3. Belastinglatenties berekenen

Rekenen aan latenties is niets anders dan het optellen van gestructureerde verschillen. Je bepaalt per post het verschil, laat daar het juiste tarief op los en verklaart tot slot de mutatie ten opzichte van vorig jaar. De twee vorige hoofdstukken leverden je het verschil en de richting; dit hoofdstuk maakt er een bedrag van dat je kunt verantwoorden.

Learning objectives

Na dit hoofdstuk kun je:

  • Per balanspost het tijdelijke verschil vaststellen en vastleggen in een verschillenmatrix.
  • Bepalen welk belastingtarief je op een verschil toepast, ook als het tarief in de toekomst wijzigt.
  • De latentiestand aansluiten van beginstand naar eindstand in een mutatieoverzicht.
  • Uitleggen waarom een verschillenmatrix de basis is voor je dossier en je toelichting.

De verschillenmatrix per balanspost

De verschillenmatrix is het werkblad waarin je alle tijdelijke verschillen van een boekjaar naast elkaar zet. Elke regel is een balanspost, elke kolom een stap in de berekening. Werk je met de balansbenadering uit hoofdstuk 1, dan is deze matrix simpelweg de uitgeschreven vorm daarvan. Het voordeel is dat je niets vergeet: elke post die commercieel op de balans staat komt in de matrix terug, ook als het verschil nul is.

Je bouwt hem in vijf stappen op. Je neemt de commerciële balans als vertrekpunt en loopt alle activa en passiva af, van immateriële vaste activa tot voorzieningen en schulden; elke post krijgt een eigen regel. Je zet de fiscale boekwaarde ernaast, uit de fiscale vermogensopstelling of uit de laatst ingediende aangifte, bijgewerkt tot balansdatum. Je berekent het verschil: commerciële boekwaarde min fiscale boekwaarde. Een positief getal bij een actief wijst op een belastbaar verschil, een negatief getal op een verrekenbaar verschil; bij verplichtingen draait die logica om. Je schrapt de permanente verschillen: posten die nooit tot afrekening leiden krijgen geen latentie, maar je noteert ze wel, met de reden erbij. En je rekent het resterende verschil om naar een latentie door te vermenigvuldigen met het toepasselijke tarief.

Example

Een bv heeft in 2019 een bedrijfspand gekocht voor 1.500.000 euro, waarvan 400.000 euro grond. Commercieel schrijft de bv de opstal in 40 jaar af tot een restwaarde van 100.000 euro, dus 25.000 euro per jaar. Fiscaal is in 2022 een willekeurige afschrijving toegepast en is de bodemwaarde inmiddels bereikt, waardoor de fiscale afschrijving stilstaat.

Per 31 december staat het pand commercieel voor 1.200.000 euro in de boeken en fiscaal voor 900.000 euro. Het verschil bedraagt 300.000 euro. De commerciële boekwaarde is hoger, dus fiscaal is er al meer afgeschreven dan commercieel. Bij verkoop of bij verdere afschrijving betaalt de bv daarover alsnog belasting. Tegen 25,8 procent levert dat een passieve latentie op van 77.400 euro.

Drie plekken waar het misgaat

De matrix is snel gemaakt, maar er zijn drie plekken waar het in de praktijk fout loopt.

De eerste is de grond onder een gebouw. Commercieel schrijf je daar niet op af, fiscaal ook niet, dus het verschil is meestal nul. Je splitst grond en opstal wel apart uit, anders vergelijk je twee posten met een verschillende afschrijvingsgeschiedenis in één regel.

De tweede is de herinvesteringsreserve. Je rekent met de fiscale boekwaarde na afboeking van de reserve, anders tel je het verschil dubbel.

De derde is het compensabele verlies. Dat verschil vind je niet in een balanspost terug, maar in de aangifte. Het krijgt een aparte regel onderaan de matrix, met een verwijzing naar de verliesbeschikking.

Tip

Je bouwt de matrix het handigst op in een spreadsheet met een vaste kolomstructuur en bewaart hem per boekjaar. Volgend jaar vul je alleen de kolom met de nieuwe boekwaarden. De vergelijking met vorig jaar rolt er dan automatisch uit, en dat scheelt je de discussie over de vraag waar de mutatie vandaan komt.

Het toepasselijke tarief kiezen

Het toepasselijke belastingtarief is het tarief dat naar verwachting geldt op het moment dat het tijdelijke verschil zich omkeert. Dat is dus niet automatisch het tarief van het huidige boekjaar. Keert een verschil pas over zeven jaar om, en is er inmiddels een tariefwijziging in de wet vastgelegd, dan reken je met het nieuwe tarief.

Twee voorwaarden bepalen je keuze. De eerste is dat het tarief op balansdatum in wetgeving is vastgelegd of feitelijk vaststaat: een aankondiging in een regeerakkoord telt niet mee, een aangenomen wetsvoorstel wel. De tweede is dat je kijkt naar het jaar van omkering, niet naar het jaar van ontstaan.

Geen fiscaal of verslaggevingsadvies

De 25,8 procent waarmee hierna gerekend wordt is het percentage dat onze syllabus in zijn voorbeelden gebruikt, niet een tarief dat wij hier vaststellen voor jouw situatie. Welk tarief in jouw dossier toepasselijk is, hangt af van het jaar van omkering en van de wet zoals die op balansdatum luidt. Deze cursus is geen fiscaal en geen verslaggevingsadvies.

Rekenvoorbeeld met een bedrijfspand

Een bedrijfspand is het klassieke voorbeeld van een afschrijvingsverschil, doordat de bodemwaarde de fiscale afschrijving op een gegeven moment stilzet. Neem deze casus. Een bv koopt op 1 januari 2019 een bedrijfspand voor 1.200.000 euro, waarvan 400.000 euro grond en 800.000 euro opstal. Commercieel schrijft de bv de opstal in 40 jaar af naar nul, dus 20.000 euro per jaar. Fiscaal geldt hetzelfde bedrag, maar de afschrijving stopt zodra de fiscale boekwaarde de WOZ-waarde van 1.000.000 euro bereikt. Dat moment ligt eind 2028, want dan is er tien keer 20.000 euro afgeschreven. Het toepasselijke tarief is 25,8 procent.

Zo kom je op balansdatum 31 december 2031 tot het bedrag van de latentie. Je bepaalt de commerciële boekwaarde: van 2019 tot en met 2031 zijn dertien jaarlijkse afschrijvingen genomen, dus 1.200.000 min dertien keer 20.000 is 940.000 euro. Je bepaalt de fiscale boekwaarde: de fiscale afschrijving is eind 2028 gestopt op de bodemwaarde, dus die blijft 1.000.000 euro. Je berekent het verschil: 940.000 min 1.000.000 is min 60.000 euro, de commerciële boekwaarde ligt dus lager dan de fiscale. Je bepaalt de aard van het verschil: bij een actief betekent een lagere commerciële boekwaarde dat er fiscaal nog aftrekpotentieel over is, dus het gaat om een verrekenbaar tijdelijk verschil. En je vermenigvuldigt met het toepasselijke tarief: 60.000 maal 25,8 procent is 15.480 euro actieve belastinglatentie.

Het verschil keert om op het moment dat het pand wordt verkocht of gesloopt. De fiscale boekwinst valt dan 60.000 euro lager uit dan de commerciële, waardoor de bv over dat jaar minder belasting betaalt dan de commerciële cijfers doen vermoeden. Precies dat toekomstige voordeel staat nu als actief op de balans. Dat is ook waar de kasvraag uit hoofdstuk 2 op uitkomt: minder betalen betekent actief.

De matrix voor dit boekjaar

Werkblad met zes kolommen: post, commercieel, fiscaal, verschil, aard en latentie, met vier ingevulde regels voor bedrijfspand, machinepark, voorziening groot onderhoud en deelneming.
Een werkblad waarin per balanspost het verschil en de bijbehorende latentie wordt bepaald.

Zet je die uitkomst naast de andere posten van dezelfde bv, dan ontstaat het overzicht waarmee je je berekening later verantwoordt. Regel voor regel:

  • Bedrijfspand: commercieel 940.000, fiscaal 1.000.000, verschil min 60.000. Verrekenbaar, tegen 25,8 procent een actieve latentie van 15.480 euro.
  • Machinepark: commercieel 480.000, fiscaal 320.000, verschil 160.000. Belastbaar, tegen 25,8 procent een passieve latentie van 41.280 euro.
  • Voorziening groot onderhoud: commercieel 90.000, fiscaal 45.000, verschil 45.000. Verrekenbaar, want bij een verplichting keert de logica om; tegen 25,8 procent een actieve latentie van 11.610 euro.
  • Deelneming: commercieel 750.000, fiscaal 750.000, verschil nul. Permanent, dus geen tarief en geen latentie.

Let op de laatste regel. Die post krijgt geen latentie, maar hij blijft wel in de matrix staan, met de reden erbij. Zo kun je een jaar later laten zien dat je hem hebt bekeken en bewust hebt overgeslagen, in plaats van dat hij is vergeten.

Tip

In je matrix hoort altijd een extra kolom voor het jaar van omkering. Bij een pand ligt dat moment mogelijk pas over vijftien jaar, bij een voorziening groot onderhoud vaak al over twee jaar. Die kolom helpt je bij het kiezen van het toepasselijke tarief en maakt je dossier controleerbaar.

Mutaties tussen twee balansdata

De balans laat een stand zien, maar je resultaat wordt bepaald door de beweging tussen twee standen. Wie alleen de eindstand berekent, weet nog niet hoeveel latente belastinglast of -bate er in de winst-en-verliesrekening thuishoort.

Het mutatieoverzicht latenties is de aansluiting tussen de beginstand en de eindstand van elke latentie, uitgesplitst naar de oorzaak van elke beweging. Voor het pand uit het rekenvoorbeeld ziet die aansluiting er zo uit. De actieve latentie bedroeg per 31 december 2030 nog 10.320 euro, namelijk 40.000 euro verschil maal 25,8 procent. Per 31 december 2031 is dat 15.480 euro. De toename van 5.160 euro is het gevolg van één extra jaar commerciële afschrijving zonder fiscale tegenhanger, en komt als latente belastingbate in het resultaat.

Example

Wijzigt het tarief, dan herreken je de volledige beginstand tegen het nieuwe tarief. Stel dat je per balansdatum een passieve latentie van 38.700 euro hebt op een herinvesteringsreserve van 150.000 euro, en dat het tarief voor het jaar van omkering is verlaagd naar 24 procent. De nieuwe stand wordt 150.000 maal 24 procent is 36.000 euro. Het verschil van 2.700 euro valt vrij in de belastinglast.

Dat effect presenteer je als aparte regel in je mutatieoverzicht. Zo blijft zichtbaar welk deel van je belastinglast komt uit het ontstaan of omkeren van verschillen, en welk deel puur het gevolg is van gewijzigde wetgeving. Dat scheelt discussie bij de controle en maakt de toelichting op de effectieve belastingdruk een stuk makkelijker.

Mutaties die niet via het resultaat lopen

Niet elke beweging raakt de winst-en-verliesrekening. De hoofdregel is dat de latentie de onderliggende post volgt. Herwaardeer je het machinepark commercieel met 300.000 euro en boek je die herwaardering rechtstreeks in de herwaarderingsreserve, dan boek je de bijbehorende passieve latentie van 77.400 euro ook rechtstreeks ten laste van het eigen vermogen. In het resultaat zie je er niets van terug.

Datzelfde geldt voor latenties die ontstaan bij een overname. Die vormen onderdeel van de eerste waardering van de verkregen activa en passiva en lopen dus niet via de belastinglast van het jaar. In hoofdstuk 4 zie je hoe je deze bewegingen boekt.

Exercise

Een bv koopt op 1 januari 2028 een machine voor 250.000 euro. Commercieel wordt in tien jaar lineair afgeschreven naar nul. Fiscaal geldt willekeurige afschrijving: in 2028 mag 100.000 euro ten laste van het resultaat komen, daarna 25.000 euro per jaar. Het toepasselijke tarief is 25,8 procent. Bereken en noteer:

  • De commerciële boekwaarde per 31 december 2028.
  • De fiscale boekwaarde per 31 december 2028.
  • Het verschil en de aard ervan: belastbaar of verrekenbaar.
  • De latentie per 31 december 2028: het bedrag, en actief of passief.
  • De latentie per 31 december 2029, met beide boekwaarden opnieuw berekend.
  • De mutatie over 2029: het bedrag, en last of bate.

Bespreek daarna met een collega in welk jaar het verschil volledig is omgekeerd. Pak er ook je eigen werkblad uit hoofdstuk 1 bij en zet de vijf posten die je daar hebt gescand om in matrixregels, met verschil, aard, tarief en latentie.

Summary

  • Je berekent een latentie in vijf stappen: commerciële boekwaarde, fiscale boekwaarde, verschil, aard van het verschil en tarief.
  • De verschillenmatrix is het werkblad waarin je dat per post vastlegt. Ook posten zonder verschil en permanente verschillen blijven erin staan, met de reden erbij.
  • Drie plekken waar het misgaat: grond en opstal in één regel, de herinvesteringsreserve dubbel geteld, en het compensabele verlies dat in de aangifte zit en niet in een balanspost.
  • Het toepasselijke tarief is het tarief van het jaar van omkering, mits het op balansdatum in wetgeving is vastgelegd of feitelijk vaststaat.
  • Bij een bedrijfspand ontstaat door de bodemwaarde vaak een verrekenbaar verschil en dus een actieve latentie, ook al is de post een actief.
  • Het mutatieoverzicht verbindt beginstand en eindstand en splitst de beweging uit naar mutaties via het resultaat, mutaties via het eigen vermogen en het effect van een tariefwijziging.
  • Bij een tariefwijziging herreken je de volledige beginstand en toon je dat effect op een aparte regel.
Knowledge check

Een verschil op een bedrijfspand keert naar verwachting pas over zeven jaar om. Op balansdatum is een tariefverlaging per volgend jaar in de wet vastgelegd. Met welk tarief reken je?

Een bedrijfspand staat commercieel voor 940.000 euro en fiscaal voor 1.000.000 euro, doordat de fiscale afschrijving op de bodemwaarde is gestopt. Wat volgt daaruit bij 25,8 procent?

Een deelneming staat commercieel en fiscaal allebei op 750.000 euro en valt onder de deelnemingsvrijstelling. Wat doe je met die regel in de verschillenmatrix?

Share this chapter: