3. Tegenstrijdige signalen
"Prima hoor", zegt iemand, terwijl de schouders zakken en de blik naar het raam gaat. Je merkt dat er iets niet klopt, maar je kunt er de vinger niet op leggen, en voor je het weet loopt de vergadering door. Dit hoofdstuk gaat over dat moment: wat je ermee doet, en vooral wat je er niet mee doet.
After this chapter:
- Leg je uit wat incongruentie is en waar die meestal vandaan komt.
- Merk je verschillen tussen woorden, lichaam en stem op zonder er meteen een oordeel aan te hangen.
- Kies je tussen een directe en een indirecte formulering, en schat je het effect van beide in.
- Maak je een tegenstrijdig signaal bespreekbaar in vijf stappen.
- Weet je waarom een conclusie over eerlijkheid vrijwel altijd te snel is.
Incongruentie herkennen
Congruentie betekent dat je drie kanalen hetzelfde vertellen. Je woorden, je houding en je stem versterken elkaar, en de ander hoeft niets te vertalen. Incongruentie is het omgekeerde: wat iemand zegt, komt niet overeen met wat zijn lichaam laat zien of wat zijn stem laat horen. De signalen spreken elkaar tegen.

Het schema hierboven laat dat zien met drie pijlen per situatie, voor woorden, lichaam en stem. Links wijzen ze alle drie dezelfde kant op: dat is congruent. Rechts wijst de pijl van de woorden nog wel de ene kant op, maar die van lichaam en stem de andere. Onder in het schema staan de vijf stappen waarmee je zo'n verschil bespreekbaar maakt: moment kiezen, waarneming benoemen, stilte laten vallen, checkvraag stellen, afspraak maken. Die vijf komen verderop uitgebreid terug.
De ontvanger merkt zo'n verschil vrijwel altijd op, ook als hij het niet in woorden kan vangen. Wat hij overhoudt is een vaag gevoel: er klopt iets niet. En bij twijfel tussen woord en lichaam kiest de ontvanger meestal het lichaam. Dat is niet gek, want je woorden kies je bewust en je houding grotendeels niet.
Waar incongruentie vandaan komt
Tegenstrijdige signalen zijn zelden een poging tot misleiding. Meestal is er een veel gewonere oorzaak, en die vijf komen het vaakst voor. Beleefdheid: iemand wil geen spelbreker zijn en zegt ja terwijl zijn systeem nee doet. Twijfel: de inhoud is nog niet af, het hoofd zegt ja, het gevoel loopt achter, en dat verschil lekt weg via de stem. Rolverwachting: in een functie hoor je zelfverzekerd te klinken, dus voldoen de woorden aan die verwachting en de schouders nog niet. Gebrek aan veiligheid: de echte boodschap is te riskant om uit te spreken, dus komt hij er zijdelings uit. En slecht getimede automatismen: je zegt iets vriendelijks terwijl je al met je lichaam naar de deur draait, omdat je haast hebt.
Alleen bij bewust liegen is er sprake van opzet, en dat is de zeldzaamste categorie. Daarom is de conclusie dat iemand niet eerlijk is bijna altijd te snel. Je ziet spanning; je ziet niet waar die spanning vandaan komt. Dat onderscheid is het belangrijkste dat je uit dit hoofdstuk meeneemt.
Wat je precies opmerkt
Incongruentie zit bijna altijd in een verschil tussen kanalen op hetzelfde moment. Deze vijf kom je het vaakst tegen. Woord tegenover gezicht: "leuk je te zien" met een strakke mond en een blik die al voorbij je kijkt. Woord tegenover houding: instemming uitspreken terwijl de romp wegdraait en de voeten al richting uitgang staan. Woord tegenover stem: een toezegging die eindigt op een stijgende intonatie, waardoor de zin klinkt als een vraag. Timing: een glimlach die pas komt nadat de zin al af is, of een knik die twee tellen te laat volgt. En duur: enthousiasme dat direct na de zin weer van het gezicht valt.
Ook hier werk je met clusters en met de basislijn van deze persoon uit hoofdstuk 1. Eén afwijking is geen conclusie. Iemand die altijd zacht praat, is niet ineens onzeker omdat hij zacht praat.
Je vraagt aan Wouter of hij de rapportage vrijdag kan opleveren. Hij zegt: "Ja, dat regel ik." Tegelijk gebeuren er drie dingen: hij haalt zijn adem in vóór het antwoord, zijn stem gaat aan het eind van de zin omhoog, en hij pakt zijn agenda erbij terwijl hij het zegt.
De verleiding is om te denken: hij wil niet. Dat is een interpretatie. Wat je zag is een aarzeling, een stijgende intonatie en een zoekbeweging naar zijn planning. Een bruikbare reactie is dan: "Je zegt ja, en tegelijk pak je je agenda erbij. Hoe vol staat vrijdag eigenlijk?" Wouter blijkt die dag twee andere deadlines te hebben. Er was geen onwil, er was een agendaprobleem.
Direct tegenover indirect
Niet elke tegenstrijdigheid is een verspreking of een verborgen emotie. Soms is het een stijl. Mensen verschillen sterk in hoeveel van hun boodschap ze in de woorden zelf leggen, en hoeveel ze eromheen laten hangen. Bij directe communicatie staat de kern in de woorden: wat je hoort is wat er bedoeld wordt, en het non-verbale kanaal ondersteunt dat hooguit. Bij indirecte communicatie staat de kern ergens anders: in de toon, in de vraagvorm, in wat er juist niet gezegd wordt, of in het moment waarop iemand het onderwerp aansnijdt.
Direct formuleren levert duidelijkheid op. De ander hoeft niets te vertalen en er is weinig ruimte voor misverstand. Als snelheid telt, bij veiligheid, bij deadlines of bij een technisch probleem, is dat de enige werkbare stijl. De prijs betaal je aan de andere kant: een directe zin kan hard aankomen, zeker bij iemand die zelf indirect communiceert. Die hoort in "de cijfers in slide 4 kloppen niet" een correctie op de cijfers en daarbij een oordeel over hemzelf.
Indirect formuleren beschermt de relatie en het gezicht van de ander. Je laat ruimte om te weigeren zonder dat iemand dat hardop hoeft te zeggen, en je test af of een onderwerp bespreekbaar is voordat je erin duikt. In hiërarchische verhoudingen en in gevoelige gesprekken doen de meeste mensen dat automatisch. Het risico zit in de duidelijkheid: hoe verder de kern van de woorden af komt te liggen, hoe meer de ander moet raden. En raden gebeurt vanuit zijn eigen beeld van de situatie, niet vanuit dat van jou. Zo ontstaat een gesprek waarin twee mensen tevreden uit elkaar gaan met verschillende conclusies.
Daarom lijken indirecte sprekers vaker incongruent. Bij iemand die indirect communiceert is het verschil tussen woorden en lichaam geen storing maar het systeem zelf. De woorden dekken de relatie af, het lichaam draagt de inhoud. "Ik ga even kijken wat er mogelijk is", gezegd met een korte adempauze, een blik naar de agenda en een lichte hoofdschudding, betekent nee. Dat is geen leugen. Het is een boodschap over twee kanalen verdeeld, waarbij van jou verwacht wordt dat je ze allebei leest.
Zit je in een gesprek met iemand die duidelijk indirecter formuleert dan jij, dan helpt het om je eigen tempo te verlagen en langer te wachten na een antwoord. In die stilte komt bij indirecte sprekers vaak de echte boodschap alsnog naar buiten.
Het verschil benoemen in vijf stappen
Het verschil zien is één ding. Er iets mee doen zonder dat de ander dichtklapt, is een tweede. Wie een tegenstrijdigheid benoemt als beschuldiging, krijgt een verdediging terug en verliest juist de informatie die hij zocht. Je hoeft trouwens niet elke incongruentie te benoemen. Dat doe je wel als de tegenstrijdigheid gevolgen heeft voor een afspraak, een besluit of de sfeer in de samenwerking.
1. Moment kiezen. Je benoemt het onder vier ogen en zo dicht mogelijk bij het moment waarop je het zag. In een volle vergaderzaal zet je iemand voor het blok, en dan wint gezichtsbehoud het altijd van eerlijkheid.
2. Waarneming benoemen. Je noemt alleen wat filmbaar is. "Je zei net dat het je goed uitkomt, en tegelijk zag ik je even je wenkbrauwen optrekken en werd het stil." Geen conclusie, geen etiket.
3. Stilte laten vallen. Na je waarneming laat je één tot drie seconden vallen. Die stilte doet het werk. Vul je hem zelf in, dan geef je de ander een kant-en-klare uitleg om achter weg te kruipen.
4. Checkvraag stellen. Je vraagt naar betekenis in gewone taal: "Hoe zit het voor jou?" of "Wat maakte dat je even aarzelde?" Niet: "Je bent het er dus niet mee eens, of wel?"
5. Afspraak maken. Wat er ook uitkomt, je sluit af met iets concreets. Anders blijft de ondertoon van het gesprek zwaarder wegen dan de woorden die erin gezegd zijn. En wat je terugkrijgt neem je aan zoals het komt, ook als het je verrast: wie doorduwt na een eerlijk antwoord, leert de ander om het de volgende keer niet meer te zeggen.
Teamleider Joost spreekt medewerker Fatima na afloop van een overleg, bij de koffieautomaat, twintig minuten na het moment zelf.
Joost: "Je zei in het overleg dat je de nieuwe planning prima vindt. Ik zag je daarbij achterover leunen en je armen over elkaar doen, en je stem ging omlaag." Dan valt er een stilte van drie tellen.
Fatima: "Ja, de planning zelf is niet het probleem. Ik hoorde pas gisteren dat ik ook nog de inwerkperiode van Sander erbij krijg."
Joost: "Dus de planning klopt, maar de optelsom niet. Wat heb je nodig om die twee naast elkaar te doen?" Ze spreken af dat Fatima twee van haar vier dossiers tijdelijk overdraagt.
De waarneming opende het gesprek. Had Joost gezegd "ik merk dat je er niet achter staat", dan had hij een ontkenning gekregen en was hij nooit bij Sander uitgekomen.
Formuleringen die beginnen met "ik heb het gevoel dat…" of "je lijkt…" klinken zacht, maar zijn interpretatie. De ander hoort er een oordeel in en gaat daarover in discussie in plaats van over de situatie. "Ik zie je twijfelen" landt anders dan "je twijfelt": het eerste is jouw indruk en die mag de ander corrigeren.
Denk terug aan een gesprek van de afgelopen twee weken waarin je dacht: er klopt iets niet, maar ik kon er niet de vinger op leggen. Werk de situatie uit op papier:
- Situation: wie, waar, waar ging het over.
- Gesproken woorden: wat zei de ander letterlijk.
- Wat je zag: houding, gezicht, handen, richting van het lichaam.
- Wat je hoorde: tempo, volume, intonatie, pauzes.
- Het verschil: welk kanaal sprak welk ander kanaal tegen.
- Jouw interpretatie destijds: wat dacht je dat het betekende.
- De checkvraag die je had kunnen stellen: één zin, feitelijk en zonder oordeel.
Laat je uitwerking daarna lezen door iemand anders en vraag hem aan te strepen welke zinnen waarneming zijn en welke al interpretatie. Pak tot slot het blaadje uit de inleiding erbij: kun je je leervraag inmiddels beantwoorden?
Summary
- Incongruentie is een verschil tussen woorden, lichaam en stem op hetzelfde moment. De ontvanger merkt het en gelooft in de regel het lichaam.
- De oorzaak is zelden misleiding: beleefdheid, twijfel, rolverwachting, gebrek aan veiligheid en slechte timing komen veel vaker voor.
- Je ziet spanning, je ziet niet waar die vandaan komt. Een conclusie over eerlijkheid is bijna altijd te snel.
- Direct communiceren zet de kern in de woorden; indirect communiceren beschermt de relatie en legt meer van de boodschap in het non-verbale kanaal.
- Een tegenstrijdigheid benoem je in vijf stappen: moment kiezen, waarneming benoemen, stilte laten vallen, checkvraag stellen, afspraak maken.
- Waarneming opent het gesprek, interpretatie sluit het.
Wat is volgens dit hoofdstuk verreweg de meest voorkomende oorzaak van tegenstrijdige signalen?
Je wilt een tegenstrijdig signaal benoemen. Welke openingszin past bij stap 2?
Waarom laat je na je waarneming één tot drie seconden stilte vallen?
Ready for the next step?
Je hebt de gratis starter van Lichaamstaal afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is The communication model: Van zender naar ontvanger, de drie soorten ruis, de drie communicatiekanalen en de formule E = K x A.
Take the 2-day course →Vanaf €1250,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij