4. Grenzen stellen met het BAKKES-model
Bij instrumentele agressie is er niets te kalmeren. De ander is niet overstuur, hij zet druk in omdat dat in het verleden heeft gewerkt. Alles wat je in hoofdstuk 3 hebt gelezen, werkt hier tegen je: begrip tonen wordt uitgelegd als een opening, en uitleggen geeft munitie. Wat wel werkt is een grens. Kort, rustig, en met iets erachter.
After this chapter:
- Herken je wanneer agressie als drukmiddel wordt ingezet, en waarom uitleggen dan averechts werkt.
- Weet je wat een uitspraak tot een grens maakt en wat hem een wens laat blijven.
- Kun je de zes stappen van het BAKKES-model toepassen op je eigen situatie.
- Weet je hoe je twee keuzes formuleert waar je allebei mee kunt leven.
- Weet je wat je doet als je grens niet wordt geaccepteerd.
Waarom uitleggen niet werkt
Je natuurlijke reactie is uitleggen. Je wilt laten zien dat je redelijk bent, dat het beleid ergens over gaat, dat je echt niet anders kunt. Bij emotionele agressie helpt dat soms. Hier werkt elk argument tegen je, want elke zin uitleg is een nieuw aanknopingspunt.
Zeg je "het kan niet, het systeem is dicht", dan komt er "dan open je het systeem maar". Zeg je "ik mag dit niet van mijn leidinggevende", dan volgt "haal er dan iemand bij die het wél mag". Je geeft met elk argument een stukje regie weg. Merk je dat je steeds nieuwe redenen staat te verzinnen om je standpunt te onderbouwen, dan ben je aan het onderhandelen over iets wat niet onderhandelbaar is. Stap terug naar je oorspronkelijke grens en herhaal hem in dezelfde woorden. Bij instrumentele agressie geldt: hoe korter, hoe sterker.
Wanneer is een grens een grens
"Ik wil dat je rustiger praat" is een verzoek. "Ik wil dat je rustiger praat, anders beëindig ik dit gesprek" is een grens. Het verschil zit in de consequentie, en vooral in het feit dat jij die consequentie ook echt uitvoert.
Zonder gevolg blijft een grens een wens. De ander hoort hem aan, knikt misschien, en gaat door. En dreigen met iets wat je vervolgens niet doet, is erger dan helemaal geen grens stellen: de ander leert dan dat jouw woorden niet betekenen wat ze zeggen, en de volgende keer begint hij precies op dat punt weer.
De toon telt mee. Wordt je stem fel of verontwaardigd, dan verschuift het gesprek naar emotie en geef je de ander iets om op te pakken ("zie je wel, nu word jíj boos"). Praat je te zacht of te aarzelend, dan klinkt je grens als een vraag. Wat helpt: iets lager spreken dan je normale toon, in een rustig tempo, korte zinnen zonder bijzinnen, oogcontact zonder te staren, beide voeten op de grond, en steeds dezelfde woorden in plaats van elke keer een nieuwe formulering.
De zes stappen van BAKKES
Het BAKKES-model, ontwikkeld door trainer Elzo Lerner, geeft je een vaste volgorde voor het moment dat iemand jouw grens niet respecteert. De kracht zit in de combinatie: je benoemt wat er gebeurt, je zegt wat je anders wilt, je biedt twee concrete keuzes, je kijkt wat er gebeurt, en je schaalt op als het nodig is.

- B van Benoemen. Een feitelijke observatie, zonder oordeel en zonder verwijt. "Ik merk dat je je stem verheft." "Ik hoor dat je dit vandaag geregeld wilt hebben." "Ik zie dat je dichterbij komt staan." Door eerst te benoemen schiet je niet meteen in de verdediging, en geef je de ander de kans zichzelf te corrigeren.
- A van Anders willen. Je zegt wat jij wel wilt, niet wat de ander moet stoppen. "Ik wil dit gesprek rustig voeren." "Ik wil eerst de feiten op een rij voordat ik iets toezeg." Eén zin is genoeg. Ga niet uitleggen waarom je het zo wilt, want dan begint de discussie opnieuw.
- K van Keuze 1 and K van Keuze 2. Je biedt twee concrete opties. Geen open vraag, geen "wat denk je ervan". Twee keuzes waar jij allebei mee kunt leven. "Of we bespreken dit nu in vijf minuten, of we plannen morgen een half uur in."
- E van Effect bepalen. Je kijkt of je grens werkt. Kiest de ander een van de twee opties, dan is het gesprek terug in normale vorm: je bevestigt de afspraak en gaat verder. Gaat hij door met dezelfde toon, dezelfde druk, of doet hij alsof je niets gezegd hebt, dan ga je naar de laatste stap.
- S van Schaal op en herhaal. Dezelfde boodschap, korter en zakelijker. Geen nieuwe argumenten. "Zoals ik zei: of we bespreken het nu kort, of we plannen het in." En dan het belangrijkste: je doet wat je zegt.
Die twee keuzes zijn het slimste deel van het model. De ander krijgt het gevoel iets te kiezen te hebben, waardoor de behoefte om jou onder druk te zetten afneemt. Tegelijk bepaal jij het speelveld, want beide opties zijn voor jou acceptabel. Wat de ander ook kiest, je houdt de regie. Gebruik daarom "of... of...", en niet "misschien" of "zou kunnen". Bied er twee, geen vier, en bied nooit een optie aan waar je eigenlijk niet mee kunt leven, want dan zit je vast aan een uitkomst die niet bij je past.
Herhalen is bij instrumentele agressie krachtiger dan verklaren. Houd het bij dezelfde zin, in dezelfde toon. Die techniek heet ook wel de kapotte grammofoon, en hij voelt onbeleefd terwijl hij dat niet is: je geeft gewoon steeds hetzelfde eerlijke antwoord.
Aan de balie van een opleidingsinstituut staat meneer De Vries. Hij wil een cursus annuleren waarvan de termijn van veertien dagen ruim verstreken is. Als Nadia zegt dat dat niet kan, blijft hij rustig: "Als jij dit niet regelt, dien ik een klacht in tegen jou persoonlijk. En ik zorg dat je leidinggevende dit hoort."
B: "Ik hoor dat u een klacht wilt indienen als ik geen uitzondering maak." A: "Ik wil dit op basis van de voorwaarden behandelen, niet onder druk van een klacht." K1: "Of u accepteert dat ik de standaardprocedure volg, en dan krijgt u vandaag nog schriftelijk te horen waarom." K2: "Of u dient een klacht in, en dan beoordeelt mijn leidinggevende die." E: Meneer De Vries zucht, knikt en kiest voor de onderbouwing op papier. De grens werkt. S: Was hij blijven dreigen, dan was het: "Mijn antwoord blijft hetzelfde. U kiest, ik volg de procedure."
Het tweede voorbeeld komt van binnen de organisatie, want instrumentele druk komt net zo vaak van een collega. Thijs zegt tegen Nadia: "Ik heb jouw akkoord nodig op dit voorstel. Vandaag nog. Als jij niet tekent, loopt het project vast en moet ik tegen het MT zeggen dat het door jou komt." B: "Ik merk dat je me onder tijdsdruk zet en dat je zegt dat het mijn schuld wordt." A: "Ik wil inhoudelijk zien wat ik teken voordat ik akkoord geef." K1: "Of we nemen het nu samen een half uur door, dan beslis ik vandaag." K2: "Of ik lees het zelf en je hoort het morgenochtend voor tienen." E: Thijs kiest het eerste. S: Had hij aangedrongen op tekenen zonder lezen, dan was het: "Ik teken niets wat ik niet gelezen heb. Kies een van de twee."
Doen wat je zegt
De laatste stap is de stap waar het in de praktijk op stukloopt. Heb je aangekondigd dat je het gesprek beëindigt, dan beëindig je het ook. Heb je gezegd dat je je leidinggevende erbij haalt, dan doe je dat. Zeg dus nooit iets wat je niet gaat uitvoeren, en bedenk dat ook van tevoren: welke consequentie kun jij in jouw functie echt waarmaken? Ophangen mag meestal, iemand het pand uit zetten meestal niet in je eentje. Weet je dat niet zeker, vraag het dan aan je leidinggevende voordat je het nodig hebt.
Loopt het toch verkeerd af, meld het dan. Een dreigement dat je binnenhoudt, staat morgen niet in het dossier van iemand anders die hetzelfde meemaakt, en jij loopt er in je eentje mee rond. Dat is het onderdeel waar de volledige training bij stilstaat: preventie, nazorg en de afspraken in je team.
Denk aan een situatie waarin iemand bewust druk op je uitoefende om iets gedaan te krijgen. Schrijf de zes stappen uit:
- B: wat zag of hoorde je feitelijk? Schrijf het op zonder oordeel.
- A: wat wilde jij wel? Eén zin.
- K1 en K2: welke twee opties kon je bieden waar je allebei mee kon leven?
- E: waaraan had je gemerkt of je grens werkte?
- S: welke consequentie kun jij in jouw functie echt waarmaken?
Spreek de zinnen daarna een keer hardop uit, ook als dat gek voelt. Woorden die je nog nooit hebt gezegd, komen er op een spannend moment niet uit.
Summary
- Bij instrumentele agressie hoef je niets te kalmeren. Je zet een grens neer.
- Elk argument is een nieuw aanknopingspunt. Hoe korter je bent, hoe sterker je staat.
- Een grens zonder consequentie is een wens. Een consequentie die je niet uitvoert, is erger dan geen grens.
- BAKKES: Benoemen, Anders willen, Keuze 1, Keuze 2, Effect bepalen, Schaal op en herhaal.
- Twee keuzes geven de ander het gevoel van regie terwijl jij het speelveld bepaalt.
- Opschalen betekent minder woorden en een vaster geluid, niet meer uitleg of een hardere stem.
- Kies vooraf een consequentie die je in jouw functie echt kunt waarmaken, en meld het achteraf.
Wat maakt van "Ik wil dat je rustiger praat" een echte grens?
Waarom bied je bij de K-stappen twee keuzes aan en niet een open vraag of vier opties?
De ander gaat na jouw twee keuzes onverstoorbaar door met dreigen. Wat is opschalen volgens dit hoofdstuk?
Ready for the next step?
Je hebt de gratis starter van Omgaan met agressie afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is Communicatie als fundament: Zender en ontvanger, de vier wetten die in elk gesprek meespelen en het verschil tussen de inhoud en de relatie.
Take the 2-day course →Vanaf €1250,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij