2. De Roos van Leary: gedrag roept gedrag op
Je kent het wel: bij de ene collega ben je vlot en duidelijk, en bij de andere hoor je jezelf binnen twee zinnen alweer instemmen met iets wat je niet wilt. Dat ligt niet aan je karakter, want dat neem je in beide gesprekken mee. Het ligt aan het patroon dat jullie samen hebben opgebouwd. De Roos van Leary maakt dat patroon zichtbaar, en laat zien waar je eruit kunt stappen.
After this chapter:
- Kun je de twee assen van de Roos van Leary benoemen en uitleggen hoe ze samen posities vormen.
- Pas je de kernwet "gedrag roept gedrag op" toe op een gesprek uit je eigen praktijk.
- Herken je boven-gedrag en onder-gedrag aan concrete signalen in taal, stem en houding.
- Weet je wat er gebeurt als twee mensen tegelijk boven of tegelijk onder gaan staan.
- Kun je je eigen positie één hoek verschuiven om de reactie van de ander te veranderen.
Twee assen, acht posities
De Amerikaanse psycholoog Timothy Leary bracht het gedrag van mensen in relaties terug tot twee vragen. Hoeveel invloed neem je in het contact? En hoeveel verbinding zoek je met de ander? De eerste vraag levert de verticale as op, van boven naar onder. De tweede levert de horizontale as op, van samen naar tegen. Kruis die twee assen en je krijgt vier kwadranten, elk nog eens gesplitst in twee segmenten. Zo ontstaan de acht posities in de roos.

Belangrijk is wat het model niet doet: het zet je niet vast in een type. Je positie in de roos beschrijft gedrag in een situatie, niet je karakter. Dezelfde persoon staat 's ochtends leidend in een projectoverleg en 's middags volgend bij de tandarts. Wel heeft vrijwel iedereen een voorkeurshoek waar hij bij spanning automatisch naartoe schuift.
De kernwet: gedrag roept gedrag op
Het model is geen plattegrond maar een voorspelling. Elke positie lokt bij de ander een bepaald antwoord uit, en dat gebeurt volgens twee vaste regels.
Op de as boven–onder werkt gedrag tegengesteld. Wie boven gaat staan, duwt de ander naar onder. Wie onder gaat staan, nodigt de ander uit om boven te gaan staan. Op de as samen–tegen werkt gedrag juist gelijkgericht. Verbinding roept verbinding op, afstand roept afstand op. Wie tegenwerkt, krijgt tegenwerking terug.
Dat klopt niet altijd tot op de millimeter, maar de kans is groot. En daar zit precies de waarde voor assertiviteit. De ander veranderen kun je niet. Je eigen positie in de roos kun je wel veranderen, en daarmee verandert de uitnodiging die de ander krijgt.
Boven en onder: wie bepaalt de richting?
Boven en onder zeggen niets over hiërarchie, functie of salaris. Een stagiair kan boven staan en een directeur onder. Het gaat om de vraag wie in dit gesprek de richting bepaalt en wie zich daarnaar voegt.
Boven-gedrag neemt ruimte in. Je hoort het aan korte, bepalende zinnen: "we doen het zo", "ik stel voor dat je maandag begint", "dat werkt niet, en ik ga uitleggen waarom". Je ziet het aan een rechte houding, rustig oogcontact, brede gebaren en een tempo dat de ander weinig gelegenheid geeft om ertussen te komen. Ook adviseren, uitleggen en helpen zijn boven-gedrag, ook als het vriendelijk klinkt. Wie ongevraagd uitlegt hoe iets moet, zet de ander in de leerlingstoel.
Onder-gedrag geeft ruimte weg. In woorden klinkt dat als "zeg jij het maar", "ik weet niet of dit een goed idee is, maar misschien...", "sorry dat ik het nog vraag". Je ziet kleinere gebaren, opgetrokken schouders, een blik die wegschiet en een stem die aan het einde van de zin omhoog gaat, waardoor een mededeling een vraag wordt. Meebewegen, instemmen en afwachten horen hier ook bij.
