Inleiding
Je hebt aan een paar projecten meegewerkt, je kent de woorden die er rondzingen, en nu wil je zwart op wit dat je het vak begrijpt. IPMA-D is daarvoor het logische certificaat: je hoeft geen jaren als projectleider achter de rug te hebben, maar je moet wel weten hoe een project in elkaar zit. Van opdrachtformulering tot oplevering, van planningstechniek tot het gesprek met een lastige belanghebbende.
De vraag die daarvoor komt is een andere: wat vraagt dat examen nu eigenlijk van me, en is dit iets voor mij? Deze gratis cursus geeft daar antwoord op, en leert je meteen twee onderwerpen die op elk IPMA-D-examen terugkomen.

Deze gratis cursus bevat de eerste vier hoofdstukken: het oranje deel van de balk hierboven. Onderaan hoofdstuk 4 vind je de volledige training.
Wat je gaat leren
Je begint bij het certificaat zelf. Wat is de ICB4, welke vier IPMA-niveaus zijn er, en waarom is D het enige niveau waar je met een examen klaar bent in plaats van met een assessment. Daarna kijk je het examen in: twee delen, vier signaalwoorden in de vraagstelling, en drie dingen waar een beoordelaar op let. Dat hoofdstuk eindigt met een studieplan dat terugtelt vanaf je examendatum.
De laatste twee hoofdstukken zijn echt vakinhoud, en niet toevallig de twee onderwerpen die het vaakst terugkomen in de open vragen. Eerst leer je een project beheersen op tijd, geld, kwaliteit, informatie en organisatie, met de duivelsdriehoek en de marges waarbinnen je zelf mag beslissen. Daarna reken je een netwerkplanning door: voorwaarts, achterwaarts, kritiek pad, speling en een driepuntsschatting met PERT. Dat laatste hoofdstuk is rekenwerk, met pen en papier ernaast het beste te volgen.
Hoe de cursus is opgebouwd
De volledige training telt veertien hoofdstukken en loopt van projectmatig werken via de opdracht, de fasering en het gereedschap naar de mensen om het project heen. Deze gratis cursus pakt daar vier hoofdstukken uit: twee die je vertellen waar je aan begint, en twee waarin je echt iets leert. Elk hoofdstuk heeft leerdoelen, een schema, voorbeelden met namen en getallen, en een oefening die je op je eigen situatie toepast.
Praktische tips voor gebruik
- Houd pen en papier bij de hand. Hoofdstuk 4 valt of staat met zelf narekenen; alleen meelezen is niet genoeg.
- Lees niet alles in één ruk uit. Een hoofdstuk per keer, met een dag ertussen, blijft beter hangen dan een middag doorlezen.
- Neem de begrippen letterlijk over. Op het examen wordt gevraagd naar de term zoals de standaard hem gebruikt, niet naar het woord dat bij jou op kantoor gangbaar is.
- Zet nu al een examendatum in gedachten. In hoofdstuk 2 tel je daarvandaan terug naar je studieplan.
- Kies per hoofdstuk één project uit je eigen werk waarop je de stof legt. Dat helpt bij de casusvragen, waar een algemeen antwoord weinig punten oplevert.
Elk hoofdstuk sluit af met een korte kennischeck van drie vragen: beantwoord ze goed om het hoofdstuk als afgerond te markeren. Je voortgang wordt automatisch onthouden in je browser.
De aantallen vragen, de duur van het examen en de cesuur worden vastgesteld door de exameninstelling en kunnen per ronde verschillen. Deze cursus gaat over de inhoud en de opzet; de actuele cijfers haal je uit de examengids van je eigen exameninstelling.
Veel succes met je voorbereiding.