt het uit in fases en stuurt onderweg bij waar dat nodig is. Het kost meer organisatie dan routinewerk en meer geduld dan improviseren, en dat is precies wat je ervoor terugkrijgt: grip.

Schema met drie kolommen: routine (vaste procedure), project (plan en fasering) en improvisatie (oplossen met wat je hebt), met daaronder de vijf kenmerken van een project: eenmalig doel, begin en einde, begrensde middelen, tijdelijk team, en risico en onzekerheid.
Routine, project of improvisatie: de aanpak hoort bij het soort werk.

De vijf kenmerken van een project

Om te bepalen of projectmatig werken de juiste aanpak is, kijk je naar vijf kenmerken. Hoe meer ervan opgaan, hoe duidelijker je met een project te maken hebt.

Een duidelijk, eenmalig doel. Je werkt naar een resultaat dat nog niet bestaat: een nieuw product, een verbouwd pand, een ingevoerd systeem. Na oplevering is het klaar, en doe je het niet volgende maand opnieuw.

Een begin en een einde. Een project loopt niet eindeloos door. Er is een startdatum en een geplande einddatum, en daartussen gebeurt het werk. Zonder einde heb je geen project maar een afdeling.

Begrensde middelen. Je hebt een afgesproken budget, een vastgesteld aantal uren en een afgesproken set mensen. Niet oneindig veel, en meestal minder dan je zou willen.

Een tijdelijk team. De mensen die meewerken komen vaak uit verschillende afdelingen of zelfs verschillende organisaties. Na het project gaan ze terug naar hun reguliere werk, en tijdens het project hebben ze dat werk er meestal gewoon bij.

Risico en onzekerheid. Omdat het resultaat uniek is, weet je vooraf nooit precies hoe het gaat lopen. Er zijn altijd onzekerheden, en die moet je beheersen in plaats van hopen dat ze meevallen.

Tip

Twijfel je of een klus een project is? Stel jezelf drie vragen. Is het resultaat eenmalig? Is er een duidelijke einddatum? Werken er mensen aan mee die het er normaal niet bij doen? Drie keer ja, dan zit je in projectmatig terrein.

Example

Op een middelbare school staan twee klussen op de lijst van de conrector. De eerste is de open dag in november: een vaste datum, een budget van 4.800 euro, een werkgroep van zeven mensen uit vier vaksecties en een concreet resultaat, namelijk een dag waarop tweehonderd ouders de school zien. Alle vijf de kenmerken gaan op, dus dat is een project. De tweede klus is het printen en verzenden van de cijferlijsten aan het eind van elk semester: elke keer hetzelfde, vastgelegd in een procedure, gedaan door de administratie. Dat is routinewerk en het zou onzin zijn om er een projectplan voor te schrijven. Toen de conrector de open dag twee jaar geleden ook als routinewerk behandelde, bleek drie weken van tevoren dat niemand zich verantwoordelijk voelde voor de catering.

Waarom organisaties die extra moeite doen

Een project kost meer organisatie dan gewoon doorwerken. Er komt overleg bij, een plan, een opdrachtgever die af en toe iets moet vinden. Toch kiezen organisaties er bewust voor, en daar zijn goede redenen voor. Met een projectaanpak houd je grip op tijd, geld en kwaliteit. Je weet wie waarvoor verantwoordelijk is, in plaats van dat het werk tussen twee afdelingen in blijft hangen. Je signaleert risico's voordat ze problemen worden. En je bouwt momenten in waarop je terugkijkt en bijstuurt, zodat je niet maanden doorwerkt aan iets dat allang niet meer past. Het maakt complex werk overzichtelijk, en overzichtelijk werk levert betere resultaten op.

De gouden driehoek: tijd, geld en kwaliteit

In elk project zitten drie knoppen die met elkaar in evenwicht moeten blijven: tijd, geld en kwaliteit. Schuif je aan één kant, dan voel je dat meteen aan de andere twee. Wil je sneller klaar zijn? Dan heb je meer mensen of meer geld nodig, of je levert minder. Wil je meer kwaliteit? Dan kost dat tijd of geld. Die afruil ligt onder bijna elke discussie die je in een project gaat voeren, ook onder de discussies die daar op het eerste gezicht niet over lijken te gaan.

Het vervelende is dat opdrachtgevers zelden uit zichzelf kiezen. Ze willen het snel, goed en binnen budget, en zolang niemand doorvraagt blijft dat staan. Jouw werk is om die keuze aan de voorkant op tafel te leggen, niet halverwege als het knelt.

Example

Een verzekeraar wil een klantportaal live hebben vóór de start van het nieuwe polisjaar op 1 januari. Budget: 180.000 euro. In oktober blijkt dat de koppeling met het schadesysteem drie weken meer werk is dan gedacht. De projectleider legt drie opties voor: de datum verschuiven naar februari, er twee externe ontwikkelaars bij zetten voor 26.000 euro, of live gaan zonder dat klanten hun schadedossier kunnen inzien en dat in maart toevoegen. De directie kiest de derde optie, want de datum was hard en het budget was op. Dat is geen mislukking, dat is de driehoek die zijn werk doet. Was die keuze in oktober niet gemaakt, dan was het project in januari met alle drie de problemen tegelijk binnengekomen.

Zes fases in vogelvlucht

Elk project doorloopt dezelfde levensloop: initiatie, definitie, ontwerp, voorbereiding, realisatie en nazorg. In hoofdstuk 3 gaat elke fase apart open, met wat er per fase wordt opgeleverd en welk besluit erachter zit. Voor nu is het genoeg om te weten dat het er zes zijn, dat ze op elkaar volgen, en dat tussen elke twee fases een moment zit waarop iemand beslist of je doorgaat.

Exercise

Pak een klus die je de afgelopen maanden hebt gedaan of gezien.

  • Was het routine, een project of improvisatie? En is die klus ook zo aangepakt?
  • Loop de vijf kenmerken langs. Hoeveel gaan er op?
  • Welke van de drie knoppen, tijd, geld of kwaliteit, was voor de opdrachtgever het belangrijkst? Is dat ooit uitgesproken?
  • Als het misging: zat dat in de aanpak of in de uitvoering?

Schrijf je antwoorden in maximaal tien zinnen op. Je gebruikt ze in de volgende hoofdstukken als referentiepunt.

Summary

  • Routinewerk herhaalt zich en ligt vast in procedures; improviseren doe je bij het onverwachte; projectmatig werken zit ertussenin, met een plan en fasering.
  • De vijf kenmerken van een project: een eenmalig doel, een begin en een einde, begrensde middelen, een tijdelijk team, en risico en onzekerheid.
  • Hoe meer kenmerken opgaan, hoe duidelijker je met een project te maken hebt.
  • Organisaties accepteren de extra organisatie van een project omdat het grip geeft op tijd, geld en kwaliteit, en omdat het verantwoordelijkheden benoemt.
  • Tijd, geld en kwaliteit vormen de gouden driehoek: aan één knop draaien betekent altijd dat een andere meebeweegt.
  • Vraag je opdrachtgever bij de start welke van de drie het zwaarst weegt. Dat antwoord voorkomt de meeste discussies later.
Knowledge check

De afdeling Inkoop doet elk kwartaal dezelfde leveranciersbeoordeling: vaste vragenlijst, vaste mensen, vastgelegde procedure. Hoe noem je dat werk?

Welke omschrijving hoort bij het kenmerk "tijdelijk team"?

Je opdrachtgever wil twee weken eerder opleveren dan gepland. Wat zegt de gouden driehoek daarover?

Share this chapter: