1. Voor wie je schrijft

Twee rapportages over dezelfde maand, met dezelfde cijfers uit hetzelfde systeem, kunnen totaal verschillend uitpakken. De ene leidt tot een besluit, de andere verdwijnt in een map. Het verschil zit niet in de administratie, maar in vijf eigenschappen die je stuk voor stuk kunt nakijken.

Leerdoelen

Na dit hoofdstuk:

  • Benoem je de vijf criteria waarmee je de effectiviteit van een rapportage beoordeelt.
  • Bepaal je per lezersrol welke informatie iemand nodig heeft en welke niet.
  • Weet je waarom hoger in de organisatie minder detail en meer duiding vraagt.
  • Toets je met de meetlat of een passage aanzet tot een besluit of alleen tot een vraag.
  • Herken je de formuleringen waarmee een rapportage vrijblijvend wordt.

De vijf effectiviteitscriteria

Effectiviteitscriteria zijn de vaste maatstaven waarmee je een rapportage beoordeelt, los van wie hem gemaakt heeft en hoe verzorgd hij eruitziet. Ze werken als een checklist: je loopt ze na en geeft per punt een score.

De vijf effectiviteitscriteria relevant, tijdig, betrouwbaar, begrijpelijk en actiegericht, met daaronder de meetlat van vier niveaus: constatering, duiding, oorzaak en handelingsoptie.
Vijf criteria waarmee je een rapportage toetst, en de meetlat die zegt hoe ver een passage komt.

Relevant. De inhoud sluit aan bij de beslissingen die de ontvanger deze periode neemt. Een kostensoort die niemand kan beïnvloeden, hoort niet in een stuurrapportage. Bij elke regel kun je jezelf afvragen voor wie die er staat. Is er geen rol te noemen, dan kan de regel weg.

Tijdig. De rapportage ligt er vóór het moment waarop het besluit valt. Een rapportage die perfect klopt maar twee dagen na het overleg verschijnt, heeft een effectiviteit van nul. Tachtig procent op dag drie is meer waard dan honderd procent op dag veertien.

Betrouwbaar. Bron, definitie en berekening zijn navolgbaar en blijven gelijk over de perioden heen. Eén cijfer dat achteraf niet klopt, kost je het vertrouwen in alle andere cijfers, ook die wel kloppen.

Begrijpelijk. De lezer snapt de tabel of de grafiek zonder dat jij ernaast zit om het uit te leggen. Vaktermen, interne codes en afkortingen die alleen in de administratie leven, halen dit criterium onderuit.

Actiegericht. De rapportage benoemt wat er is, wat dat betekent en welke keuze voorligt. Dit is de strengste van de vijf, en tegelijk de bruikbaarste, omdat je er elke passage langs kunt leggen.

De informatiebehoefte verschilt per rol

De informatiebehoefte van je lezer is het antwoord op één vraag: welk besluit moet deze persoon straks nemen, en welke gegevens heeft hij daar minimaal voor nodig? Alles wat daar niet aan bijdraagt is ballast. Die behoefte verschilt per rol, en dat verschil is groter dan de meeste rapportages laten zien.

Een teamleider logistiek stuurt op de bezetting van komende week. Die heeft cijfers per dag nodig, en hij wil ze snel; duiding kan hij zelf geven, want hij staat er middenin. Een lid van het managementteam stuurt op het jaarresultaat en wil weten waar de afwijking vandaan komt en of er nog ruimte is om bij te sturen. De directie kijkt over het boekjaar heen en heeft aan zeven kerncijfers met een trendlijn genoeg, mits er een oordeel bij staat. Hoe hoger in de organisatie, hoe minder detail en hoe meer duiding. Krijgen alle drie dezelfde twaalf pagina's, dan leest niemand ze helemaal.

Zo breng je die behoefte in kaart. Benoem eerst de ontvangers bij naam en rol: niet "het MT", maar de vier mensen die het stuk daadwerkelijk openen. Achterhaal daarna welk besluit ieder van hen neemt, en stel die vraag gewoon hardop: "waar gebruik je deze pagina voor?" Het antwoord is meestal korter dan je verwacht. Bepaal vervolgens het detailniveau dat bij dat besluit hoort; een besluit over inhuur vraagt om uren en tarieven, een besluit over een investering om een meerjarige lijn. En schrap tot slot wat geen besluit ondersteunt. Een tabel die er alleen staat omdat hij er vorig jaar ook stond, kan weg.

Voorbeeld

Ilse is controller bij een installatiebedrijf met vier vestigingen. Ze stuurde elke maand hetzelfde rapport van achttien pagina's naar de vestigingsmanagers én naar de directie. Na een rondje langs de ontvangers bleek dat de vestigingsmanagers alleen naar hun eigen twee pagina's keken en dat de directie alleen de samenvattende cijfers las. De rest las niemand, al veertien maanden niet.

Ze knipte het rapport in tweeën: drie pagina's per vestiging, met de bezetting en de marge per project, en een directieoverzicht van twee pagina's met acht kerncijfers en een oordeel. De bespreking in het MT duurde daarna nog een half uur in plaats van een uur, en Ilse was per maand een dag minder kwijt aan samenstellen.

Tip

Je aanname toets je met één vraag aan de ontvanger: "als ik deze bijlage volgende maand weglaat, mis je hem dan?" Bij aarzeling weet je genoeg. Laat hem dan echt een keer weg en kijk of er iemand naar vraagt.

De meetlat: hoe ver komt je passage?

Actiegerichtheid is de mate waarin je rapportage de lezer in staat stelt om binnen de bespreking een besluit te nemen. Je meet het per passage, langs vier niveaus.

Op niveau 1 staat de constatering: het cijfer en het verschil, meer niet. Op niveau 2 komt de duiding erbij: is dit veel of weinig, gaat het de goede kant op? Op niveau 3 staat de oorzaak: wat is er feitelijk gebeurd waardoor het cijfer zo uitvalt? Pas op niveau 4 staat er een handelingsoptie: wie doet wat, wat kost of levert dat op, en wanneer is het effect zichtbaar?

De meetlat werkt zo. Een passage die op niveau 1 of 2 blijft steken, levert een vraag op tijdens het overleg. Een passage op niveau 3 levert een discussie op. Alleen niveau 4 levert een besluit op. Niet elke alinea hoeft naar niveau 4, maar wel elke afwijking die er financieel toe doet.

Voorbeeld

Niveau 1: "De personeelskosten bedragen 1.439.000 euro, een overschrijding van 6,2 procent ten opzichte van budget."

Niveau 4: "De personeelskosten liggen 84.000 euro (6,2 procent) boven budget. De oorzaak is inhuur op twee vacatures die sinds april openstaan, tegen een uurtarief dat 40 procent boven het interne tarief ligt. Bij ongewijzigd beleid loopt dit op tot ongeveer 150.000 euro over het jaar. Voorstel: HR stopt de inhuur op één plek per 1 november en zet die vacature om naar een detacheringscontract. Besluit gevraagd in dit overleg, effect zichtbaar in de rapportage van december."

Het cijfer is in beide zinnen hetzelfde. In de eerste vraagt de lezer "hoe komt dat?", in de tweede zegt hij ja of nee.

De formulering doet ertoe. "Wordt onderzocht", "vraagt aandacht" en "behoeft monitoring" zijn geen handelingsopties; het zijn manieren om een oordeel te vermijden. Een handelingsoptie noemt wie iets doet, wat het kost of oplevert en wanneer het effect zichtbaar wordt. Ken je de oorzaak niet, schrijf dat dan op met de datum waarop je het antwoord levert. Dat is eerlijker, en het levert meteen een opvolgpunt op.

Oefening

Pak de laatste rapportage die je hebt opgeleverd of ontvangen.

  • Scoor hem op elk van de vijf criteria, van 1 (zwak) tot 5 (sterk), en noteer per criterium in één zin waarom je die score geeft.
  • Noem de ontvangers bij naam en schrijf achter elke naam welk besluit die persoon neemt.
  • Licht de drie grootste afwijkingen eruit en geef ze een niveau van 1 tot 4.
  • Herschrijf er één naar niveau 4, met oorzaak, keuze, bedrag en termijn.

Leg je herschreven versie voor aan de ontvanger en vraag of hij er een besluit op zou durven nemen. Zegt hij nee, vraag dan wat er nog mist.

Samenvatting

  • Vijf criteria bepalen of een rapportage werkt: relevant, tijdig, betrouwbaar, begrijpelijk en actiegericht.
  • Tijdig verslaat compleet. Een kloppende rapportage na het besluit is nutteloos.
  • De informatiebehoefte verschilt per rol: hoe hoger in de organisatie, hoe minder detail en hoe meer duiding.
  • Benoem je lezers bij naam, achterhaal welk besluit ieder neemt en schrap wat geen besluit ondersteunt.
  • De meetlat kent vier niveaus: constatering, duiding, oorzaak, handelingsoptie. Alleen niveau 4 levert een besluit op.
  • Een handelingsoptie noemt wie, wat het kost of oplevert, en wanneer het effect zichtbaar is.
Kennischeck

De maandrapportage klopt tot achter de komma, maar verschijnt standaard twee dagen ná het MT-overleg. Welk criterium is hier in het geding?

Wat zegt dit hoofdstuk over het verschil tussen een teamleider en de directie als lezer?

In je toelichting staat: "De inhuurkosten liggen fors boven budget door de openstaande vacatures; dit vraagt aandacht." Op welk niveau van de meetlat zit deze passage?

Deel dit hoofdstuk: