4. Je eerste mindmap in vijf stappen
Een leeg blad is de makkelijkste plek om vast te lopen. Wat je in de eerste minuut in het midden zet, bepaalt hoe bruikbaar alles wordt wat daarna volgt. Dit hoofdstuk geeft je de volgorde: eerst de vraag, dan het beeld, dan de hoofdtakken, dan de lagen, en tot slot het opschonen. Wie stap één overslaat, merkt dat pas bij stap vier, als de takken alle kanten op waaieren zonder ergens uit te komen.
After this chapter:
- Benoem je de vijf stappen en weet je waar je in het proces zit.
- Formuleer je een centrale vraagstelling die scherp genoeg is om je takken richting te geven.
- Kies je vier tot zeven hoofdtakken langs drie verschillende routes.
- Werk je in de breedte voordat je de diepte in gaat, met een parkeerkader voor invallen.
- Weet je wanneer je een concept opschoont tot een definitieve versie en wanneer niet.

Het schema hierboven laat de vijf stappen zien op één voorbeeld. Bovenaan staat de vraag: hoe zorgen we dat een nieuwe collega binnen zes weken zelfstandig draait? In het midden staat het onderwerp "inwerken". Daaromheen lopen vijf hoofdtakken: kennis (met systemen en dossiers), contacten (met team en klanten), taken (met week 1 en week 4), begeleiding (met maatje en uren) en meetpunten (met week 2 en week 6). Linksboven staat een parkeerkader met drie invallen die nergens onder pasten: laptop bestellen, toegang pand en contract tekenen. Onderaan staat wat er bij het opschonen gebeurt.
Stap 1: begin met een scherpe vraag
De centrale vraagstelling is de vraag die je mindmap beantwoordt. Ze staat niet op papier, maar wel in je hoofd terwijl je tekent, en bepaalt bij elk trefwoord of het erbij hoort. Zonder die vraag heb je alleen een onderwerp, en een onderwerp geeft je geen reden om iets weg te laten.
"Marketing" is een onderwerp: daar past letterlijk alles onder. "Hoe halen we het komende kwartaal twintig nieuwe klanten binnen?" is een vraag: die stuurt je naar kanalen, budget, doelgroep en capaciteit, en houdt het jaarverslag van vorig jaar buiten de deur. Een bruikbare vraag herken je aan drie dingen: er zit een werkwoord in, er zit een afbakening in tijd of omvang, en je kunt hem beantwoorden.
Teamleider Joost wil een mindmap maken over het inwerken van nieuwe collega's. Zijn eerste poging is "inwerken". Dat is te breed: alles wat met nieuwe mensen te maken heeft past erop, en na tien minuten staat er een map met dertig losse takken zonder samenhang. Hij herschrijft de vraag naar: "Hoe zorgen we dat een nieuwe collega binnen zes weken zelfstandig draait?" Nu vallen de hoofdtakken bijna vanzelf op hun plek: kennis, contacten, taken, begeleiding en meetpunten. En bij elk trefwoord is er een toets: helpt dit binnen zes weken, of niet? Het idee voor een jaarlijkse teamdag valt daarmee af, en dat scheelt hem een halve map.
Twijfel je of je vraag scherp genoeg is, doe dan de tegenproef: bedenk drie dingen die er beslist niet in mogen. Kun je die niet noemen, dan is je vraag nog een onderwerp.
Stap 2: zet het centrale beeld neer
Pak een liggend vel, het liefst A3. A4 staand loopt bijna altijd te vroeg vast: je hoofdtakken botsen tegen de zijranden en je subtakken kruipen naar beneden. Drie tot vijf kleuren zijn genoeg, in twee diktes: een dikkere punt voor de hoofdtakken en een fijne punt voor de rest. Zorg voor een vrij vlak zodat je het blad kunt draaien, leg je bronnen ernaast en niet eronder, en blokkeer drie kwartier zonder meldingen. Dat laatste scheelt meer dan een extra kleur stift.
Teken dan je onderwerp in het midden, in hooguit een minuut, met het woord erin of eronder. Het hoeft niets voor te stellen voor een ander.
Stap 3: kies vier tot zeven hoofdtakken
Minder dan vier hoofdtakken levert meestal een verkapt lijstje op, meer dan zeven maakt de map onoverzichtelijk. Je zoekt categorieën die breed genoeg zijn om te dragen wat er nog komt. Drie routes helpen je daaraan. De eerste zijn de vaste vraagwoorden: wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe. Bruikbaar bij verslagen, plannen en analyses. De tweede is de structuur van je bron: bij een artikel of rapport neem je de hoofdstukindeling over als vertrekpunt. De derde is eerst dumpen, dan clusteren: je schrijft twintig losse invallen op een kladblad, groepeert ze en gebruikt de groepsnamen als hoofdtak. Die laatste werkt het best bij onderwerpen waarvan je de structuur nog niet kent; de eerste twee zijn sneller als het onderwerp al een vorm heeft.
Twijfel je tussen twee hoofdtakken die op elkaar lijken, kies er dan voorlopig één. Blijkt tijdens het uitwerken dat er te veel onder hangt, dan splits je alsnog. Splitsen kost minder tijd dan samenvoegen.
Stap 4: werk uit in lagen, breedte vóór diepte
Na de hoofdtakken komt de verleiding om er meteen één helemaal af te maken. Dat is precies wat je niet doet. In rondje één ga je alle hoofdtakken langs en hangt er per stuk twee tot vier subtakken aan. In rondje twee verdiep je de subtakken die daarom vragen. In rondje drie vul je aan wat je mist en leg je de dwarsverbindingen. Zolang je in de breedte werkt blijft je overzicht in beeld en zie je waar informatie ontbreekt. Duik je meteen de diepte in, dan raakt je werkgeheugen gevuld met details van tak één terwijl de takken twee tot vijf nog leeg zijn.
De meeste mappen zijn na drie of vier lagen klaar. Loopt een tak door naar laag zes, dan zit daar vaak een zelfstandig onderwerp in verstopt dat een eigen map verdient.
Tijdens het uitwerken komt er altijd iets binnen dat nergens hoort: een taak, een naam, een idee voor volgend jaar. Dat kwijtraken is zonde, en inpassen bederft je structuur. Zet daarom in een hoek van je blad een klein kader met het woord "parkeren" erboven. Je map blijft schoon en je hoofd blijft leeg.
Ruben mindmapt een projectplan met vijf hoofdtakken. Bij de tak "planning" schiet hem te binnen dat de leverancier nog een contract moet tekenen. Dat hoort niet bij planning en ook niet bij de andere vier. Hij zet het in zijn parkeerkader en gaat door. Aan het eind staan er drie dingen geparkeerd: het contract, een verzekeringsvraag en een discussie over eigendom van de broncode. Samen vormen ze een zesde hoofdtak, "juridisch", die hij bij het opschonen alsnog tekent. Had hij het contract meteen onder planning gehangen, dan waren de andere twee nooit bij elkaar gekomen.
Stap 5: opschonen
Het verschil tussen een concept en een definitieve versie zit niet in schoonheid maar in functie. Het concept dient je denken, met doorstrepingen en wisselende structuur. De definitieve versie dient je geheugen en je lezer. Niet elke map hoeft door deze stap heen: een map die je maakte om iets uit te denken en daarna weggooit, blijft concept. Ga je hem bewaren of laten zien, dan levert een kwartier opschonen je maanden leesbaarheid op.
- Structuur controleren: hangt elk trefwoord onder de juiste hoofdtak? Verplaats wat er niet thuishoort.
- Parkeerkader legen: hang elke geparkeerde inval alsnog ergens op, maak er een nieuwe hoofdtak van, of zet hem op je actielijst.
- Overtekenen op een schoon vel: neem de structuur over, nu met de definitieve indeling en met ruimte waar je nog aanvulling verwacht.
- Beeldtaal toevoegen: zet een klein teken bij de vijf punten die er echt toe doen, zodat je oog ze bij het terugkijken meteen vindt.
- Datum en vraagstelling noteren: schrijf rechtsonder de datum en je centrale vraag, zodat de map over een halfjaar nog zelfstandig te lezen is.
Het overtekenen voelt als dubbel werk, maar het is een gratis herhaling. Terwijl je de map opnieuw opbouwt haal je de inhoud actief op, en dat levert je meer geheugenwinst op dan drie keer je aantekeningen doorlezen.
Kies een klus die deze week op je bureau ligt en doorloop de vijf stappen op papier.
- Schrijf je onderwerp in één woord op, herschrijf het als vraag met een werkwoord erin, en voeg een afbakening toe in tijd of aantal.
- Doe de tegenproef: noteer drie onderdelen die door die afbakening buiten de map vallen.
- Teken het centrale beeld en kies vier tot zeven hoofdtakken. Noteer erbij langs welke route je ze vond.
- Werk uit in drie rondjes en houd bij hoeveel subtakken er per hoofdtak hangen, welke tak om verdieping vroeg, en wat er in je parkeerkader terechtkwam.
- Schoon op, en noteer in twee zinnen wat er inhoudelijk veranderde tussen concept en definitieve versie.
Summary
- De vaste volgorde is: vraagstelling, centraal beeld, vier tot zeven hoofdtakken, uitwerken in lagen, opschonen.
- Een bruikbare centrale vraag heeft een werkwoord, een afbakening en een antwoord. Zonder vraag heb je geen reden om iets weg te laten.
- Hoofdtakken vind je via vraagwoorden, via de structuur van je bron, of door eerst te dumpen en dan te clusteren.
- Werk in de breedte voordat je de diepte in gaat, in drie rondjes, en zet invallen die nergens passen in een parkeerkader.
- Het concept dient je denken, de opgeschoonde versie dient je geheugen en je lezer. Zet er datum en vraagstelling bij.
- Overtekenen is geen dubbel werk maar een gratis herhaling.
Wat is het verschil tussen "inwerken" en "hoe zorgen we dat een nieuwe collega binnen zes weken zelfstandig draait?"
Je hebt vijf hoofdtakken getekend. Wat doe je daarna volgens dit hoofdstuk?
Tijdens het uitwerken schiet je te binnen dat de leverancier nog een contract moet tekenen. Het past onder geen enkele hoofdtak. Wat doe je?
Ready for the next step?
Je hebt de gratis starter van Mindmappen afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is De kracht van visueel denken: Denken in beelden, een eigen beeldvocabulaire opbouwen en ruimte op het papier gebruiken als geheugensteun.
Volg de 1-daagse training →Vanaf €625,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij