4. Oefenen tot het klinkt als jij

Alle onderdelen liggen nu klaar: een doel, een vraag, twee kernpunten, een verhaal en een bouwtekening. Wat nog ontbreekt is de laatste ronde, en dat is meteen de ronde die de meeste mensen overslaan. Je pitch wordt niet scherp doordat je hem aan je bureau herschrijft, maar doordat je hem hardop zegt tegen iemand die er nog niets van weet.

Learning objectives

After this chapter:

  • Zet je je pitch op papier in een vorm die je kunt uitspreken in plaats van voorlezen.
  • Weet je hoeveel woorden er in een minuut passen en wat je doet als het er meer zijn.
  • Loop je je tekst langs met een vaste controlelijst.
  • Vraag je feedback met één gerichte kijkrichting in plaats van "wat vond je ervan".
  • Gebruik je de terugvertelvraag om te meten of je kernboodschap aankomt.
  • Weeg je feedback in plaats van hem te slikken, en verander je per ronde één ding.
  • Ga je vloeiend van je pitch over naar een gesprek, zonder dat het een verkooppraatje wordt.

Je pitch op papier

Een pitch die alleen in je hoofd zit, verandert elke keer dat je hem vertelt. Soms in je voordeel, vaker niet. Door hem op te schrijven zie je waar je zin vastloopt, waar een woord te abstract is en waar je twee dingen tegelijk probeert te zeggen.

Je schrijft je tekst uit zoals je hem zou uitspreken, niet zoals je hem zou mailen. Korte zinnen, spreektaal, één gedachte per zin. Lees je een zin terug en denk je "zo zeg ik dat nooit", dan schrap je hem meteen. De volgorde ken je al: je kernboodschap boven aan het blad, dan je inswinger woordelijk, dan één zin brug naar je luisteraar, dan kernpunt één in bewering, bewijs en beeld, dan je bruggetje, dan kernpunt twee, en tot slot je vraag en je slotzin, allebei woordelijk.

Daarna tel je je woorden. Bij een spreektempo van ongeveer 130 woorden per minuut past er in die ene minuut dus ook ongeveer 130 woorden. Zit je op 200, dan ga je niet sneller praten maar schrap je zeventig woorden. Sneller praten is de meest voorkomende oplossing en de slechtste: je luisteraar haakt af precies op het moment dat het interessant wordt.

Tip

Lees je tekst één keer door en streep elke afzwakker weg: "eigenlijk", "een beetje", "ik denk dat", "misschien", "enigszins". Kijk daarna of de zin nog klopt. Meestal wordt hij korter en sterker tegelijk.

De controlelijst

Voordat je gaat oefenen, loop je je tekst één keer langs met een vaste lijst. Zo vang je de meeste problemen af terwijl aanpassen nog goedkoop is. Staat je kernboodschap er in één zin in? Heb je precies twee kernpunten, niet drie? Zit er bij elk punt een bewijs, dus een cijfer, een naam of een resultaat? Staat de opbrengst voor je luisteraar vooraan, of begint bijna elke zin met "ik" of "wij"? Zijn de afzwakkers en de jargonwoorden eruit? En eindigt je slot in een concrete vervolgstap, met wie, wat, wanneer en waar erin?

Kom je op meerdere vragen niet uit, dan is dat geen reden om aan zinnen te gaan schaven. Dan zit het probleem een laag dieper, bij je keuzes. Terug naar je twee kernpunten en opnieuw kiezen kost tien minuten en levert meer op dan een uur herschrijven.

Example

Eerste versie van Thomas, die dashboards bouwt: "Ik ben eigenlijk al een jaar of acht bezig met datavisualisatie en ik denk dat we bedrijven daar best goed mee kunnen helpen, onder andere met dashboards en rapportages." Drieëndertig woorden, drie afzwakkers, geen enkel bewijs.

Na de controlelijst: "Managers nemen beslissingen op cijfers van vorige maand. Wij zorgen dat ze vanochtend zien wat er gisteren gebeurde. Bij drie verzekeraars scheelde dat twee weken per kwartaalrapportage." Tweeëndertig woorden, dus nauwelijks korter, maar de afzwakkers zijn weg, de opbrengst staat vooraan en het bewijs komt erachteraan.

De oefenlus

Je eigen pitch klinkt in je hoofd altijd beter dan hij in de zaal klinkt. Je weet wat je bedoelt, dus je hoort wat je bedoelt. Een luisteraar hoort alleen wat er staat. Daarom kom je alleen verder met feedback van buiten, en met feedback die verder gaat dan "leuk hoor".

Schema van de oefenlus in vier vakken: uitspreken, terugvertellen, wegen en één ding veranderen, met pijlen die een kringloop vormen.
De oefenlus. Per ronde verander je precies één ding.

De lus heeft vier stappen. Je begint met uitspreken: hardop, in één keer door, ook als je struikelt. Vooraf zeg je waar je op beoordeeld wilt worden, want wie vraagt "wat vond je ervan?" krijgt een beleefd antwoord. De luisteraar weet dan niet waar hij op moet letten, dus let hij op alles en zegt hij iets algemeens. Kies dus vooraf één onderdeel: je opening, je tempo, je slot, je houding of de begrijpelijkheid van je kernboodschap. En spreek dat uit: "Let voor mij alleen op de eerste twintig seconden. Pakt die je?"

Dan komt het terugvertellen. Dat is je belangrijkste meetinstrument, en je stelt die vraag vóór de vraag over het onderdeel dat je koos: "Wat zou jij tegen een collega zeggen over wat ik doe?" Komt je kernboodschap terug in andere woorden, dan is hij aangekomen. Krijg je een opsomming van je werkzaamheden terug, dan zit je nog in je wat en niet in je waarom.

Daarna ga je wegen. Niet elke opmerking hoef je over te nemen; feedback is informatie over hoe het bij die ene luisteraar binnenkwam, geen opdracht. Je weegt drie dingen: hoort deze persoon bij je doelgroep, gaat de opmerking over gedrag dat je kunt veranderen, en zeggen meer mensen hetzelfde? Dat laatste is het sterkste signaal. Eén iemand die je opening te lang vindt, kan een smaakverschil zijn. Drie mensen die op hetzelfde punt afhaken, wijzen op een gat in je verhaal.

En dan verander je één ding. Precies één. Verbouw je na elke ronde je hele pitch, dan weet je na drie rondes niet meer wat het verschil maakte. Daarna begint de lus opnieuw, en drie rondes is het minimum.

Example

Esther oefent haar pitch drie keer in twee weken. Ronde één is bij een vakgenoot. Op de terugvertelvraag krijgt ze terug: "Je doet iets met processen bij woningcorporaties." Haar kernboodschap gaat over wachttijden voor huurders, dus die is niet aangekomen. Ze verandert één ding: ze haalt het woord procesoptimalisatie eruit en begint met de huurder die elf weken op een reparatie wacht.

Ronde twee is bij haar buurman, die niets van de branche weet. Zijn terugvertelling: "Jij zorgt dat mensen sneller geholpen worden als hun kraan lekt." Precies goed. Hij vindt haar slot wel vaag. Ze verandert weer één ding: haar vraag wordt "ken je iemand bij een corporatie die ik mag bellen?"

Ronde drie is bij een collega die haar goed kent. Die zegt dat ze nu klinkt als zichzelf, en dat het in ronde één meer klonk als een folder. Twee weken, drie rondes, drie wijzigingen. Meer was het niet.

Tip

Neem jezelf op met je telefoon en kijk de opname twee keer terug: één keer met het geluid uit en één keer met alleen geluid. Zonder geluid zie je je houding, je gebaren en waar je blik heen gaat. Zonder beeld hoor je je tempo, je vulwoorden en of je zinnen dalend eindigen. En houd er rekening mee dat je de eerste keer schrikt van iets onbelangrijks: je haar, je stem, een gebaar. Dat is normaal en het zegt niets over je pitch.

Van pitch naar gesprek

Een pitch die goed landt, eindigt niet in applaus maar in een wedervraag. Daar begint het echte werk, en het is ook het moment waarop veel mensen dichtklappen: het verhaal is op, en dan?

De overgang gaat vloeiend als je er één zin voor klaar hebt liggen. Na je slotzin val je stil, je houdt oogcontact vast en je laat de ander reageren. Komt er niets, dan open je zelf met een vraag die over de ander gaat: "En waar zit jij op dit moment mee?" of "Hoe lossen jullie dat nu op?" Vanaf dat moment verschuift je rol. Je bent geen zender meer maar luisteraar, en dat is precies wat je pitch moest opleveren.

Drie dingen houden dat gesprek open. Het eerste is doorvragen voordat je aanbiedt: twee vragen over de situatie van de ander voordat je vertelt wat jij kunt betekenen. Je aanbod wordt dan een antwoord in plaats van een verkooppraatje, en dat verschil hoor je meteen. Het tweede is één concrete vervolgstap benoemen, dus geen "we houden contact" maar "ik stuur je donderdag dat voorbeeld, is dat goed?" Klein, met een dag erin, makkelijk om ja op te zeggen. En het derde is binnen twee dagen opvolgen. Wat je toezegt doe je snel, anders is het momentum weg en begin je de volgende keer weer van voren af aan.

Hier komt ook je stapel afvallers uit hoofdstuk 1 van pas. Alles wat je pitch niet haalde, kun je nu inzetten, omdat de ander er zelf naar vraagt. Dat voelt anders dan het erin proppen, en het klinkt ook anders.

Exercise

Je plant drie oefenrondes in de komende twee weken en legt ze vast. Per ronde noteer je:

  • Datum en bij wie je pitcht.
  • Het onderdeel waar je feedback op vraagt, hardop uitgesproken vóór je begint.
  • Het antwoord op de terugvertelvraag, letterlijk opgeschreven.
  • Wat je overneemt, en waarom.
  • De ene wijziging die je doorvoert vóór de volgende ronde.

Bereid daarnaast je overgangszin voor: de vraag waarmee je na je slotzin het gesprek opent. Schrijf hem woordelijk op en spreek hem drie keer hardop uit. En pak tot slot de vier zinnen erbij die je in de inleiding opschreef. Klopt je antwoord op "wat ik wil dat hij doet na afloop" nog met wat er nu in je slot staat?

Summary

  • Schrijf je pitch uit zoals je hem zou uitspreken: korte zinnen, spreektaal, één gedachte per zin.
  • In een minuut passen ongeveer 130 woorden. Zit je erboven, dan schrap je, je praat niet sneller.
  • De controlelijst kijkt naar je kernboodschap, twee kernpunten, bewijs per punt, de opbrengst vooraan, afzwakkers eruit en een concrete vervolgstap.
  • Vraag vooraf om één kijkrichting in plaats van "wat vond je ervan".
  • De terugvertelvraag meet of je kernboodschap aankomt: "Wat zou jij tegen een collega zeggen over wat ik doe?"
  • Weeg feedback op doelgroep, beïnvloedbaarheid en herhaling. Drie keer hetzelfde is een signaal, één keer is een mening.
  • Verander per ronde precies één ding, en doe minstens drie rondes.
  • Vraag door voordat je aanbiedt, benoem één concrete vervolgstap en volg binnen twee dagen op.
Knowledge check

Je pitch telt 190 woorden en duurt daarmee bijna anderhalve minuut. Wat doe je?

Wat is de terugvertelvraag en wat meet je ermee?

Je pitch is af en iemand vraagt door. Hoe voorkom je dat het gesprek een verkooppraatje wordt?

Ready for the next step?

Je hebt de gratis starter van Pitchen afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is Pitchen is communiceren: Het communicatiemodel, drie soorten ruis en de signalen die je luisteraar terugstuurt terwijl je praat.

Volg de 1-daagse training →

Vanaf €625,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij

Share this chapter: