1. Wat een mindmap is en wanneer hij loont

Een mindmap belooft veel: één vel papier waarop je een heel onderwerp in vijf seconden overziet. Die belofte klopt, maar niet voor alles. Dit hoofdstuk laat zien uit welke onderdelen een mindmap bestaat, waarin hij verschilt van de aantekeningen die je nu maakt, en in welke situaties hij je tijd oplevert. En ook waar hij je juist in de weg zit, want dat is minstens zo nuttig om te weten.

Leerdoelen

Na dit hoofdstuk:

  • Weet je uit welke vier bouwstenen elke mindmap bestaat.
  • Kun je uitleggen wat radiant denken is en waarom Buzan die term koos.
  • Benoem je vijf verschillen tussen lineair en associatief noteren.
  • Herken je zeven situaties waarin een mindmap wint en drie waarin hij verliest.
  • Weet je welke vijf misverstanden over mindmappen je kunt loslaten.

De vier bouwstenen

Een mindmap is een tekening van je eigen denken. In het midden staat het onderwerp, als woord en het liefst ook als klein plaatje. Vanuit dat midden lopen de hoofdgedachten als takken naar buiten, en uit elke hoofdtak groeien weer kleinere associaties. Op elke lijn staat één trefwoord. Kleur, dikte en positie dragen betekenis: hoe dichter bij het centrum, hoe algemener het idee.

Dat zijn de vier bouwstenen die je in elke mindmap terugvindt. Het centrale beeld is het onderwerp in het midden. De hoofdtakken zijn de vier tot zeven brede categorieën die vanuit dat midden vertrekken, dik bij het centrum. De subtakken zijn de uitwerking daarvan, dunner naarmate ze verder naar buiten lopen. En op elke lijn staat precies één trefwoord, nooit een zin.

Voorbeeldmindmap met in het midden Klanttevredenheid en vijf hoofdtakken: cijfers, klachten, quick wins, budget en vervolg, elk met subtakken, en met de vier bouwstenen genummerd.
Een mindmap over de klanttevredenheid van 2024, met de vier bouwstenen aangewezen.

In het schema hierboven staat in het midden klanttevredenheid. Daaromheen lopen vijf hoofdtakken: cijfers, klachten, quick wins, budget en vervolg. Onder cijfers hangen NPS en trend, onder klachten hangen levertijd en factuur, onder quick wins hangen bevestiging en belscript, onder budget hangt uren, en onder vervolg hangen pilot en meetpunt. Je ziet in één blik dat budget maar één subtak heeft en klachten er twee. Die verhouding is informatie op zichzelf: kennelijk weet de maker van deze map veel over klachten en bijna niets over budget.

Voorbeeld

Sanne moet een presentatie van twintig minuten geven over de klanttevredenheid. Ze begint niet in PowerPoint, maar met een leeg vel. Midden op het vel schrijft ze "Klanttevredenheid 2024". Binnen acht minuten staan er vijf hoofdtakken. Onder klachten hangen drie voorbeelden, onder cijfers negen. Ze ziet meteen dat de verhouding niet klopt met haar boodschap: haar publiek wil geen negen cijfers zien, het wil weten wat er misgaat en wat eraan gebeurt. Ze schuift de takken om en maakt pas daarna slides. Met een lijstje met bullets had ze die scheve verhouding niet gezien, want in een lijst staat alles onder elkaar en lijkt alles even zwaar.

Waarom het er zo uitziet

Die vorm is geen stijlkeuze. De Britse psycholoog Tony Buzan populariseerde de mindmap vanaf de jaren zeventig. Hij zag dat studenten hun aantekeningen volschreven met volzinnen en daarna nauwelijks konden terugvinden wat belangrijk was. Zijn observatie: het brein slaat informatie niet op als een lijst van regel 1 tot regel 40, maar als een netwerk van verbindingen. Eén woord roept er tientallen andere op, en die roepen er weer nieuwe op.

Buzan noemde dat radiant denken: denken dat vanuit een centraal punt naar alle kanten uitstraalt. Het woord "vakantie" roept bij jou waarschijnlijk binnen een seconde zon, koffer, file, boek en een specifieke herinnering aan een camping op. Die woorden komen niet netjes op alfabet binnen. Ze komen tegelijk, in clusters, aan elkaar geknoopt. Een mindmap zet precies die structuur op papier, in plaats van hem te vertalen naar een vorm die je hoofd niet gebruikt.

Vijf verschillen met een lijstje

De meeste mensen noteren lineair: regel onder regel, van boven naar beneden, in de volgorde waarin de informatie binnenkomt. Dat werkt prima voor een boodschappenlijst. Zodra het onderwerp complex wordt, gaat het wringen, want je doet dan drie dingen tegelijk: meeschrijven, de volgorde bepalen en het geheel overzien. Die drie vechten om dezelfde aandacht.

  • Richting: lineaire notities lopen van boven naar beneden. Een mindmap groeit vanuit het centrum naar buiten, in alle richtingen tegelijk.
  • Eenheid: lineair schrijf je zinnen. In een mindmap staat op elke lijn één trefwoord, waardoor je bij het teruglezen zelf de verbinding maakt.
  • Verbanden: in een lijst staat de relatie tussen punt 3 en punt 17 nergens. In een mindmap zie je aan de takstructuur direct wat bij elkaar hoort.
  • Ruimte: een volle lijst heeft geen plek meer voor een idee dat er halverwege bij komt. Een mindmap heeft altijd ruimte voor een extra tak.
  • Terugvindsnelheid: een pagina tekst scan je regel voor regel. Een mindmap overzie je in één blik, omdat vorm, kleur en positie meehelpen.

Associatief noteren draait de volgorde om. Je legt eerst het middelpunt vast en hangt daarna alles op de plek waar het inhoudelijk hoort. Komt er halverwege het overleg nog een punt terug bij een eerder onderwerp? Dan zet je het gewoon aan die tak, ook al is het twintig minuten later. De pagina groeit mee met het gesprek in plaats van met de klok.

Zeven situaties waarin een mindmap wint

Een mindmap komt tot zijn recht als je informatie moet ordenen die nog geen vorm heeft. Bij vergaderingen hang je elke opmerking meteen aan het juiste agendapunt, ook als de spreker drie punten terugspringt. Bij brainstormen houdt associatief noteren de stroom op gang. Bij het plannen van een project zie je in één beeld welke onderdelen er zijn en waar je nog niets hebt ingevuld. Bij studeren krijg je veertig pagina's op één vel. Bij een presentatie worden de hoofdtakken je onderdelen en de subtakken je punten. Bij een besluit staan argumenten, belanghebbenden en risico's naast elkaar, zodat één luide overweging niet automatisch de zwaarste wordt. En bij persoonlijke doelen werk je van een levensgebied naar buiten toe uit wat je wilt en wat de eerste stap is.

De rode draad: hoe minder de structuur van je onderwerp vaststaat, hoe meer een mindmap oplevert. Bij chaos werkt hij het best.

Voorbeeld

Rachid werkt op een financiële afdeling en vond mindmappen "iets voor de marketingcollega's". Bij de voorbereiding van de jaarafsluiting probeerde hij het toch: in het midden "Afsluiting Q4", daaromheen takken voor systemen, mensen, deadlines en risico's. Binnen tien minuten zag hij dat onder mensen één naam stond die ook op drie andere takken terugkwam. Die collega bleek in dezelfde week met vakantie te zijn. In zijn gebruikelijke actielijst met 34 regels was dat pas twee weken later opgevallen, en dan had hij geen ruimte meer gehad om iets te regelen.

Waar een mindmap juist niet helpt

Sommige informatie heeft van nature een vaste volgorde. Een installatie-instructie waarin stap vier pas na stap drie mag komen, verlies je in een mindmap eerder dan dat je hem wint. Hetzelfde geldt voor bedragen, planningen met datums en gegevens die je later wilt sorteren of optellen: daar zijn een genummerde lijst en een tabel gewoon sterker. En een mindmap is in de eerste plaats van jou. De associaties, afkortingen en tekeningetjes betekenen voor jou iets en voor een ander vaak niets. Voor stukken die anderen zonder jouw toelichting moeten kunnen lezen, gebruik je de mindmap als voorbereiding en niet als eindproduct.

Tip

Een goede vuistregel is de vraag of je de mindmap gebruikt om te denken of om te bewaren. Denkwerk gaat prima op papier met slordige takken. Bewaarwerk vraagt om een herziene versie of om een overzetting naar tekst, want over drie maanden herken je je eigen krabbels niet meer.

Vijf aannames die je kunt loslaten

  • "Je moet kunnen tekenen." Een pijl, een sterretje, een streepje en een blokje zijn genoeg. Een symbool moet jij terugherkennen, het hoeft niet mooi te zijn.
  • "Een mindmap moet er netjes uitzien." De eerste versie is werkmateriaal en mag doorstreept en scheef zijn. Netheid telt pas als je de map hergebruikt of laat zien.
  • "Het is iets voor creatieve types." Radiant denken is geen talent maar de werkwijze van je brein. Controllers en systeembeheerders hebben er evenveel aan; alleen het woord in het midden verschilt.
  • "Het is gewoon een lijstje met takken eraan." Een lijst dwingt je tot volgorde voordat je die kent. Een mindmap laat je die keuze uitstellen tot het materiaal er is, en dat levert andere ideeën op.
  • "Mindmappen kost extra tijd." De eerste keren wel, zoals bij elke nieuwe gewoonte. Daarna win je tijd terug bij terugzoeken, samenvatten en overdragen.
Oefening

Pak een leeg vel papier, liggend, en een onderwerp uit je eigen werk waar je nu het overzicht in mist.

  • Schrijf het onderwerp in twee of drie woorden midden op het vel en zet er een cirkel omheen.
  • Zet vijf minuten lang alles wat in je opkomt als losse takken om dat midden heen. Eén woord per lijn, geen zinnen.
  • Markeer daarna met een kleur welke takken bij elkaar horen.
  • Beantwoord twee vragen: welk verband zie je nu dat je in een lijstje niet had gezien, en welke tak is opvallend leeg?

Die laatste vraag is de belangrijkste. Een lege tak betekent bijna altijd dat je over dat onderdeel te weinig weet, en dat is precies waar je volgende uur heen moet.

Samenvatting

  • Elke mindmap bestaat uit vier bouwstenen: een centraal beeld, hoofdtakken, subtakken en één trefwoord per lijn.
  • De vorm sluit aan op radiant denken: het uitwaaierende associatiepatroon dat Buzan als basis nam.
  • Tegenover lineair noteren staat associatief noteren: je stelt de structuur uit tot je materiaal hebt.
  • Mindmappen loont bij vergaderingen, brainstorms, projecten, studie, presentaties, besluiten en persoonlijke doelen.
  • Bij vaste procedures, cijfers en teksten voor anderen kies je een lijst of een tabel.
  • Tekentalent is niet nodig, netheid evenmin, en de techniek werkt net zo goed voor analytisch als voor creatief werk.
Kennischeck

Wat bedoelde Buzan met radiant denken?

Voor welke van deze vier klussen is een mindmap volgens dit hoofdstuk het minst geschikt?

Sanne ziet in haar mindmap dat de tak "cijfers" negen subtakken heeft en "budget" maar één. Wat is daaraan de winst?

Deel dit hoofdstuk: