Introduction

Je zegt iets, de ander knikt, en een week later blijkt dat jullie iets totaal verschillends hebben afgesproken. Of je vraagt beleefd of iemand ergens naar wil kijken, en het gebeurt niet. Communicatie voelt als iets wat vanzelf gaat, want je doet het de hele dag. Juist daarom staan we er zelden bij stil hoe vaak een boodschap onderweg verandert.

Schema van de opbouw van de training Communicatieve vaardigheden met de vier thema's begrijpen, jezelf kennen, helder zijn en schakelen, en een balk met dertien hoofdstukken waarvan de eerste vier gratis online staan.
De opbouw van de training Communicatieve vaardigheden. De eerste vier hoofdstukken lees je hier.

Deze gratis cursus bevat de eerste vier hoofdstukken: het oranje deel van de balk hierboven. Onderaan hoofdstuk 4 vind je de volledige training.

What you will learn

Je ziet eerst hoe een boodschap van zender naar ontvanger reist, en waar de ruis binnenkomt die hem onderweg verbuigt. Daarna ontdek je dat je nooit op één kanaal zendt maar op drie tegelijk: je woorden, je lichaam en je stem. In het derde hoofdstuk gaat het over jezelf, over het verschil tussen je eerste opwelling en een bewuste reactie, en over het beeld dat iemand binnen zeven seconden van je heeft. Het vierde hoofdstuk is het meest praktische: je leert je eigen vage zinnen herkennen en omschrijven naar zinnen die geen uitleg meer nodig hebben. De rode draad: je kunt niet regelen wat de ander begrijpt, maar je kunt wel een heleboel ruis wegnemen.

Hoe de cursus is opgebouwd

De training volgt vier thema's die op elkaar voortbouwen. Je begint met begrijpen: hoe werkt communicatie eigenlijk en waarom gaat het mis? Dan komt jezelf kennen: wat doe jij in een gesprek, vaak zonder dat je het merkt? Daarna helder zijn: zeggen wat je bedoelt, en horen wat de ander bedoelt. En je sluit af met schakelen: je gedrag aanpassen als een gesprek een kant op gaat die je niet wilt. Elk hoofdstuk bevat theorie, een model, voorbeelden uit de praktijk en een oefening die je op je eigen gesprekken toepast.

Practical tips for use

  • Houd een notitieblok of een leeg document bij de hand. De oefeningen werken alleen als je ze ook echt invult.
  • Kies bij elk hoofdstuk één gesprek uit je eigen werk. Een gesprek dat anders liep dan je wilde is het leerzaamst.
  • Lees niet alles in één ruk uit. Een hoofdstuk per week, met tijd om het uit te proberen, levert meer op dan een middag doorlezen.
  • Vraag na een paar weken aan iemand die je vertrouwt wat hij je ziet doen in gesprekken. Dat is precies het deel waar je zelf het minste zicht op hebt.
  • Begin klein. Eén zin anders formuleren werkt beter dan vanaf maandag een ander mens willen zijn.
How this course works

Each chapter ends with a short knowledge check of three questions: answer them correctly to mark the chapter as completed. Your progress is saved automatically in your browser.

Veel leesplezier, en vooral: veel plezier met de gesprekken die vanaf nu wel lopen zoals je bedoelde.

Share this chapter: