3. De vier fasen van het adviesgesprek

Een adviesgesprek kent een vaste ordening: vier fasen die elk een eigen doel hebben en een eigen valkuil. Wie een fase overslaat, adviseert vaak keurig op de verkeerde vraag. En dat merk je pas als het advies niet wordt uitgevoerd.

Learning objectives

After this chapter:

  • Benoem je de vier fasen van een adviesgesprek en het doel van elke fase.
  • Open je een gesprek zo dat doel, agenda en verwachtingen voor beide partijen helder zijn.
  • Gebruik je luisteren, samenvatten en doorvragen om de vraag achter de vraag boven tafel te krijgen.
  • Herken je bij jezelf het moment waarop je te vroeg in de oplossing schiet.
  • Sluit je af met afspraken die de vergaderkamer overleven.
De vier fasen van het adviesgesprek naast elkaar: aanvang, analyse, advies en afsluiting, elk met het doel en de valkuil, en een oranje pijl terug van de adviesfase naar de analysefase.
De vier fasen, met per fase het doel en de valkuil. De pijl terug hoort erbij.

De vier fasen zijn aanvang (contact maken en het kader zetten), analyse (feiten, belang en betrokkenen ophalen), advies (je diagnose omzetten in een voorstel) en afsluiting (vastleggen wat er gebeurt en door wie). De pijl terug in het schema is geen fout. Zodra in de adviesfase blijkt dat de vraag anders ligt dan je dacht, stap je terug naar de analyse. Dat kost vijf minuten. Een advies op de verkeerde vraag kost de opdracht.

Fase 1: aanvang

De eerste minuten bepalen hoeveel je in de rest van het gesprek te weten komt. Je legt hier twee dingen vast: de sfeer waarin gepraat wordt, en de afspraken over waar het gesprek over gaat. Doe je dat niet, dan zit je halverwege nog te onderhandelen over de agenda.

Een opening bestaat uit vijf stappen. Je begint met contact maken: begroeten, een paar persoonlijke woorden, en letten op wat je ziet. Iemand die gehaast binnenkomt heeft een andere opening nodig dan iemand die er ruim voor gaat zitten. Dan benoem je de aanleiding: "Je belde me vorige week over de doorlooptijd van de aanvragen." Vervolgens check je het doel bij de ander: je legt je eigen beeld naast dat van je gesprekspartner en vraagt of dat klopt. Dat is de belangrijkste stap van deze fase, en de meest overgeslagen. Daarna stel je de agenda voor in drie stappen en vraag je of er iets bij moet. En tot slot spreek je tijd en rol af: hoeveel tijd is er, wat verwacht de ander van jou, meedenken, beslissen of uitvoeren, en wat gebeurt er na dit gesprek?

Tip

Eén vraag levert in de aanvangsfase meer op dan alle andere: "Waar zou jij aan het eind van dit uur tevreden over zijn?" Het antwoord geeft je het doel, het verwachtingsniveau en vaak ook het echte thema in één keer.

Example

Een adviseur schuift aan bij een teamleider die om "een training feedback geven" vraagt. In plaats van meteen over de training te praten, opent ze zo: "Voordat we het over de training hebben, ben ik nieuwsgierig. Wat gebeurt er nu in het team waardoor je hieraan denkt?" De teamleider vertelt over twee medewerkers die elkaar structureel omzeilen en over een project dat daardoor twee maanden is uitgelopen. Het blijkt geen trainingsvraag. Dat inzicht kost drie minuten aan het begin, in plaats van een mislukte training van 4.800 euro twee maanden later.

Fase 2: analyse

In de analysefase verzamel je informatie en scherp je de vraag aan. Je haalt feiten op, maar belangen, beelden en gevoelens horen er net zo goed bij. De valkuil is bekend en hardnekkig: je hoort iets herkenbaars en je hoofd levert binnen twee seconden een oplossing aan. Vanaf dat moment luister je niet meer, je verzamelt bewijs voor wat je al denkt.

De motor van deze fase is de combinatie van luisteren, samenvatten en doorvragen. Die drie werken alleen samen. Luister je zonder samen te vatten, dan blijft onduidelijk of je het goed hebt begrepen. Vat je samen zonder door te vragen, dan blijf je aan de oppervlakte. En vraag je door zonder eerst te luisteren, dan verhoor je iemand.

Drie soorten doorvraag brengen je meestal het verst. Verduidelijken: "Wat bedoel je precies met 'het loopt niet'?" Je haalt vage woorden weg en vervangt ze door gedrag en cijfers. Verdiepen: "Wat maakt dat dit nu urgent is?" Je zoekt het belang en de aanleiding onder de vraag. Verbreden: "Wie merkt hier verder iets van?" Je brengt de andere betrokkenen en hun belangen in beeld.

Na het gesprek heb je een berg informatie: uitspraken, cijfers, observaties en tegenstrijdigheden. Die berg is nog geen diagnose. Dwing jezelf om minstens acht mogelijke oorzaken op te schrijven voordat je gaat wegen, want de eerste plausibele verklaring drukt de rest weg. Zodra je denkt "het zit in de communicatie", stop je met zoeken. Breng daarna structuur aan: zet het probleem in het midden van een leeg vel, teken takken voor mensen, processen, systemen en sturing, en hang elke oorzaak aan de tak waar hij hoort. De zwaarste tak levert je diagnose op.

Een diagnose is een gedeelde formulering van het probleem waar de klant zich in herkent. Leg hem eerst voor en vraag of het klopt. Pas als de klant knikt, heeft een advies grond onder de voeten.

Fase 3: advies

De verleiding is groot om met je oplossing te openen. Het werkt omgekeerd: pas als de klant jouw diagnose herkent, is hij bereid je advies te horen. Daarom begin je met terugkoppelen wat je hebt opgehaald, in de woorden van de klant zelf. Dan houd je even je mond. Die stilte is functioneel: hij geeft de ander de ruimte om te zeggen "ja, dat is het" of "nee, dat is niet de kern". Bouw je door op een diagnose die niet wordt gedeeld, dan ben je de rest van het gesprek kwijt.

Bij het presenteren van je voorstel gelden vier regels. Eén hoofdlijn, maximaal drie argumenten: meer argumenten maken je verhaal niet sterker maar vager. Concreet in gedrag, tijd en geld: "meer regie bij de teamleiders" zegt niets, "de teamleiders doen vanaf 1 mei zelf de weekstart, twintig minuten, met een vast format" is iets waar iemand ja of nee tegen kan zeggen. Consequenties benoemen, ook de onaangename: kost je advies drie maanden extra doorlooptijd of een lastig gesprek, dan zeg je dat zelf. Hoort de klant het later van een ander, dan verliest je advies zijn gezag. En twee routes, geen menukaart: bij twee alternatieven met een duidelijk verschil kiest een klant, bij vijf opties stelt hij de beslissing uit.

Example

Fatima onderzoekt waarom de klachtenafhandeling bij een verzekeraar vastloopt. Ze koppelt terug: "Jullie noemden het een bezettingsprobleem. Wat ik zie, is dat drie van de vier klachten twee keer worden overgedragen voordat iemand ze oppakt. Dat kost gemiddeld vier dagen. Klopt dat beeld?" De manager knikt en zegt: "Zo had ik het nog niet bekeken." Vanaf dat moment gaat het gesprek over overdrachtsmomenten en niet meer over extra mensen. Ze legt twee routes voor: de eerste medewerker blijft eigenaar van de klacht, of er komt een dagelijkse triage van een kwartier. De manager kiest de tweede, omdat die minder van de individuele medewerker vraagt. Had Fatima geopend met "jullie moeten anders gaan werken", dan was het bij extra mensen gebleven.

Tip

Test de acceptatie met een vraag die de klant laat rekenen in plaats van beoordelen. "Wat vind je ervan?" levert een sociaal antwoord op. "Wie zou hier bij jullie als eerste over vallen?" levert informatie op over de weerstand die je nog moet oplossen.

Fase 4: afsluiting

Veel adviesgesprekken eindigen in een goed gevoel en een lege agenda. De afsluitingsfase is er om dat te voorkomen. Vier vragen kosten je vijf minuten en bepalen of je advies iets gaat doen.

Wat hebben we besloten? Jij vat samen, de klant bevestigt. Niet omgekeerd, want jij bent verantwoordelijk voor de precisie. Wie doet wat, en wanneer? Elke actie krijgt een naam en een datum; "het team pakt dit op" is geen afspraak. Wie moet dit nog horen? Hiermee organiseer je draagvlak buiten de kamer, en vaak ontstaat hier de belangrijkste actie van het hele gesprek. Wanneer kijken we terug? Een terugkoppelmoment op de agenda maakt van een advies een traject.

Sluit af met een korte procesvraag: "Heb je gekregen wat je nodig had vandaag?" Het antwoord is gratis feedback op je eigen manier van adviseren. Soms hoor je dat je te snel ging, soms dat de klant meer richting had willen krijgen. Die informatie gebruik je in het volgende gesprek met dezelfde persoon.

Exercise

Neem een adviesvraag die je de afgelopen weken hebt gekregen en werk hem schriftelijk uit.

  • Schrijf de vraag op zoals de klant hem stelde, letterlijk.
  • Zet eronder: welke feiten je hebt gehoord, welk belang daaronder ligt en wat je nog niet weet.
  • Formuleer drie doorvragen die je alsnog zou stellen: één verduidelijkende, één verdiepende en één verbredende.
  • Kijk terug: op welk moment schoot je in dit gesprek voor het eerst in een oplossing, en welk signaal had je bij jezelf kunnen opmerken?
  • Loop tot slot de vier afsluitvragen langs. Welke afspraken hadden geen naam of geen datum?

Summary

  • Een adviesgesprek verloopt in vier fasen: aanvang, analyse, advies en afsluiting.
  • In de aanvangsfase maak je contact en leg je doel, agenda, tijd en rol expliciet vast. De belangrijkste stap is het doel checken bij de ander.
  • In de analysefase haal je feiten, belangen en betrokkenen op met luisteren, samenvatten en doorvragen, en adviseer je nog niet.
  • Verduidelijken, verdiepen en verbreden zijn de drie doorvragen die je het verst brengen.
  • Een diagnose is pas bruikbaar als de klant zich erin herkent. Leg hem voor en vraag of het klopt.
  • In de adviesfase houd je één hoofdlijn aan met maximaal drie argumenten, je maakt het concreet in gedrag, tijd en geld, je benoemt de consequenties en je biedt twee routes.
  • In de afsluitingsfase leg je vast wat er is besloten, wie wat doet en wanneer, wie het nog moet horen en wanneer je terugkijkt.
  • Blijkt in de adviesfase dat de vraag anders ligt, dan stap je terug naar de analyse.
Knowledge check

Welke stap in de aanvangsfase wordt volgens dit hoofdstuk het vaakst overgeslagen, terwijl hij de belangrijkste is?

In de adviesfase blijkt uit de reactie van je klant dat de vraag anders ligt dan je dacht. Wat doe je?

Waarom biedt je volgens dit hoofdstuk twee routes aan in plaats van vijf opties?

Ready for the next step?

Je hebt de gratis starter van Adviesvaardigheden afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is Communicatie als fundament: Het communicatiemodel, de drie kanalen waarop je boodschap overkomt en het referentiekader van de ander.

Volg de 3-daagse training →

Vanaf €1875,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij

Share this chapter: