2. Het kernkwadrant van Ofman

Wat jou van nature goed afgaat en wat anderen bij jou irritant vinden, zijn vaak twee kanten van dezelfde eigenschap. Daniel Ofman legde dat verband vast in een model van vier posities. Het verklaart in één plaatje waarom je onder druk vaak precies het verkeerde doet, en waarom sommige mensen je binnen twee minuten op de kast krijgen.

Learning objectives

After this chapter:

  • Kun je uitleggen wat een kernkwaliteit is en hoe die verschilt van een aangeleerde vaardigheid.
  • Herken je de valkuil die bij je sterkste kwaliteit hoort, en het signaal dat je erin zit.
  • Weet je wat een uitdaging is en waarom die niet het tegenovergestelde van je kwaliteit is.
  • Snap je waarom je allergie terugwijst naar je eigen uitdaging.
  • Kun je een volledig kwadrant invullen en toetsen aan een echte situatie.

Kernkwaliteit: wat er altijd al was

Een kernkwaliteit is een eigenschap die bij je hoort en die je zonder inspanning inzet. Je hebt hem niet geleerd op een training; hij zat er al toen je acht was. Denk aan zorgvuldigheid, humor, doorzettingsvermogen, betrokkenheid of besluitvaardigheid.

Twee dingen maken een kernkwaliteit herkenbaar. Ten eerste kost hij je nauwelijks energie, en je verbaast je er soms over dat anderen het lastig vinden. Ten tweede is hij niet uit te zetten: ook op momenten dat het niet handig is, doe je het toch. Dat onderscheidt hem van een vaardigheid, die je wel bewust hebt opgebouwd. Je kernkwaliteit is eerder je grondtoon dan je repertoire.

Valkuil: te veel van het goede

Een valkuil is je kernkwaliteit in overdrive. Niet het tegenovergestelde van je kwaliteit, maar dezelfde kwaliteit met het volume te hoog. Zorgvuldigheid wordt pietluttigheid. Betrokkenheid wordt bemoeizucht. Besluitvaardigheid wordt drammerigheid.

Het lastige is dat je je valkuil zelden zelf voelt. Van binnen doe je precies wat je altijd doet en wat meestal werkt; van buiten ziet iemand anders iets doorschieten. Je valkuil ligt daarmee vaak in de blinde vlek uit hoofdstuk 1.

Er is wel één signaal waar je zelf op kunt letten: onder druk ga je hárder duwen op je kwaliteit. Wie van orde houdt, gaat bij chaos nog meer lijstjes maken. Wie van tempo houdt, gaat bij vertraging nog sneller praten. Wie betrokken is, gaat bij afstand nog vaker vragen hoe het gaat. Meer van hetzelfde is bijna altijd het moment waarop de kwaliteit omslaat.

Example

Sander is projectleider en staat bekend om zijn daadkracht. In een vastgelopen overleg hakt hij binnen tien minuten drie knopen door. Iedereen is opgelucht, en de week erna loopt het project weer.

Twee weken later loopt hetzelfde overleg uit. Sander wordt ongeduldig en neemt opnieuw de besluiten, maar nu zonder de twijfels van twee teamleden af te wachten. Bij de koffie horen die twee van elkaar dat ze het er allebei niet mee eens waren. Drie weken later moet het besluit alsnog worden teruggedraaid, wat het project elf dagen kost. Dezelfde daadkracht, alleen te vroeg ingezet.

Uitdaging: de kwaliteit die je mist

Elke valkuil heeft een positieve tegenhanger, en dat maakt het model bruikbaar: het laat zien in welke richting je ontwikkeling ligt, zonder dat je je kwaliteit hoeft in te leveren.

Het kernkwadrant van Ofman met vier vakken: kernkwaliteit daadkracht, valkuil drammerigheid, uitdaging geduld en allergie passiviteit, met de diagonaal van de meeste spanning tussen kernkwaliteit en allergie.
De vier posities van het kernkwadrant, ingevuld met het voorbeeld van daadkracht.

Je uitdaging is de positieve tegenpool van je valkuil: het gedrag dat je nog niet vanzelf inzet en dat je valkuil in balans brengt. Het is nadrukkelijk niet het tegengestelde van je kernkwaliteit. Je hoeft je daadkracht niet af te leren om geduld te ontwikkelen; je zet er iets naast.

Je vindt je uitdaging door bij je valkuil één vraag te stellen: welke kwaliteit zou hier hebben geholpen? Bij drammerigheid is dat geduld of ruimte geven. Bij bemoeizucht is dat vertrouwen kunnen geven. Bij chaotisch is dat structuur aanbrengen. Vaak is je uitdaging iets waar je collega's om bewonderd worden en waarvan je heimelijk vindt dat het bij jou niet past. Een uitdaging voelt zelden aangenaam: het kost moeite, het gaat langzaam en je hebt het gevoel dat je iets inlevert. Precies daarom laat je het meestal aan anderen over.

Allergie: waar je niet tegen kunt

Voer je je uitdaging tot het uiterste door, dan kom je bij je allergie uit: het gedrag bij anderen waar je onevenredig sterk op reageert. Niet mild geïrriteerd, maar met een felheid die niet in verhouding staat tot wat er gebeurt.

Iemand met de kernkwaliteit daadkracht en de uitdaging geduld wordt vaak allergisch voor passiviteit en eindeloos overleggen. Wie zorgvuldig is en lef als uitdaging heeft, is allergisch voor mensen die er met de pet naar gooien. Wie betrokken is en afstand houden moet leren, loopt vast op collega's die kil en zakelijk doen.

Die felheid is bruikbare informatie. Je allergie wijst altijd terug naar je eigen uitdaging: je reageert zo sterk omdat het gedrag van de ander de uiterste versie is van datgene wat je bij jezelf nog moet ontwikkelen. Wat je op afstand houdt in een ander, houd je ook bij jezelf op afstand.

De diagonaal met de meeste spanning

In het kwadrant lopen twee diagonalen. De ene verbindt je valkuil met je uitdaging; dat is je leerpunt. De andere verbindt je kernkwaliteit met je allergie, en daar zit de meeste spanning. Kom je iemand tegen die precies in jouw allergie zit, dan schiet je in je valkuil. Daarmee lok je bij die ander het gedrag uit waar je juist niet tegen kunt. Beide mensen versterken elkaars valkuil, en niemand begrijpt waarom dit gesprek zo moeizaam gaat.

Example

Sanders volledige kwadrant ziet er zo uit. Zijn kernkwaliteit is daadkracht. Zijn valkuil is drammerigheid; zijn teamleden noemen het "over ons heen walsen". Zijn uitdaging is geduld en ruimte geven: hij kan het wel, maar alleen als hij eraan denkt. Zijn allergie is besluiteloosheid.

In de praktijk: Nadia loopt in overleggen graag alle scenario's na. Sander voelt binnen twee minuten zijn kaken op elkaar gaan. Hoe langer Nadia haar scenario's uitwerkt, hoe korter Sander in zijn reacties wordt. Hij kapt af, hij hakt door. Nadia voelt zich overreden en gaat de volgende keer nóg voorzichtiger en uitgebreider formuleren. Zijn allergie lokt zijn valkuil uit, zijn valkuil lokt haar gedrag uit. Twee mensen die allebei hun best doen, en een overleg dat elke keer stroever wordt.

Je eigen kwadrant invullen

Een kwadrant invullen is geen invuloefening maar een zoekproces. Je kunt bij elk van de vier posities beginnen, en meestal blijkt onderweg dat je eerste woordkeuze nog niet klopt. Zo werk je hem uit.

  • Kies een ingang. Begin bij de positie waar je het snelst een woord bij hebt, meestal je kernkwaliteit of je allergie. Bij een allergie heb je vaak direct een gezicht in gedachten.
  • Vul de positie ernaast in. Van je kernkwaliteit ga je horizontaal naar de valkuil: wat gebeurt er als je deze kwaliteit te veel inzet? Van je allergie ga je horizontaal naar de uitdaging: welke gezonde variant zit onder dat gedrag?
  • Loop de diagonalen na. Staan alle vier de woorden er, dan controleer je of je kernkwaliteit en je allergie echt tegenover elkaar staan, en je valkuil en je uitdaging ook.
  • Toets het in een situatie. Zoek een concreet moment van de afgelopen maand waarin alle vier de posities zichtbaar waren. Klopt het kwadrant, dan valt die situatie er soepel in.
  • Leg het naast iemand anders. Vraag een collega of hij de valkuil herkent en welk woord hij zou kiezen. Zijn woord raakt vaak precies je blinde vlek.

Drie fouten die het kwadrant onbruikbaar maken

Kwadranten gaan op een paar vaste manieren scheef staan. Ze zijn allemaal te herstellen door één woord aan te passen.

De eerste fout is dat je bij je uitdaging het tegenovergestelde van je kernkwaliteit invult. "Daadkracht" tegenover "afwachtendheid" vertelt je dat je jezelf moet inleveren. Dat klopt niet en het motiveert niemand. Je uitdaging is de tegenpool van je valkuil, niet van je kwaliteit.

De tweede fout is een allergie invullen met een naam in plaats van met gedrag. "Nadia" is geen allergie. "Eindeloos alle scenario's naast elkaar willen leggen" is het wel. Zodra je het gedrag benoemt, kun je de uitdaging eronder zoeken.

De derde fout is te grote woorden kiezen. "Onvermogen" en "arrogantie" zijn oordelen: ze doen pijn en ze leveren niets op. Woorden die iets lager gemikt zijn, zoals "te vroeg beslissen" of "te snel praten", geven je iets om morgen mee te oefenen.

Tip

Een kwadrant is niet alleen bruikbaar bij een eigenschap waar je trots op bent. Je kunt hem ook invullen vanuit een collega die je moeizaam vindt: zijn irritante gedrag zet je in het valkuil-vak en van daaruit werk je terug naar zijn kernkwaliteit. Die oefening verandert vaak meer in de samenwerking dan een gesprek over de samenwerking.

Exercise

Vul één volledig kwadrant in en toets het meteen.

  • Kernkwaliteit: het woord waar collega's je mee typeren.
  • Valkuil: hetzelfde gedrag doorgeschoten, geformuleerd als gedrag en niet als karaktereigenschap.
  • Uitdaging: de kwaliteit die je valkuil in balans brengt.
  • Allergie: het gedrag bij anderen waar je onevenredig fel op reageert.
  • Toets-situatie: één concreet moment van de afgelopen maand waarin alle vier zichtbaar waren.
  • De persoon die het meest in jouw allergie zit, en wat jij deed toen hij dat gedrag liet zien.
  • Eén ander gedrag dat je de volgende keer uitprobeert.

Let bij dat laatste punt op: kies gedrag, geen voornemen. Niet "ik ga meer geduld hebben", maar "ik laat Nadia haar zin afmaken voor ik reageer".

Summary

  • Een kernkwaliteit kost je geen energie en is niet uit te zetten. Dat onderscheidt hem van een vaardigheid.
  • Je valkuil is dezelfde kwaliteit met het volume te hoog. Onder druk ga je harder duwen: dat is je signaal.
  • Je uitdaging is de positieve tegenpool van je valkuil, niet van je kernkwaliteit.
  • Je allergie is de uiterste versie van je uitdaging bij een ander, en wijst dus terug naar jezelf.
  • De diagonaal tussen kernkwaliteit en allergie verklaart waarom bepaalde mensen je zo snel in je valkuil duwen.
  • Houd de woorden klein en gedragsmatig, en toets je kwadrant aan een echte situatie en aan het woord van een ander.
Knowledge check

Een collega heeft zorgvuldigheid als kernkwaliteit. Wat hoort in het vak "valkuil"?

Je merkt dat je onevenredig fel reageert op een collega die er met de pet naar gooit. Wat zegt die allergie volgens het model over jou?

Sander is daadkrachtig en allergisch voor besluiteloosheid. Nadia loopt in overleggen alle scenario's na. Wat voorspelt de diagonaal in het kwadrant?

Share this chapter: