3. Luisteren, samenvatten en doorvragen

Wie netwerken ongemakkelijk vindt, is meestal bang dat hij niets te vertellen heeft. Dat is het goede nieuws van dit hoofdstuk: je hoeft niets te vertellen. Luisteren klinkt passief, maar in een netwerkgesprek is het je belangrijkste stuurinstrument. Wie goed luistert, samenvat en doorvraagt, hoeft het gesprek niet te trekken. De ander levert de onderwerpen aan, jij bepaalt welke je oppakt.

Learning objectives

After this chapter:

  • Herken je op welk van de drie niveaus je luistert en kun je bewust omschakelen.
  • Gebruik je samenvatten om te controleren of je het goed hebt begrepen en om het gesprek te sturen.
  • Stel je open vragen die de ander aan het praten krijgen.
  • Ken je vier manieren om door te vragen en weet je wanneer het een verhoor wordt.
  • Weet je wanneer je beter kunt stoppen met doorvragen op dit onderwerp.

Het rondje dat je steeds opnieuw draait

Cirkel met luisteren, samenvatten en doorvragen die in elkaar overlopen, en daaronder de drie niveaus van luisteren: naar jezelf, naar de ander en naar het geheel.
Luisteren, samenvatten en doorvragen versterken elkaar. Elk rondje zakt het gesprek dieper.

De drie stappen heten samen LSD: luisteren, samenvatten, doorvragen. Je luistert, je vat in je eigen woorden samen wat je hebt gehoord, en op basis van die samenvatting stel je een vraag die het gesprek verdiept. Dan luister je weer. Zo draai je rondjes, en bij elke ronde zak je verder de gesprekstrechter uit hoofdstuk 2 in.

Niet elke laag van die trechter vraagt om evenveel LSD. In laag 1 en 2 is een samenvatting overdreven: niemand hoeft te horen dat je begrepen hebt dat de trein vertraagd was. Daar volstaat een reactie en een tweede vraag. Vanaf laag 3 gaat het renderen, want daar vertelt de ander iets waar meerdere kanten aan zitten. In laag 4 is het onmisbaar: daar hoor je waar de ander tegenaan loopt.

Drie niveaus van luisteren

Luisteren is geen aan-of-uitknop. Het niveau waarop je zit bepaalt hoeveel je uit een gesprek haalt, en het verschil zit niet in wat de ander zegt maar in waar jouw aandacht naartoe gaat.

Niveau 1 is luisteren naar jezelf. Je hoort de ander wel, maar je aandacht zit bij je eigen hoofd. Je bedenkt je volgende zin, of je zoekt in het verhaal van de ander een aanknopingspunt voor je eigen anekdote. Je knikt op de juiste momenten, dus van buiten valt het niet op. Niveau 1 is niet verkeerd; het is de stand waarin bijna iedereen begint. Het probleem is dat je er blijft hangen. Achteraf weet je nog wel dat het gesprek prettig was, maar je kunt niet navertellen waar de ander mee bezig is, en dan heb je niets waarmee je later contact kunt opnemen. Het herkenbaarste signaal is dat je jezelf hoort zeggen: "dat heb ik ook" of "grappig, bij ons is dat...". Dat is de reflex om het gesprek naar jezelf toe te trekken.

Niveau 2 is luisteren naar de ander. Hier verplaats je je aandacht volledig naar het verhaal van de ander. Je volgt de inhoud, onthoudt namen en details, en merkt op welke woorden hij kiest. Dat vraagt iets ongemakkelijks: stiltes laten vallen. Twee tellen niets zeggen voelt lang, maar in die twee tellen komt vaak de zin die er werkelijk toe doet. Je herkent niveau 2 aan wat je achteraf kunt navertellen. Kun je zeggen waar deze persoon mee bezig is, welk probleem er speelt en waar die naartoe wil? Dan zat je goed.

Niveau 3 is luisteren naar het geheel. Nu luister je ook naar alles rondom de woorden: tempo, toon, aarzeling, wat er opvallend snel wordt afgedaan en waar iemand juist bij blijft hangen. Dat levert informatie op die niet in de zinnen zit. Iemand die vertelt dat de reorganisatie "prima verlopen is" en er meteen overheen praat, geeft je een haakje. Iemand die bij het woord "project" versnelt, laat zien waar de energie zit. Op dit niveau houd je ook jezelf in de gaten: merk je dat je ongeduldig wordt of afdwaalt, dan is dat informatie over het gesprek, niet alleen over jou.

Example

Drie reacties op dezelfde zin: "Ik ben sinds januari teamleider, dus het is nu even zoeken."

Niveau 1: "Herkenbaar, ik ben zelf ook doorgegroeid vanuit een uitvoerende rol. Bij ons ging dat toen zo..."

Niveau 2: "Sinds januari pas. Waar zit dat zoeken vooral in?"

Niveau 3: "Je zegt 'even zoeken', maar ik hoor je twijfelen. Valt het tegen?"

Alle drie zijn beleefd. Alleen de tweede en de derde leveren je iets op waarmee je verder komt.

Tip

Je schakelt van niveau 1 naar niveau 2 met één afspraak met jezelf: je stelt eerst nog één vraag over het antwoord dat je net kreeg, voordat je iets over jezelf vertelt. Die ene extra vraag verandert de hele toon van het gesprek.

Samenvatten is sturen

Bij samenvatten geef je in je eigen woorden kort terug wat de ander net vertelde, en daarna houd je even je mond. Geen letterlijke herhaling, maar de kern in één of twee zinnen.

Dat doet drie dingen tegelijk. Het bewijst dat je op niveau 2 of 3 hebt geluisterd. Het levert je een correctie op als je het verkeerd had begrepen. En het geeft jou de regie over waar het gesprek heen gaat, want een samenvatting is nooit neutraal: je kiest welk deel van het verhaal je teruggeeft, en daar gaat het gesprek verder. Dat maakt samenvatten het rustigste stuurmiddel dat je hebt. Je onderbreekt niet, je stelt geen ongemakkelijke vraag, en toch beweeg je het gesprek.

Example

De ander: "Ik ben net van marketing naar business development gegaan, na de reorganisatie. Best wennen, want ik moet nu veel meer naar buiten. Ik volg er ook een opleiding voor, in de avond."

Samenvatting A: "Dus je bent sinds kort veel meer naar buiten gericht en zoekt daar je weg in." Het gesprek gaat verder over contacten leggen, precies waar jij ook mee bezig bent.

Samenvatting B: "Dus je studeert er 's avonds bij, naast een nieuwe rol." Het gesprek gaat verder over zijn agenda en de opleiding.

Beide samenvattingen kloppen. Ze leveren alleen een compleet ander vervolg op.

Doorvragen zonder te verhoren

Doorvragen is een tweede en een derde vraag stellen over hetzelfde onderwerp, in plaats van na het eerste antwoord door te springen naar een nieuw thema. In de praktijk gebeurt dat zelden: de meeste gesprekken bewegen in sprongen en blijven daardoor aan de oppervlakte.

Het verschil tussen doorvragen en verhoren zit in wat je tussen de vragen doet. Wie vraag op vraag stapelt, verhoort. Wie na een antwoord kort reageert, samenvat of iets van zichzelf laat zien en dan pas verder vraagt, voert een gesprek. De vuistregel: na elke twee vragen zet je iets terug.

Voor het materiaal zorgen open vragen. Een open vraag is niet met ja of nee te beantwoorden; hij begint met wat, hoe, welke, waar, wanneer of wie, en dwingt de ander om zelf inhoud te leveren. Een gesloten vraag is af te doen met één woord: ja, nee, drie jaar, in Utrecht. Gesloten vragen zijn handig als je iets wilt controleren of afbakenen, maar wie een gesprek uit gesloten vragen opbouwt, wordt de ondervrager en houdt zelf al het werk. Waarom-vragen zijn een aparte categorie: ze zijn open, maar klinken snel als een aanklacht. "Waarom heb je dat zo aangepakt?" wordt een stuk vriendelijker als "Hoe kwam je tot die aanpak?"

Doorvragen hoeft niet elke keer een nieuwe vraag te zijn. Er zijn vier bewegingen die je kunt afwisselen:

  • Verdiepen. Je vraagt naar het niveau onder het antwoord. "Je zegt dat het project vastliep. Waar zat dat precies op?"
  • Concretiseren. Je vraagt om een voorbeeld of een getal. Abstracte antwoorden worden pas bruikbaar als er een situatie achter zit. "Kun je een voorbeeld geven van zo'n week?"
  • Doorvragen op gevoel. Je vraagt wat iets met de ander deed. "Hoe was dat voor je, die overname?" Dit werkt alleen als er al enige warmte in het gesprek zit.
  • Doorvragen op de toekomst. Je verlegt de vraag naar wat er nu gaat gebeuren. "Wat is de eerstvolgende stap die je gaat zetten?" Dit is vaak de vraag waaruit blijkt wat de ander zoekt.
Example

Een oppervlakkig gesprek: "Wat doe je?" — "Ik ben inkoper bij een zorginstelling." — "Leuk. En kom je hier vaker?" — "Nee, eerste keer." — "Mooie locatie hè."

Hetzelfde begin, met doorvragen: "Wat doe je?" — "Ik ben inkoper bij een zorginstelling." — "Wat koop je dan zoal in?" — "Vooral medische hulpmiddelen. En sinds kort ook de ICT-contracten." — "Dat is een aardige sprong. Hoe is dat erbij gekomen?" — "Er vertrok iemand en het bleef liggen. Ik ben me er nu in aan het inwerken." — "Waar loop je dan tegenaan?" — "Ik ken de markt niet. Ik zou eigenlijk eens met een paar mensen willen praten die dat wel doen."

Vier vragen verder ligt er een concrete behoefte op tafel. Daar kun je iets mee, nu of over een maand.

Tip

Tel in een gesprek mee hoeveel vragen je achter elkaar stelt zonder er iets tussen te zetten. Bij drie of meer zit je in de verhoorstand. Een samenvatting of een eigen ervaring ertussen ontspant het gesprek meteen.

Wanneer je stopt

Er komt een moment waarop verder graven niets meer oplevert. De antwoorden worden korter, de ander kijkt weg of geeft een algemeen antwoord zonder nieuwe informatie. Die signalen betekenen zelden dat het gesprek klaar is; meestal is dit onderwerp klaar. Dan vat je samen wat je gehoord hebt, zet je iets van jezelf ertegenover en stap je over. Je hoeft daarvoor niet terug naar de bovenste laag van de trechter: een ander FORD-gebied op dezelfde diepte werkt prima.

Wat je hieraan overhoudt, merk je pas na afloop. Je loopt weg met de wetenschap waar de ander mee bezig is, en dat is precies de informatie waarmee je de volgende dag een bericht kunt sturen dat wordt beantwoord. "Hoe ging het gesprek met die leverancier?" krijgt een antwoord. "Leuk je gesproken te hebben" verdwijnt.

Exercise

Voer deze week drie gesprekken van minimaal vijf minuten: een collega, een klant en iemand die je nauwelijks kent. Spreek met jezelf af dat je in het eerste deel niets over jezelf vertelt, en draai per gesprek twee keer bewust het rondje luisteren, samenvatten, doorvragen. Noteer direct na afloop:

  • Gesprekspartner en gelegenheid.
  • Je eerste samenvatting, letterlijk opgeschreven.
  • Wat de ander daarna toevoegde of corrigeerde.
  • De doorvraag die het meeste opleverde.
  • Waar de ander mee bezig is, in één zin.
  • Op welk niveau je het grootste deel van het gesprek zat.

Vergelijk daarna de drie: bij wie zakte je het snelst terug naar niveau 1, en wat maakte dat zo?

Summary

  • LSD staat voor luisteren, samenvatten en doorvragen. Je draait dat rondje meerdere keren per gesprek en zakt zo de trechter in.
  • Niveau 1 is luisteren naar jezelf: je bedenkt je eigen zin en herkent dat aan "dat heb ik ook".
  • Niveau 2 is luisteren naar de ander: je kunt achteraf navertellen waar hij mee bezig is.
  • Niveau 3 is luisteren naar het geheel: tempo, toon en aarzeling vertellen je waar de energie zit.
  • Samenvatten bewijst dat je hebt geluisterd, levert een correctie op en stuurt het gesprek, want je kiest welk deel je teruggeeft.
  • Open vragen leveren een verhaal op, gesloten vragen een woord. Vervang waarom door hoe of wat.
  • Doorvragen doe je in vier bewegingen: verdiepen, concretiseren, op gevoel en op de toekomst. Na elke twee vragen zet je iets terug.
  • Als de antwoorden korter worden, is meestal het onderwerp klaar en niet het gesprek. Vat samen en stap over.
Knowledge check

Iemand vertelt dat hij sinds kort leiding geeft en dat het "even zoeken" is. Jij zegt: "Herkenbaar, ik heb die stap ook gemaakt. Bij ons ging dat zo..." Op welk niveau luister je?

Waarom noemt dit hoofdstuk samenvatten een stuurmiddel?

Wanneer wordt doorvragen volgens dit hoofdstuk een verhoor?

Share this chapter: