Introduction

Iemand vraagt wat je doet. Je hoort jezelf je functietitel noemen, je vertelt er wat omheen, en na een halve minuut knikt de ander vriendelijk en kijkt langs je heen. Het gekke is: je weet precies waar je het over hebt, en toch kwam het er niet uit. Dat moment komt vaker langs dan je denkt. Bij een nieuwe klant, in de wandelgang, aan het begin van een overleg, op een verjaardag. Pitchen gaat over die ene minuut.

Schema van de opbouw van de training Pitchen met de vier thema's doel, verhaal, vorm en optreden, en een balk met veertien hoofdstukken waarvan de eerste vier gratis online staan.
De opbouw van de training Pitchen. De eerste vier hoofdstukken lees je hier.

Deze gratis cursus bevat de eerste vier hoofdstukken: het oranje deel van de balk hierboven. Onderaan hoofdstuk 4 vind je de volledige training.

What you will learn

Je begint bij de vraag wat je pitch moet opleveren: wat weet, vindt, voelt of doet je luisteraar na afloop, en wat vraag je van hem. Daarna bouw je je verhaal op vanuit je drijfveer in plaats van vanuit je functie, met de Golden Circle en met een worsteling uit je eigen praktijk. Vervolgens zet je dat verhaal in een vorm die past bij zestig seconden: kop, romp en staart, met een opening en een slot die je woordelijk voorbereidt. En tot slot ga je oefenen, want een pitch wordt scherp door hem hardop te zeggen en niet door hem aan je bureau te herschrijven.

De rode draad van deze vier hoofdstukken: een pitch is geen samenvatting van jezelf, maar een uitnodiging aan de ander. Hij is geslaagd als er een wedervraag komt.

Hoe de cursus is opgebouwd

De training volgt vier thema's die op elkaar voortbouwen. Je begint bij het doel: wat moet je pitch opleveren, en wat vraag je van je luisteraar? Dan komt het verhaal: waarom je begint bij je drijfveer en niet bij je functietitel. Daarna de vorm: kop, romp en staart, en de eerste en laatste zin die blijven hangen. En je sluit af met het optreden: lichaamstaal, stem, zenuwen en lastige vragen uit de zaal. De eerste drie thema's staan hier online; het vierde doe je met een trainer erbij, want daarvoor moet je echt staan.

Practical tips for use

  • Kies voor je begint één concrete pitch die je echt gaat houden. Bij elk hoofdstuk scherp je die verder aan, zodat je aan het eind een uitgewerkte versie hebt in plaats van losse aantekeningen.
  • Houd een notitieblok of een leeg document bij de hand. De oefeningen werken alleen als je ze ook echt invult.
  • Spreek alles hardop uit. Een zin die op papier prima staat, blijkt uitgesproken vaak twee keer zo lang.
  • Neem jezelf op met je telefoon. Wat je voelt tijdens het spreken en wat een ander ziet, liggen bijna altijd ver uit elkaar.
  • Lees niet alles in één ruk uit. Een hoofdstuk per week, met een echt pitchmoment ertussen, levert meer op dan een middag doorlezen.
Exercise

Voordat je begint, leg je je startpunt vast. Schrijf vier zinnen op:

  • Mijn pitch gaat over …
  • Mijn luisteraar is …
  • Wat ik wil dat hij doet na afloop …
  • Wat ik nu het lastigste vind aan pitchen …

Bewaar die antwoorden. In hoofdstuk 4 kijk je erop terug.

How this course works

Each chapter ends with a short knowledge check of three questions: answer them correctly to mark the chapter as completed. Your progress is saved automatically in your browser.

Veel leesplezier, en vooral: veel plezier met die ene minuut.

Share this chapter: