1. Wat IPMA-D is en voor wie het bedoeld is

Certificering via IPMA draait om competenties: wat je weet, wat je kunt en hoe je je gedraagt. Voordat je aan de stof begint, is het handig om te weten waar die stof vandaan komt, welke vier certificaten er bestaan en waarom D er anders uitziet dan de rest.

Learning objectives

Aan het einde van dit hoofdstuk:

  • Weet je wat de ICB4 is en welke rol dat document speelt bij certificering.
  • Ken je de vier IPMA-certificeringsniveaus en het verschil daartussen.
  • Kun je de drie competentiegebieden Perspective, People en Practice benoemen en uit elkaar houden.
  • Begrijp je hoe competentie-elementen zijn opgebouwd en waarom ze zo geformuleerd zijn.
  • Weet je wat het betekent dat er op D-niveau kennisgericht wordt getoetst.

De ICB4 als standaard

ICB staat voor Individual Competence Baseline, de internationale standaard van de IPMA, de International Project Management Association. Daarin staat welke competenties iemand nodig heeft om projecten, programma's of portfolio's te managen. De vierde versie, kortweg ICB4, verscheen in 2015 en vormt de basis van alle IPMA-examens wereldwijd.

Wat de ICB4 bijzonder maakt, is wat er niet in staat. Je vindt er geen voorgeschreven werkwijze, geen verplichte documenten en geen stappenplan. De standaard beschrijft de persoon, niet de methode. Twee projectmanagers kunnen totaal verschillend werken en toch allebei competent zijn volgens de ICB4.

Dat verklaart ook een verwarring die veel kandidaten hebben. IPMA is geen methode zoals PRINCE2 of Scrum. Die methodes komen in de training wel aan bod, en op het examen wordt van je verwacht dat je ze in hoofdlijnen kent, maar de ICB4 schrijft er geen enkele voor. Hij beschrijft wat jij als projectmanager moet kunnen, ongeacht met welke methode je dat doet.

Vier certificeringsniveaus

Schema met de vier IPMA-niveaus A, B, C en D met hun Engelse benaming en toetsvorm, en daaronder de drie competentiegebieden Perspective met vijf elementen, People met tien en Practice met veertien.
De vier IPMA-niveaus en de drie competentiegebieden van de ICB4.

De vier niveaus zijn alle vier gebaseerd op dezelfde ICB4-competentie-elementen. Het verschil zit in de complexiteit van het werk dat je aankunt, en in de manier waarop dat getoetst wordt.

IPMA-D, voluit Certified Project Management Associate, is het niveau van deze cursus. Je toont aan dat je de kennis uit de ICB4 beheerst en op voorgelegde situaties kunt toepassen. Ervaring is geen toelatingseis.

IPMA-C, Certified Project Manager, vraagt minimaal drie jaar ervaring met projecten van beperkte complexiteit, en je laat zien dat je die zelfstandig hebt geleid.

IPMA-B, Certified Senior Project Manager, vraagt minimaal vijf jaar ervaring, waarvan een flink deel met complexe projecten: meerdere deelprojecten, veel belanghebbenden, een lange doorlooptijd en een aanzienlijk budget. Je stuurt op dat niveau ook andere projectmanagers aan.

IPMA-A, Certified Projects Director, is het niveau waarop je op portfolio- of programmaniveau stuurt en verantwoordelijk bent voor de strategische samenhang tussen projecten.

Het onderscheid zit dus in twee dingen tegelijk: hoeveel complexiteit je aankunt en hoe je dat bewijst. Op C, B en A doorloop je een assessment waarin je eigen projecten centraal staan. Op D staat je kennis centraal, en daar hoort een examen bij. Dat is precies waarom D voor veel mensen het begin is: je kunt het halen voordat je ooit een project hebt geleid.

Example

Ilse werkt vier jaar als projectondersteuner bij een gemeente. Ze maakt planningen, houdt het risicolog bij en notuleert de stuurgroep, maar ze heeft nooit zelf een project geleid. Haar collega Ramon leidt al vijf jaar implementatietrajecten, twee daarvan met een budget boven de twee ton en vier deelprojecten eronder. Ilse komt niet in aanmerking voor C, want de ervaringseis van drie jaar zelfstandig leiden haalt ze niet; zij gaat voor D en toetst haar kennis met een examen. Ramon kan meteen een C-assessment in, waarin zijn eigen projecten het toetsmateriaal zijn. Ze studeren voor een groot deel dezelfde stof, maar het bewijs dat ze moeten leveren is een heel ander soort bewijs.

Tip

Zie IPMA-D niet als een lager diploma, maar als het fundament. De kennis die je hier opdoet, heb je bij C en B nodig om je ervaring te kunnen duiden. Het D-certificaat is drie jaar geldig en telt in een later C-traject mee als bewijs van kennis, waardoor je daar vooral je ervaring hoeft aan te tonen. Veel projectmedewerkers halen D daarom voordat ze hun eerste project leiden.

De drie competentiegebieden

De ICB4 ordent het vak in drie gebieden. Perspective gaat over de omgeving waarin het project draait: strategie, governance, macht en belangen, cultuur. People gaat over jezelf en de mensen om je heen: communicatie, leiderschap, teamwerk, omgaan met conflicten. Practice gaat over het vak zelf: scope, tijd, geld, kwaliteit en risico's.

Het IPMA-oog is het beeldmerk waarmee IPMA de samenhang tussen die drie gebieden weergeeft. Het staat voor de blik van de projectmanager: je kijkt naar de omgeving, naar de mensen en naar het werk zelf. Wie op één gebied uitblinkt en de andere twee verwaarloost, loopt vast. De strakste planning helpt je niet als de wethouder halverwege iets anders wil, en het beste gevoel voor verhoudingen redt je niet als je netwerkplanning niet klopt.

Competentie-elementen als bouwstenen

Elk gebied is opgebouwd uit competentie-elementen: afgebakende stukken vakmanschap, opgebouwd uit kennis, vaardigheid en gedrag. De ICB4 beschrijft er 29 in totaal, verdeeld over vijf onder Perspective, tien onder People en veertien onder Practice. Practice is dus veruit het grootste gebied, en dat merk je op het examen.

Elk element heeft dezelfde opbouw: een definitie, een doel, een beschrijving van de inhoud en een lijst met key competence indicators. Die indicators beschrijven concreet gedrag dat je kunt waarnemen. Dat is geen toeval. Een competentie als "kan goed omgaan met spanning" is niet te beoordelen; "kan conflicten in een vroeg stadium signaleren en de oorzaak benoemen" wel.

Example

Het element "Conflicten en crises" hoort bij het gebied People. De ICB4 beschrijft het doel als: de projectmanager kan conflicten en crises herkennen, analyseren en oplossen zonder dat het projectresultaat in gevaar komt. Een bijbehorende indicator luidt bijvoorbeeld: "kan conflicten in een vroeg stadium signaleren en de oorzaak benoemen". Dat is geen abstracte eigenschap, maar iets wat een assessor kan waarnemen en waar een examenvraag over kan gaan.

Kennisgericht toetsen op D-niveau

Op D-niveau word je beoordeeld op wat je weet en begrijpt, niet op wat je hebt gedaan. De competentie-elementen bepalen daarmee precies waar de toetsing over gaat. Bij elk element horen gedragsindicatoren met meetbare maatstaven. Op C-niveau en hoger toon je met bewijsmateriaal aan dat je dat gedrag vertoont. Op D-niveau word je gevraagd of je het gedrag herkent, kunt beargumenteren en kunt vertalen naar een voorgelegde situatie.

Dat heeft gevolgen voor de manier waarop je leert. Losse begrippen uit je hoofd leren is niet genoeg; je hebt ook het vermogen nodig om ze aan een casus te koppelen. In het volgende hoofdstuk zie je hoe de opzet van het examen daar invulling aan geeft.

Example

Neem het element "Risico's en kansen". Een vraag op D-niveau vraagt zelden alleen om de definitie van een risico. Vaker krijg je een korte projectsituatie voorgelegd, bijvoorbeeld een leverancier die twee weken vertraging aankondigt, met de vraag welke beheersmaatregel het beste past en waarom. Je hebt dan de theorie nodig en het inzicht om die op de situatie te leggen. Een antwoord als "je neemt een beheersmaatregel" levert niets op. Een antwoord waarin je benoemt dat je de vertraging opvangt met de speling op dat pad, en wat er gebeurt als die speling op is, levert wel punten op.

Exercise

Denk aan een project waar je aan meewerkt of hebt meegewerkt.

  • Noteer één situatie waarin het project vastliep of moeizaam verliep.
  • Bepaal welk competentiegebied hier het zwaarst werd belast: Perspective, People of Practice.
  • Schrijf in twee zinnen op waarom je voor dat gebied kiest.
  • Bepaal daarna welk van de drie gebieden voor jou persoonlijk het minst vertrouwd voelt. Dat is je startpunt voor je studieplanning in hoofdstuk 2.

Summary

  • De ICB4 is de internationale standaard van de IPMA, verschenen in 2015. Hij beschrijft de persoon, niet de methode: geen voorgeschreven werkwijze, geen verplichte documenten.
  • Er zijn vier niveaus. D is Certified Project Management Associate zonder ervaringseis, C vraagt minimaal drie jaar zelfstandig leiden, B minimaal vijf jaar met complexe projecten, en A stuurt op portfolio- of programmaniveau.
  • Alle vier de niveaus gebruiken dezelfde competentie-elementen. Op C, B en A doorloop je een assessment met je eigen projecten; op D leg je een examen af over je kennis.
  • Het D-certificaat is drie jaar geldig en telt in een later C-traject mee als bewijs van kennis.
  • De ICB4 kent drie competentiegebieden: Perspective (de omgeving), People (jezelf en de mensen) en Practice (het vak).
  • Samen bevatten die gebieden 29 competentie-elementen: vijf onder Perspective, tien onder People en veertien onder Practice.
  • Elk element bestaat uit een definitie, een doel, een beschrijving en key competence indicators die waarneembaar gedrag beschrijven.
  • Op D-niveau toets je kennis en het vermogen die kennis op een voorgelegde situatie toe te passen.
Knowledge check

Wat is het belangrijkste verschil tussen de toetsing op D-niveau en die op C-, B- en A-niveau?

Hoe zijn de 29 competentie-elementen van de ICB4 over de drie gebieden verdeeld?

Een collega zegt: "De ICB4 schrijft voor hoe je een project moet aanpakken." Wat klopt daar niet aan?

Share this chapter: