2. Waarom je brein aanslaat op een mindmap

Je hersenen zijn geen archiefkast maar een netwerk. Dat verschil verklaart waarom een mindmap blijft hangen en drie kantjes aantekeningen niet. Dit hoofdstuk gaat over vier dingen die in je hoofd gebeuren terwijl je noteert: je werkgeheugen loopt vol, je kunt dat oplossen door te groeperen, je slaat woord en beeld langs twee routes op, en je vergeet het meeste in de eerste uren. Bij elk van die vier doet de vorm van een mindmap iets voor je.

Learning objectives

After this chapter:

  • Weet je hoeveel eenheden je werkgeheugen ongeveer vasthoudt.
  • Kun je chunken toepassen op informatie die te veel wordt.
  • Leg je uit wat dual coding is en waarom een tekentalent daarbij niet nodig is.
  • Koppel je het associatienetwerk in je hoofd aan de takstructuur op papier.
  • Gebruik je de vergeetcurve om je herhaalmomenten te plannen.

Je werkgeheugen is kleiner dan je denkt

Het werkgeheugen is de werkbank van je denken: het deel waarin je informatie kort vasthoudt terwijl je er iets mee doet. Alles wat je op dit moment bewust overweegt ligt op die werkbank. En die werkbank is klein. Lang gold de vuistregel van zeven eenheden tegelijk; recenter onderzoek komt uit op ongeveer vier, en dan alleen als er niets stoort. Een telefoon die trilt, een collega die iets vraagt, een gedachte aan je boodschappen: elk daarvan neemt een plek in. Wat er niet meer bij past, verdwijnt gewoon.

Dat verklaart een ongemak dat je vast herkent. In een vergadering hoor je een goed argument, je wilt het onthouden, en ondertussen praat de spreker door. Terwijl je het argument vasthoudt, mis je de volgende twee zinnen. Je werkgeheugen kan niet tegelijk vasthouden en verwerken zonder dat er iets sneuvelt.

Chunken: meer in dezelfde ruimte

De beperking zit niet in de hoeveelheid informatie, maar in het aantal eenheden. En wat één eenheid is, bepaal je zelf. Dat heet chunken: losse elementen samenvoegen tot één betekenisvol geheel, zodat ze samen nog maar één plek innemen. De reeks 0 6 1 2 3 4 5 6 7 8 telt tien losse cijfers. Lees je hem als 06-12345678, dan zijn het er nog twee of drie. Dezelfde informatie, veel minder belasting.

Links twaalf losse briefjes met klantwensen, rechts dezelfde wensen als mindmap met vier hoofdtakken: budget, planning, techniek en communicatie.
Dezelfde twaalf wensen uit hetzelfde intakegesprek, twee keer genoteerd.

In het schema hierboven staan links twaalf losse briefjes: prijs, korting, meerwerk, start, oplever, fasering, koppeling, hosting, migratie, contact, overleg en escalatie. Twaalf eenheden, en je werkgeheugen houdt er ongeveer vier vast. Rechts staat dezelfde informatie als mindmap, met in het midden "intake klant" en vier hoofdtakken. Onder budget hangen prijs, korting en meerwerk. Onder planning hangen start, oplever en fasering. Onder techniek hangen koppeling, hosting en migratie. Onder communication hangen contact, overleg en escalatie. Nu zijn het vier eenheden, met de rest eronder. Dat is precies wat elke hoofdtak van een mindmap doet: hij is een chunk. Je hoeft niet twaalf trefwoorden vast te houden, maar vier takken die de rest dragen. De structuur op papier neemt werk over van de structuur in je hoofd.

Example

Projectleider Ilse krijgt in een intakegesprek zestien losse wensen te horen. Als losse punten zijn ze niet te onthouden en ook niet goed te bespreken, want je kunt tijdens het gesprek niet nagaan of er een tegenstrijdigheid tussen punt 4 en punt 13 zit. Ze clustert ze onderweg in vier groepen: budget, planning, techniek en communicatie. Wat overblijft zijn vier eenheden met elk vier details eronder. Bij de terugkoppeling hoeft ze alleen die vier hoofdgroepen op te roepen, de details komen vanzelf mee. En ze ziet iets wat ze anders gemist had: onder budget staat "vaste prijs" en onder planning staat "scope kan nog schuiven". Die twee kunnen niet allebei waar zijn, en dat gesprek voert ze nu meteen in plaats van in maand drie.

Je kennis ligt in een netwerk

Informatie ligt niet als losse dossiers in je hoofd. Elk begrip is verbonden met tientallen andere begrippen, en die verbindingen zíjn de opslag. Dat geheel heet het associatienetwerk. Het woord "zomer" roept bij jou misschien zee, warm en ijs op; bij je buurvrouw komen hooikoorts, deadline en zonnebrand boven. Niemand kiest die verbindingen bewust; ze zijn gegroeid uit ervaring, herhaling en emotie.

Activering verspreidt zich door dat netwerk. Raak je één knooppunt aan, dan lichten de buren mee op. Daarom lukt het je soms om een naam terug te vinden door aan de situatie te denken waarin je die persoon ontmoette. Een mindmap bootst die vorm na op papier. Je legt geen kunstmatige ordening op, je maakt zichtbaar wat er al gebeurt.

Dual coding: woord plus beeld

Je hersenen verwerken taal en beeld in twee verschillende systemen. Het verbale systeem gaat over woorden, klanken en zinnen. Het non-verbale systeem gaat over beelden, vormen, kleuren en ruimtelijke indrukken. De psycholoog Allan Paivio noemde dit dual coding: hetzelfde stukje informatie kan in twee codes tegelijk worden opgeslagen, en die twee zijn met elkaar verbonden.

Het gevolg is simpel. Sla je iets alleen als woord op, dan heb je bij het ophalen één route. Sla je het als woord én als beeld op, dan heb je er twee. Raakt de ene route geblokkeerd, dan kom je er via de andere alsnog. Dat is de reden dat je je van een presentatie van vorig jaar nog wel die ene grafiek herinnert, maar geen enkele bulletpoint.

Een mindmap is bij uitstek dubbelgecodeerd. Het centrale beeld geeft je onderwerp een gezicht, en elke tak heeft een richting en een plek op het papier, dus zelfs een tak zonder tekening heeft een ruimtelijke code. En omdat er op elke lijn maar één woord staat, blijft er ruimte over voor een klein symbool ernaast.

Example

Bram en Sanne maken aantekeningen bij dezelfde projectvergadering. Bram schrijft op een tak "budgetoverschrijding Q3" en gaat door. Sanne schrijft "budget" en tekent er een klein lekkend kraantje naast, met drie druppels eronder. Drie weken later vraagt de projectleider naar de knelpunten. Bram scant zijn notities, leest de woorden en moet zoeken naar de context. Sanne ziet het kraantje staan en meteen komt het hele fragment terug: de zucht van de controller, de opmerking dat het derde kwartaal altijd het lastigst is, en de afspraak om vóór 1 oktober bij te sturen. Dat kraantje is geen kunstwerk. Het is een haakje.

Tip

Een tekening in je mindmap kost hooguit tien seconden. Duurt het langer, dan ben je aan het illustreren in plaats van aan het coderen. Zet er dan een vraagteken bij en ga door met de vergadering.

De vergeetcurve en vier korte herhalingen

De Duitse psycholoog Hermann Ebbinghaus onderzocht rond 1885 hoe snel mensen vergeten. Hij leerde zichzelf reeksen betekenisloze lettergrepen en testte op vaste momenten hoeveel er nog over was. Het patroon heet de vergeetcurve: het verlies is in het begin enorm en vlakt daarna af. Binnen een uur is een groot deel van nieuwe, ongestructureerde informatie alweer weg. Na een dag houd je zonder herhaling vaak nog maar een derde over. Wat er dan nog zit, blijft relatief lang hangen, maar de eerste uren zijn genadeloos.

De curve is geen vonnis. Elke herhaling vertraagt het verval. Herhaal je vlak voordat je iets kwijtraakt, dan gaat de curve opnieuw omhoog en zakt hij daarna minder steil. Een werkbaar schema:

  • Na tien minuten: loop je map kort door zodra het overleg voorbij is. Vul aan wat je nog vers weet en verhang takken die op de verkeerde plek zitten.
  • Na één dag: bekijk de map twee minuten. Niet lezen, maar scannen: centraal beeld, hoofdtakken, symbolen.
  • Na één week: pak een leeg vel en teken de hoofdtakken uit je hoofd na. Vergelijk daarna met het origineel.
  • Na één maand: één laatste doorloop. Wat je dan nog weet, zit er meestal voorgoed in.

Vier keer herhalen klinkt als veel werk, en bij tien pagina's lineaire notities is het dat ook. Bij een mindmap niet: de hele inhoud staat op één vel en je ogen pakken de structuur in seconden op. Daar komt bij dat de trefwoorden je dwingen de inhoud zelf terug te halen. Dat actieve ophalen versterkt het spoor sterker dan passief herlezen. Een uitgeschreven zin geeft je het antwoord cadeau, een trefwoord laat je werken.

Exercise

Test de grens van je eigen werkgeheugen, en doe er meteen iets aan.

  • Vraag iemand je twaalf willekeurige woorden voor te lezen, ongeveer één per seconde. Schrijf daarna op wat je nog weet en noteer het aantal.
  • Herhaal de proef met twaalf nieuwe woorden, maar groepeer ze nu tijdens het luisteren in drie categorieën die je zelf verzint. Noteer opnieuw het aantal.
  • Pak dan een mindmap die je eerder maakte. Kies vijf trefwoorden en teken bij elk binnen tien seconden een symbool. Gebruik alleen cirkels, vierkanten, driehoeken, pijlen en poppetjes.
  • Zet rechtsboven op je vel vier lege vakjes: 10 min, 1 dag, 1 week, 1 maand. Vink het eerste nu af en zet de drie andere als afspraak van twee minuten in je agenda.

Summary

  • Je werkgeheugen houdt maar ongeveer vier eenheden tegelijk vast. Alles wat er niet bij past, raak je kwijt.
  • Chunken vergroot je capaciteit: losse elementen die je samenvoegt tot één geheel nemen samen nog maar één plek in. Elke hoofdtak is zo'n chunk.
  • Je kennis ligt opgeslagen in een associatienetwerk. Een mindmap bootst die vertakte vorm na op papier.
  • Dual coding geeft je twee ophaalroutes in plaats van één. Tekenkwaliteit doet er niet toe; een symbool van tien seconden doet het werk.
  • De vergeetcurve laat zien dat het verlies vooral in de eerste uren zit. Vier korte herhalingen, na 10 minuten, 1 dag, 1 week en 1 maand, maken de curve stap voor stap vlakker.
  • Een mindmap herhaal je in twee minuten, en de trefwoorden dwingen je tot actief ophalen in plaats van passief herlezen.
Knowledge check

Wat gebeurt er precies als je twaalf losse wensen clustert tot vier hoofdtakken?

Sanne tekent een klein lekkend kraantje naast het woord "budget". Wat is daarvan volgens dit hoofdstuk het effect?

Je hebt vanochtend een mindmap gemaakt van een overleg. Wanneer kijk je er volgens het herhaalschema voor het eerst naar?

Share this chapter: