3. De regels van Buzan
Buzan legde zijn methode vast in een set regels. Ze zijn geen dogma, maar ze zijn ook niet willekeurig: elke regel sluit aan op iets wat je brein toch al doet. Wie ze de eerste keren netjes volgt, merkt daarna vanzelf welke hij kan laten vallen. Wie er meteen omheen werkt, komt bijna altijd uit bij een gewone lijst met kaders eromheen.
Na dit hoofdstuk:
- Ken je de zeven basisregels voor het opbouwen van een mindmap.
- Weet je wat Basic Ordering Ideas zijn en hoe je ze kiest.
- Pas je de regel van één sleutelwoord per lijn toe op je eigen aantekeningen.
- Herken je het verschil tussen een organische en een schematische takvorm.
- Weet je wanneer afwijken van de regels verstandig is en wanneer nog niet.
De zeven regels

In het schema hierboven staat in het midden "Afsluiting Q4". Vier hoofdtakken lopen naar buiten, elk in een eigen kleur. Onder systemen hangen grootboek en export, onder mensen hangen controller en Fatima, onder deadlines hangen 10 jan en 1 feb, en onder risico's hangen vakantie en btw. Een rode stippelpijl loopt van Fatima naar 10 jan: Fatima is met vakantie op de dag dat het grootboek dicht moet. Rechtsboven is een stuk papier bewust leeg gelaten. Dat zijn de zeven regels in beeld:
- Begin in het midden met een beeld. Een centraal beeld is de getekende voorstelling van je onderwerp, midden op een liggend blad. Het is geen versiering maar de ingang, en je past er dual coding mee toe. Teken je onderwerp als plaatje en zet het woord erin of eronder. Minstens drie kleuren, en zo groot als een muntstuk of iets ruimer.
- Eén sleutelwoord per lijn. Op elke lijn staat precies één woord, bij voorkeur een zelfstandig naamwoord of een werkwoord. Aan "vervoer" kun je nog tien kanten op, aan "vervoer regelen met de trein" bijna niets meer.
- Woord op de lijn, in blokletters. Het sleutelwoord staat op de tak, niet erboven of eronder, en lijn en woord zijn even lang. Zo is er geen twijfel over welk woord bij welke tak hoort. Je schrijft horizontaal, ook als de tak schuin loopt; draai desnoods het blad.
- Dik bij het centrum, dun naar buiten. Een organische takvorm is een licht gebogen lijn die breed vertrekt en naar buiten toe smaller wordt, zoals een tak aan een boom. Rechte, haakse lijnen maken je mindmap tot een organigram: netjes, maar saai voor je oog en zonder eigen silhouet.
- Eén kleur per hoofdtak. Alles wat uit dezelfde hoofdtak groeit, krijgt dezelfde kleur. Zo scan je in één oogopslag welke informatie bij elkaar hoort.
- Dwarsverbanden met een pijl. Loopt er tussen twee verre takken een inhoudelijk verband, trek er dan een pijl of stippellijn tussen. Juist daar ontstaat vaak een nieuw idee.
- Laat ruimte over. Een mindmap die tot in de hoeken vol staat, kun je niet meer aanvullen. Ruimte is een uitnodiging.
Een liggend blad werkt beter dan een staand blad. Staand werk je vanzelf van boven naar beneden, en dan glijd je binnen twee minuten terug in lineair noteren. Liggend heb je aan alle kanten evenveel ruimte.
Basic Ordering Ideas: de takken die de rest dragen
Basic Ordering Ideas zijn de ordenende basisideeën: de paar brede categorieën die vanuit het centrum vertrekken en waaronder al het andere een plek vindt. Buzan kortte ze af tot BOI's. Geen andere keuze bepaalt zo sterk hoe bruikbaar je mindmap wordt.
Een BOI is een verzamelwoord, geen detail. Kies je bij een klantproject "offerte", "planning", "team" en "risico's", dan heb je vier haken waaraan vrijwel elk nieuw gegeven past. Kies je "offerte versie 2", dan zit je vast zodra versie 3 verschijnt. Er zijn een paar vragen die bijna altijd goede BOI's opleveren: wie is erbij betrokken, wat moet er gebeuren, waar en wanneer speelt het, waarom is dit nodig, hoeveel kost het. Ook de klassieke categorieën werken: onderdelen, eigenschappen, functies, oorzaken, gevolgen, fasen.
Waarom één woord zoveel uitmaakt
Dit is de regel die cursisten het vaakst overslaan en die het meeste oplevert zodra je hem wel volhoudt. Een zin is af: er valt niets meer aan toe te voegen zonder dat je hem herschrijft. Een los woord is niet af, en juist die onafheid is de motor van je mindmap. Het woord "budget" roept vanzelf "directie", "limiet" en "reserve" op. De zin "budget aanvragen bij directie" roept niets op, want het antwoord zit er al in.
Projectleider Nadia maakt een mindmap van een klantgesprek. Op de tak "wensen" schrijft ze: "klant wil eerder opleveren dan afgesproken". Bij het teruglezen twee dagen later blijkt die tak dood; er kon niets meer bij. In de tweede versie staat op de tak "wensen" het woord "oplevering", met daaronder "vervroegd", "reden" en "meerkosten". Onder "reden" verschijnt tijdens het volgende gesprek moeiteloos "beurs mei". Onder "meerkosten" komt "overuren", en daaronder "€ 4.200". De mindmap groeit mee met het project, want elk woord liet ruimte voor het volgende.
Zo kies je bij twijfel het juiste woord. Streep eerst de vulwoorden weg: lidwoorden, voorzetsels en hulpwerkwoorden dragen zelden betekenis. Kies dan het woord dat het meeste oproept; zeg het hardop en kijk welke associaties vanzelf komen. Zet het algemene woord dichter bij het centrum, want "kosten" hoort hoger dan "cateringfactuur". En splits samengestelde gedachten: "snelle levering" wordt "levering" met daaronder "snel", zodat er ook nog "duur" of "betrouwbaar" bij kan.
Betrap je jezelf op een lange tak? Kijk waar het woordje "en" of "van" staat. Op die plek zit bijna altijd een splitsing die je nog niet gemaakt hebt. "Planning van de oplevering" wordt twee lijnen: "planning" met daaronder "oplevering".
De regel is streng, maar niet heilig. Een eigennaam als "Van der Meer" blijft één begrip. Vaste combinaties als "sociale zekerheid" verliezen hun betekenis zodra je ze uit elkaar trekt. En cijfers met een eenheid, zoals "€ 12.000" of "3 weken", horen bij elkaar. De vuistregel: kan het woord niet uit elkaar zonder dat de betekenis kantelt, dan houd je het bij elkaar.
Organisch tekenen
De vorm van je takken is geen decoratie. Een mindmap waarin de lijnen van dik naar dun lopen en licht gebogen zijn, leest je oog sneller dan een mindmap van rechte streepjes van gelijke dikte, omdat je de hiërarchie dan ziet zonder erover na te denken. Vier dingen bepalen of een tak organisch oogt: hij gaat van dik naar dun, hij is gebogen in plaats van recht, het woord staat op de lijn, en de lijn is even lang als het woord. Daar hoort een vijfde punt bij dat vaak vergeten wordt: takken raken elkaar altijd. Een subtak begint waar de bovenliggende tak eindigt, zonder gaatje ertussen. Een los zwevend woord verliest zijn plek in het netwerk, en juist die plek haalt je ruimtelijk geheugen later terug.
Wanneer je mag afwijken
De regels zijn een startpositie, geen wet. Notuleer je live tijdens een vergadering, dan is er geen tijd voor dikke gebogen takken en tekeningetjes; je legt dan de structuur vast en werkt de vorm later bij. Maak je een map die iemand anders zonder jouw toelichting moet kunnen lezen, dan is een korte woordgroep soms duidelijker dan een trefwoord dat alleen voor jou betekenis heeft. En bij een technisch schema waarin de volgorde vaststaat, is een lijst gewoon beter.
Wel geldt er een volgorde. Beginners die meteen hun eigen stijl ontwikkelen, komen vrijwel altijd uit bij iets wat op een lijst met kaders lijkt: je hand valt terug op wat hij gewend is. Pas als je de strikte vorm een aantal keer helemaal hebt uitgevoerd, weet je uit ervaring wat elke regel je oplevert. Een praktische afspraak met jezelf: de eerste tien mindmaps volgens het boekje, met bij elke map een korte notitie over wat werkte en wat wrong. Vanaf de elfde ga je variëren, en dan weet je waarom.
Pak een aantekening die je de afgelopen week hebt gemaakt: een vergadernotitie, een uitgewerkt idee, een actielijst.
- Tel hoeveel woorden er gemiddeld per regel staan.
- Streep per regel het ene woord aan dat de betekenis draagt.
- Noteer welke drie van de zeven regels in jouw aantekening het meest ontbreken.
- Teken de aantekening opnieuw als mindmap, met vier tot zes BOI's, en beschrijf in twee zinnen wat er veranderde.
Samenvatting
- De zeven regels: beeld in het midden, één sleutelwoord per lijn, woord op de lijn in blokletters, dik naar dun, één kleur per hoofdtak, dwarsverbanden met een pijl, en ruimte overlaten.
- Basic Ordering Ideas zijn de brede verzamelcategorieën waaronder al het overige past. Kies verzamelwoorden, geen details.
- Een onafgemaakt woord roept nieuwe associaties op, een afgemaakte zin niet. Dat is de kern van de regel van één woord.
- Eigennamen, vaste begrippen en bedragen met een eenheid blijven wel bij elkaar staan.
- Organisch tekenen betekent: dik naar dun, licht gebogen, woord op de lijn, en takken die elkaar raken.
- Afwijken mag zodra de situatie erom vraagt, maar pas nadat je de regels een aantal keer volledig hebt toegepast.
Waarom werkt "oplevering" als trefwoord beter dan "klant wil eerder opleveren dan afgesproken"?
Welke van deze vier is de beste Basic Ordering Idea voor een mindmap over een klantproject?
Je maakt je derde mindmap ooit en vindt gebogen takken onzin, want recht tekent sneller. Wat zegt dit hoofdstuk daarover?