Geen van beide posities is beter. Boven is nodig als iemand een besluit moet nemen, onder is nodig als je wilt leren of iemand anders de leiding wilt geven. Het probleem begint als je maar één kant kunt kiezen.
Sanne krijgt voor de derde keer die week een klus toegeschoven met de woorden: "Jij kunt dit veel sneller dan ik." Ze zucht en zegt: "Ja, is goed, ik kijk ernaar." Haar collega hoeft niets meer te doen. Hij staat boven, zij stapt naar onder, en die verdeling zit inmiddels zo vast dat hij niet eens meer vraagt of het schikt.
Dat is het punt van de kernwet: de instemming van Sanne is de uitnodiging die zijn gedrag in stand houdt. Hij is niet veranderd sinds vorig jaar. Het patroon tussen hen is veranderd, en zij heeft daar de helft van in handen.
Twee keer boven of twee keer onder
Omdat boven en onder elkaar aanvullen, loopt een gesprek vast zodra beide gesprekspartners dezelfde kant kiezen. Twee keer boven levert een machtsstrijd op: allebei bepalen, allebei uitleggen, niemand die luistert. De inhoud verdwijnt en het gesprek gaat over wie er gelijk heeft. Twee keer onder levert het omgekeerde beeld op: stilstand. Allebei wachten, allebei vragen wat de ander vindt, en niemand die het besluit neemt. Zo'n patroon herken je aan een overleg dat drie keer wordt verzet zonder dat er iets verandert.
Samen en tegen: hoeveel contact zoek je?
Naast de verdeling van invloed loopt er een tweede as door de roos: de mate waarin je op de ander gericht bent of juist afstand houdt. Aan de samen-kant zoek je contact. Je toont belangstelling, je beweegt mee, je zoekt overeenstemming en je houdt de relatie warm. Aan de tegen-kant kies je afstand. Je houdt je eigen koers, je zet je hakken in het zand, je toont weinig van je gevoel of je gaat rechtstreeks in tegen wat de ander wil.
Deze as werkt dus precies andersom dan de eerste. Boven en onder vullen elkaar aan, samen en tegen spiegelen elkaar. Vriendelijkheid roept vriendelijkheid op, verzet roept verzet op. Dat verklaart waarom een discussie die eenmaal scherp is geworden zelden vanzelf zachter wordt: elke tegenzet bevestigt de vorige.
Twee afdelingshoofden bespreken een gedeeld budget van 80.000 euro. Het eerste hoofd opent met: "Ik neem aan dat jullie deel dit jaar wat kleiner kan." Dat is een zet in de hoek boven-tegen: invloed nemen en afstand houden. Het tweede hoofd antwoordt: "Dan ga ik ervan uit dat jullie de extra uren zelf oplossen." Ook boven-tegen. Ze staan nu naast elkaar in dezelfde hoek te duwen, en na twintig minuten ligt er geen verdeling maar wel een conflict.
Zegt het tweede hoofd in plaats daarvan: "Ik wil weten wat jij nodig hebt, en dan leg ik ernaast wat ik nodig heb", dan verschuift de zet naar boven-samen. De invloed is even groot, het effect is anders: de eerste hoeft zich niet te verdedigen en gaat cijfers noemen in plaats van standpunten.
De acht posities
De twee assen leveren vier kwadranten op: boven-samen, onder-samen, onder-tegen en boven-tegen. Elk kwadrant valt uiteen in twee gedragspatronen, wat het totaal op acht brengt. Het zijn geen persoonlijkheidstypes maar posities waar je in en uit stapt, soms meerdere keren in hetzelfde gesprek.
- Leidend (boven-samen): je neemt de regie, geeft richting, formuleert het doel en verdeelt het werk. Dit roept meewerkend gedrag op, zolang je de ander serieus neemt.
- Helpend (boven-samen): je ondersteunt, denkt mee en biedt aan iets over te nemen. Prettig in de omgang, met het risico dat je taken naar je toe trekt die niet van jou zijn.
- Meewerkend (onder-samen): je sluit je aan bij het voorstel van de ander en houdt de sfeer goed. Constructief, tenzij aansluiten een gewoonte wordt die je eigen inbreng verdringt.
- Afhankelijk (onder-samen): je vraagt om aanwijzingen, bevestiging of een besluit van iemand anders. Soms verstandig, maar het nodigt de ander uit om over jou te beslissen.
- Terugtrekkend (onder-tegen): je haakt af, zegt niets meer, kijkt naar je scherm. De ander merkt alleen dat er iets niet klopt en gaat vaak harder duwen.
- Opstandig (onder-tegen): je werkt niet mee maar zegt ook niet waarom. Je stelt uit, moppert in de wandelgangen en mist een deadline net. Dit roept controle op.
- Aanvallend (boven-tegen): je gaat frontaal op de ander af, met verwijten of persoonlijke opmerkingen. Je krijgt tegenaanval of stilte terug, zelden een oplossing.
- Concurrerend (boven-tegen): je wilt winnen, weerlegt elk argument en houdt de score bij. De ander gaat hetzelfde doen en de inhoud verdwijnt uit beeld.
Geen enkele positie is per definitie fout. Bij een calamiteit is leidend precies goed, en bij een collega die vastloopt werkt helpend beter dan concurrerend. Het probleem ontstaat als je maar één hoek beschikbaar hebt.
Zelf de interactie sturen
Omdat gedrag gedrag oproept, kun je de interactie veranderen door je eigen positie te veranderen. Dat werkt het beste in kleine stappen. Een sprong van terugtrekkend naar aanvallend is een diagonaal door de roos en komt bij de ander over als een uitbarsting uit het niets. Eén hoek opschuiven levert meer op. Zo pak je dat aan:
- Benoem voor jezelf waar de ander staat, in één woord uit de roos.
- Stel vast welke hoek je nu inneemt, en aan welk signaal je dat merkt.
- Bedenk wat je in dit gesprek wilt bereiken, niet wat je van de ander vindt.
- Kies de positie die bij dat doel past en die één hoek verwijderd is van waar je nu zit.
- Zet één concrete stap: een vraag, een grens of een voorstel.
- Kijk wat er terugkomt en stel je positie bij.
Bij iemand die aanvalt of concurreert werkt tegenspreken vrijwel nooit. Schuif eerst naar de samen-kant met een vraag die oprecht is: "Wat maakt dit voor jou zo belangrijk?" Zodra de as van tegen naar samen kantelt, kun je invloed nemen zonder dat het een strijd wordt.
Werk een gesprek uit dat je binnenkort hebt en waar je tegenop ziet.
- Situatie: wat is er aan de hand, in twee feitelijke zinnen?
- Positie van de ander: welk patroon van de acht past het beste?
- Jouw automatische positie: welk patroon kies je normaal in deze situatie?
- Gewenste positie: welke hoek staat één stap verder en past bij je doel?
- Openingszet: de eerste zin letterlijk uitgeschreven, in maximaal twintig woorden.
- Signaal: waaraan merk je dat de ander meebeweegt, of juist niet?
Na het gesprek noteer je in twee regels wat de reactie op je openingszet was.
Summary
- De roos beschrijft gedrag op twee assen: boven–onder gaat over invloed, samen–tegen over contact.
- Boven–onder werkt aanvullend: boven roept onder op en omgekeerd. Twee keer boven geeft een machtsstrijd, twee keer onder geeft stilstand.
- Samen–tegen werkt spiegelend: samenwerking roept samenwerking op, verzet roept verzet op.
- De vier kwadranten leveren acht patronen op: leidend, helpend, meewerkend, afhankelijk, terugtrekkend, opstandig, aanvallend en concurrerend.
- Geen patroon is fout, maar één vaste hoek beperkt je.
- Verander je eigen positie met één hoek tegelijk. Een diagonale sprong door de roos escaleert meestal.
Hoe werken de twee assen van de Roos van Leary volgens dit hoofdstuk?
In een overleg zitten twee mensen allebei in de onder-hoek. Wat gebeurt er dan?
Een collega valt je aan in een vergadering. Wat is volgens dit hoofdstuk de verstandigste zet?