Introduction
Je loopt de vergaderzaal uit en pas op de gang bedenk je wat je eigenlijk had willen zeggen. Of het omgekeerde: het kwam er wel uit, maar scherper dan je bedoelde, en de rest van de middag zit je met een knagend gevoel. Tussen slikken en uitvallen zit een derde mogelijkheid. Die is te leren, maar dan moet je eerst herkennen wanneer je in een van de andere twee belandt.

Deze gratis cursus bevat de eerste vier hoofdstukken: het oranje deel van de balk hierboven. Onderaan hoofdstuk 4 vind je de volledige training.
What you will learn
Je leert eerst herkennen welk gedrag je zelf laat zien als het spannend wordt: wegduiken, uithalen of je punt gewoon neerleggen. Daarna zie je met de Roos van Leary waarom je steeds in hetzelfde patroon terechtkomt met dezelfde mensen, en wat je kunt doen om dat patroon te doorbreken. In het derde hoofdstuk ga je bouwen: een gespreksdoel dat klopt, een gesprek in vier fasen en een ik-boodschap die niet wegvalt in verzachters. En in het vierde hoofdstuk leer je nee zeggen, kort, zonder de rij verontschuldigingen die de ander uitnodigt om te blijven duwen. De rode draad: assertiviteit is geen karaktereigenschap maar gedrag, en gedrag is te veranderen.
Hoe de cursus is opgebouwd
De training volgt vier thema's die op elkaar voortbouwen. Je begint bij herkennen: welk gedrag laat je zien, en wat roept dat bij de ander op? Dan komt zeggen: je boodschap formuleren en je grens aangeven. Daarna het fundament: je zelfbeeld, je eigenwaarde en de manier waarop communicatie werkt. En je sluit af met lastige situaties: feedback, kritiek, boosheid, conflict en de gedachten die je tegenhouden. Elk hoofdstuk bevat theorie, een model, voorbeelden uit de praktijk en een oefening die je op je eigen werk toepast.
Practical tips for use
- Houd een notitieblok of een leeg document bij de hand. De oefeningen werken alleen als je ze ook echt invult.
- Kies per hoofdstuk één gesprek uit je eigen werk waar je tegenop ziet, en gebruik dat als proeftuin.
- Lees niet alles in één ruk uit. Een hoofdstuk per week, met tijd om het uit te proberen, levert meer op dan een middag doorlezen.
- Begin klein. Oefen eerst bij iemand die je vertrouwt, niet meteen bij de collega waar je het meeste tegenop ziet.
- Reken erop dat het de eerste keren spannend voelt. Die spanning is geen teken dat je het fout doet, maar dat je iets nieuws doet.
Each chapter ends with a short knowledge check of three questions: answer them correctly to mark the chapter as completed. Your progress is saved automatically in your browser.
Veel leesplezier, en vooral: veel succes met het eerste gesprek waarin je zegt wat je wilt.