4. Feedback geven en ontvangen

Feedback is een van de krachtigste instrumenten om gedrag te beïnvloeden en samenwerking te verbeteren. Tegelijk loopt het vaak mis: te vaag, te laat, te verwijtend, of juist zo voorzichtig verpakt dat de boodschap nergens landt. Dit hoofdstuk geeft je een opbouw die wel werkt, en laat zien hoe je feedback ontvangt zonder meteen in de verdediging te schieten.

Learning objectives

After this chapter:

  • Bouw je feedback op volgens het 4G-model: gedrag, gevoel, gevolg, gewenst.
  • Maak je het verschil tussen een waarneming, een interpretatie en een oordeel.
  • Ken je de vier kenmerken van INGE en de drie stappen van LSD.
  • Herken je de valkuilen die feedback ineffectief maken.
  • Weet je in welke volgorde je feedback ontvangt, en waarom bedanken niet hetzelfde is als instemmen.

Het 4G-model

Goede feedback is concreet, gedragsgericht en uitnodigend. Het 4G-model geeft je een opbouw die in de meeste situaties werkt, in deze volgorde: eerst wat je zag, dan wat het met je deed, dan wat het opleverde, en pas aan het eind wat je liever zou zien.

Het 4G-model voor feedback met de vier stappen gedrag, gevoel, gevolg en gewenst, elk met een voorbeeldzin, en daaronder de drie stappen van LSD: luisteren, samenvatten en doorvragen.
Het 4G-model voor feedback, met daaronder de luisterhouding waarmee je de reactie opvangt.

Gedrag. Je beschrijft feitelijk en concreet wat je hebt waargenomen. Geen interpretatie, geen oordeel. Niet "je bent ongeïnteresseerd", maar "je keek tijdens het overleg drie keer op je telefoon".

Gevoel. Je benoemt wat dit gedrag bij jou doet. Door het bij jezelf te houden, voorkom je dat de ander in de verdediging schiet. "Ik raak daardoor mijn focus kwijt" landt heel anders dan "jij stoort iedereen".

Gevolg. Je maakt zichtbaar welk effect het gedrag heeft: op jou, op het werk of op de samenwerking. Hierdoor wordt duidelijk waarom je het ter sprake brengt en waarom het de moeite waard is om er iets aan te doen.

Gewenst. Je sluit af met wat je liever zou zien. Concreet en haalbaar, geen vage wens. "Ik zou graag willen dat je je telefoon weglegt tijdens het overleg" is bruikbaar; "wees wat betrokkener" is dat niet.

Example

Anne werkt samen met Joost aan een kwartaalrapport. Joost levert zijn deel structureel later aan dan afgesproken. Anne pakt het zo aan:

Gedrag: "De laatste drie weken heb je je deel van het rapport telkens een dag later aangeleverd dan we hadden afgesproken."
Gevoel: "Ik merk dat ik daardoor onder druk kom te staan en gespannen raak."
Gevolg: "Ik moet 's avonds doorwerken om de deadline te halen, en dat gaat ten koste van de eindcheck."
Gewenst: "Ik zou graag willen dat we samen kijken of die deadline realistisch is, en dat je het meldt zodra je merkt dat je het niet redt."

Vergelijk dat met wat Anne bijna had gezegd: "Je bent ook altijd te laat, ik kan echt niet meer op je bouwen." Zelfde ergernis, maar geen enkel aanknopingspunt om iets aan te veranderen.

Waarneming, interpretatie en oordeel

De meest voorkomende valkuil bij feedback is dat je een interpretatie of oordeel presenteert alsof het een feit is. "Je luistert niet" is een interpretatie. "Je onderbrak me vandaag drie keer voordat ik mijn zin afmaakte" is een waarneming.

Het verschil is groot. Op een waarneming kan de ander reageren met informatie: "dat klopt, ik dacht dat je klaar was". Op een interpretatie reageert de ander meestal met weerstand, want jij hebt al een conclusie getrokken zonder de feiten te checken. Dan gaat het gesprek verder over of jouw conclusie klopt, en niet over wat er gebeurde.

Tip

Test je feedback voordat je hem uitspreekt: zou een camera deze waarneming hebben kunnen registreren? Zo niet, dan zit er een interpretatie of een oordeel in. Herformuleer dan naar wat er letterlijk zichtbaar of hoorbaar was.

INGE en LSD

Twee letterwoorden helpen je om feedback gestructureerd te brengen en de relatie intact te houden. INGE geeft je de opbouw van je boodschap, LSD beschrijft de luisterhouding die je daarna nodig hebt.

INGE staat voor vier kenmerken. Ik-boodschap: begin bij jezelf, met "ik merkte" of "ik had het idee dat", in plaats van "je doet altijd". Je spreekt voor jezelf, niet namens een tribunaal. Nu en hier: houd het bij recent gedrag, want feedback over iets van vandaag of deze week landt en feedback over iets van drie maanden terug niet. Oude voorvallen erbij halen maakt de boodschap bovendien zwaarder dan hij is, waardoor de ander zich overvallen voelt in plaats van aangesproken. Gedrag concreet: beschrijf wat je hebt waargenomen, zo specifiek mogelijk, met situatie en moment. Geen samenvatting van een patroon, maar één concreet voorval. Effect benoemen: vertel wat het gedrag met jou, met het werk of met de samenwerking deed. Zonder effect blijft feedback in de lucht hangen.

LSD is wat je daarna doet, als de ander aan zet is. Luisteren zonder direct te verdedigen of toe te lichten: de ander mag eerst reageren, ook als die reactie niet prettig is. Samenvatten om te checken of je de reactie goed begrijpt: "Dus jij zegt dat..." Daarmee voorkom je dat je een eigen interpretatie maakt van de reactie. Doorvragen om dieper te komen: "Wat maakte dat je toen op je telefoon keek?" of "Hoe zag jij die vergadering?" geeft de ander ruimte om zijn kant te vertellen. LSD is geen techniek om de ander om te praten. Het is de houding die voorkomt dat feedback eenrichtingsverkeer wordt.

Example

Femke geeft feedback aan een collega over een vergadering van de dag ervoor: "Ik wil iets met je delen over het overleg van gisteren. Toen ik mijn voorstel presenteerde, zag ik dat je op je telefoon keek en daarna een vraag stelde die ik al had beantwoord. Daardoor kreeg ik het gevoel dat mijn punt niet landde, en dat maakte me onzeker over hoe ik verder moest."

De reactie: "Ja sorry, ik kreeg net een bericht van de klant over die deadline en ik zat daar met mijn hoofd." Femke verdedigt zich niet en gaat niet uitleggen dat het overleg voorgaat. Ze vat samen: "Dus je zat met die klant in je hoofd en hebt mijn toelichting gemist." En ze vraagt door: "Wat zou helpen, moeten we dat soort dingen voor het overleg even afvangen?" Twee minuten later ligt er een afspraak over telefoons bij het maandagoverleg, in plaats van een sfeertje dat een week blijft hangen.

Feedback ontvangen

Feedback geven is lastig, maar feedback ontvangen is voor veel mensen nog ingewikkelder. Je eerste reactie is bijna altijd verdedigen, uitleggen of relativeren. Dat is menselijk, maar het kost je informatie. Wat helpt is een vaste volgorde aanhouden.

  • Luister tot het einde. Onderbreek niet, ook niet als je het ergens niet mee eens bent. Laat de ander uitspreken.
  • Vat samen wat je hoort. "Dus jij zag mij gisteren drie keer onderbreken, en daardoor voelde jij je niet serieus genomen." Zo check je of je het goed hebt verstaan, en geef je jezelf tegelijk denktijd.
  • Vraag door. "Kun je nog een ander moment noemen waarop dit speelde?" of "Wat had je liever van mij gezien?" maakt de feedback bruikbaar.
  • Bedank de ander. Iemand die feedback geeft neemt een risico. Bedanken is niet hetzelfde als instemmen; het erkent dat de ander de moeite heeft genomen.
  • Beslis daarna pas wat je ermee doet. Niet alle feedback hoef je over te nemen. Je mag hem wegen en ernaast leggen, maar pas nadat je hem echt hebt gehoord.
Tip

Voel je de neiging om je te verdedigen? Adem eerst een keer rustig in en uit, en stel een vraag in plaats van een tegenwerping. Een vraag houdt het gesprek open, een tegenwerping sluit het.

Exercise

Denk aan een situatie uit de afgelopen twee weken waarin je iemand feedback had willen geven, maar het niet hebt gedaan. Schrijf de boodschap nu uit volgens de vier G's.

  • Gedrag: welk moment beschrijf je, en wat zag of hoorde je precies? Zou een camera het geregistreerd hebben?
  • Gevoel: wat deed het met jou?
  • Gevolg: welk effect had het op het werk of op de samenwerking?
  • Gewenst: wat zou je liever zien, concreet en haalbaar?
  • En daarna: welke reactie verwacht je, en welke doorvraag heb je dan klaar?

Lees je boodschap hardop. Klinkt hij als iets wat je echt zou kunnen zeggen? Pas hem zo nodig aan tot hij in jouw mond past.

Summary

  • Bouw feedback op met de vier G's: gedrag (wat zag je), gevoel (wat deed het met jou), gevolg (welk effect had het) en gewenst (wat wil je liever).
  • Scheid waarneming van interpretatie. Zou een camera je waarneming hebben kunnen registreren? Zo niet, dan zit er een oordeel in.
  • INGE is de opbouw van je boodschap: ik-boodschap, nu en hier, gedrag concreet, effect benoemen.
  • LSD is de houding waarmee je de reactie opvangt: luisteren, samenvatten, doorvragen.
  • Bij het ontvangen van feedback: luister tot het einde, vat samen, vraag door, bedank, en beslis daarna pas wat je ermee doet.
  • Bedanken is niet hetzelfde als instemmen. Je mag feedback wegen, maar pas nadat je hem echt hebt gehoord.
Knowledge check

Welke zin is een waarneming en geen interpretatie?

Waar staat de laatste G van het 4G-model voor?

Je krijgt feedback waar je het niet mee eens bent. Wat doe je volgens dit hoofdstuk als eerste?

Ready for the next step?

Je hebt de gratis starter van Gesprekstechnieken afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is Het communicatieproces: Het communicatiemodel, de communicatiewetten, en hoe ruis en referentiekader je boodschap verbuigen.

Take the 2-day course →

Vanaf €1250,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij

Share this chapter: