1. De vijf bouwstenen van een goede opdracht
Een prompt is de opdracht die je aan ChatGPT geeft: de tekst in het invoerveld waarmee je bepaalt wat er gaat gebeuren. Het verschil tussen een antwoord dat je weggooit en een antwoord dat je met twee kleine aanpassingen kunt versturen, zit bijna nooit in het model. Het zit in wat jij hebt meegegeven.
Na dit hoofdstuk:
- Ken je de vijf bouwstenen waaruit een sterke opdracht is opgebouwd.
- Weet je welke bouwsteen je mist als het antwoord niet bruikbaar is.
- Kun je context zo beschrijven dat het model er iets mee kan.
- Stuur je op toon met aanwijzingen die meetbaar zijn.
- Herken je de vijf fouten die vrijwel iedereen in het begin maakt.
Het model vult altijd alles in
Dit is het uitgangspunt waar alles op rust: een taalmodel laat nooit een gat open. Noem je geen doelgroep, dan kiest het er zelf een. Zeg je niets over lengte, dan wordt het gemiddeld lang. Geef je geen toon aan, dan valt het terug op een gladde, licht Amerikaanse zakelijkheid met veel bijvoeglijke naamwoorden en opsommingen. Dat is precies de schrijfstijl die lezers inmiddels herkennen als AI-tekst.
Je kunt daar op twee manieren mee omgaan. Je kunt achteraf repareren wat je niet wilde, of je kunt vooraf kiezen. De vijf bouwstenen zijn de vijf plekken waar je die keuze uit handen van het model haalt.

Rol. Je vertelt vanuit welke positie het model schrijft of denkt. "Je bent een ervaren arbeidsrechtjurist" levert andere woorden, andere voorbehouden en een andere opbouw op dan dezelfde vraag zonder rol. De rol stuurt vooral vaktaal en invalshoek. Het is de bouwsteen die het minste verschil maakt, maar hij kost je ook maar een halve zin.
Taak. Het werkwoord waar alles om draait: samenvatten, herschrijven, vergelijken, bedenken, beoordelen. Een vage taak levert een vaag antwoord. "Kijk eens naar deze tekst" is geen taak. "Haal de drie belangrijkste bezwaren uit deze tekst" wel.
Context. Alles wat het model niet kan weten en jij wel: voor wie het bedoeld is, wat eraan voorafging, welk besluit eraan hangt, welke gevoeligheid er speelt. Dit is de bouwsteen die het vaakst ontbreekt en die de grootste sprong oplevert.
Format. De vorm van de uitvoer: aantal woorden, tabel of lopende tekst, aantal varianten, wel of geen tussenkoppen. Een strak format scheelt je ook leeswerk, want je krijgt niet meer dan je nodig hebt.
Beperkingen. Wat er absoluut niet in mag. Geen aannames verzinnen, geen Engelse leenwoorden, geen beloftes over levertijden, geen uitroeptekens. Beperkingen werken als ze concreet zijn en niet als ze een sfeer beschrijven.
Hanneke werkt bij personeelszaken van een organisatie met 120 medewerkers en moet een nieuwe verlofregeling aankondigen. Haar eerste poging is: "Schrijf een mail over de nieuwe verlofregeling." Wat eruit komt is een keurige, zoetsappige mail die over elke verlofregeling van elk bedrijf zou kunnen gaan.
Haar tweede poging: "Je bent HR-adviseur bij een organisatie met 120 medewerkers. Schrijf een interne mail waarin je de nieuwe verlofregeling aankondigt. De regeling gaat in per 1 januari, medewerkers moeten verlof voortaan vier weken vooraf aanvragen in plaats van twee, en bij de buitendienst is weerstand te verwachten omdat die vaak laat weet wanneer een klus afloopt. Maximaal 250 woorden: één alinea uitleg en daarna drie punten met wat er concreet verandert. Geen jargon, geen verontschuldigende toon, en niets beweren over uitzonderingen, want die zijn er nog niet."
Zelfde gereedschap, zelfde model. Het verschil zit volledig in de vijf bouwstenen.
Context: wat het model onmogelijk kan weten
Het model weet niets van je organisatie, je klant, je vorige mail of de afspraak die vorige week misliep. Alles wat jij vanzelfsprekend vindt, moet ergens in je opdracht staan. Een handige test: stel je voor dat een uitzendkracht op zijn eerste werkdag deze taak van je overneemt. Wat zou je die persoon vertellen voordat hij begint? Precies dat hoort in je context. Meestal gaat het om vier dingen.
- De situatie: wat is er aan voorafgegaan? "De klant heeft twee weken geleden geklaagd over een te late levering en heeft nog geen reactie gehad."
- De ontvanger: voor wie is het en wat weet die al? "Een teamleider zonder technische achtergrond die het besluit aan zijn team moet uitleggen."
- Het doel achter de taak: wat moet er na het lezen gebeuren? "Ik wil dat ze uiterlijk vrijdag het formulier invullen, niet dat ze gaan discussiëren over het beleid."
- De grondstof: welk bronmateriaal hoort erbij? Notulen, een eerdere mail, cijfers, een stuk beleidstekst.
Plak je een langer stuk bronmateriaal mee, zet er dan een scheiding in. Bijvoorbeeld het woord BRONTEKST boven het materiaal en OPDRACHT boven je instructie. Zonder die scheiding gebeurt het regelmatig dat het model een zin uit je bronmateriaal aanziet voor een opdracht, en dan krijg je een antwoord op een vraag die je niet stelde.
Rick werkt op de klantenservice van een groothandel en krijgt een boze mail over een levering die zes dagen te laat was. Hij vraagt: "Schrijf een reactie op deze klacht." Hij krijgt een algemeen excuusbriefje dat op elke klacht van elk bedrijf zou passen.
Met context erbij: "BRONTEKST: [de klachtmail]. OPDRACHT: schrijf een reactie namens de klantenservice. De levering was inderdaad zes dagen te laat door een storing bij onze vervoerder. Dit is de tweede keer bij deze klant, die vorig jaar voor ongeveer 40.000 euro afnam, en we willen hem houden. Ik mag geen korting toezeggen, wel gratis verzending bij de volgende bestelling. Maximaal 150 woorden, je-vorm, geen excuses na de eerste zin."
De eerste versie gooit Rick weg. De tweede past hij op twee woorden aan en verstuurt hij.
Toon aanwijzen in plaats van benoemen
Het woord "professioneel" betekent voor jou iets anders dan voor het model, en waarschijnlijk ook iets anders dan voor je collega. Aanwijzingen die wél werken zijn concreet en meetbaar: "gemiddeld maximaal vijftien woorden per zin", "je-vorm, geen u-vorm", "geen 'wij zijn verheugd', geen 'in het kader van', geen uitroeptekens", "eerst de conclusie, dan pas de toelichting". Ook een vergelijking helpt: "de toon van een collega die je goed kent en die haast heeft".
Valt een antwoord tegen, loop dan de vijf bouwstenen langs als een checklist voordat je iets nieuws typt. In de meeste gevallen ontbreekt er context of een format, en niet meer dan dat. Dat scheelt je een compleet nieuwe opdracht.
Vijf fouten die iedereen in het begin maakt
De meeste teleurstellende antwoorden komen niet door het model, maar door een handvol fouten die je er snel uit krijgt zodra je ze kent.
- Te veel taken in één opdracht. Je vraagt om analyseren, samenvatten, herschrijven en vertalen tegelijk. Het eerste gaat goed, de rest half. Knip zo'n opdracht op in losse stappen.
- Vragen zonder criteria. "Is dit een goed plan?" levert bijval op, want het model bouwt graag door op wat jij suggereert. "Beoordeel dit plan op haalbaarheid binnen drie maanden en noem de vier grootste risico's" levert inhoud op.
- Beleefdheid in plaats van instructie. "Zou je misschien kunnen kijken of je iets zou kunnen doen met deze tekst?" bevat geen opdracht. Het model gokt dan wat je bedoelt.
- Ontkenningen zonder alternatief. "Maak het niet te lang" geeft geen richting. "Maximaal 120 woorden" wel. Wat je verbiedt, vul je aan met wat je in plaats daarvan wilt.
- Meteen opnieuw beginnen. Een nieuw gesprek gooit alle opgebouwde context weg. Doorpraten in hetzelfde gesprek levert vrijwel altijd meer op, en daar gaat het volgende hoofdstuk over.
Pak een taak die je deze week toch al moest doen: een mail, een samenvatting, een stuk tekst voor een collega.
- Taak: noteer in één zin wat je precies gedaan wilt hebben.
- Rol: wie zou dit in de ideale wereld voor je schrijven?
- Context: schrijf drie dingen op die het model onmogelijk kan weten.
- Format: noteer lengte en vorm in cijfers.
- Beperkingen: noem twee dingen die er niet in mogen.
Zet de vijf onderdelen achter elkaar in één opdracht en leg het resultaat naast een kale versie van dezelfde vraag. Noteer welke van de vijf het meeste verschil maakte.
Samenvatting
- Het model laat nooit een gat open: wat jij niet kiest, kiest het zelf.
- Rol stuurt vaktaal en invalshoek, taak is het werkwoord waar alles om draait.
- Context is wat het model niet kan weten: situatie, ontvanger, doel en bronmateriaal.
- Format is lengte en vorm in cijfers; beperkingen zijn wat er niet in mag.
- Baken bronmateriaal af met een kopje, anders leest het model er een opdracht in.
- Toon stuur je met meetbare aanwijzingen, niet met woorden als "professioneel".
- De vaakst gemaakte fouten: te veel tegelijk, beoordelen zonder criteria, beleefdheid zonder instructie, verbieden zonder alternatief, en te snel opnieuw beginnen.
Je vraagt om een tekst en noemt geen lengte. Wat gebeurt er?
Welke aanwijzing over toon kan het model er iets mee doen?
Waarom zet je een kopje boven een lang stuk bronmateriaal dat je meeplakt?