1. Subassertief, assertief en agressief gedrag
De meeste mensen denken dat assertiviteit iets is wat je hebt of niet hebt. Dat klopt niet. Het is gedrag, en gedrag verschilt per situatie. Dezelfde persoon die in een klantgesprek moeiteloos zijn prijs verdedigt, durft thuis niet te zeggen dat hij geen zin heeft in dat verjaardagsfeest. Dit hoofdstuk laat zien welke drie vormen dat gedrag kan aannemen, waaraan je ze herkent, en waarom er maar één van is die zowel jouw belang als dat van de ander overeind laat.
Na dit hoofdstuk:
- Herken je subassertief, assertief en agressief gedrag aan de taal, de stem en de houding die erbij horen.
- Weet je wat elke stijl oplevert op korte termijn en wat hij kost op lange termijn.
- Begrijp je waarom assertief gedrag geen halfslachtig compromis is tussen de twee uitersten.
- Kun je dezelfde situatie in drie reacties uitwerken en de gevolgen ervan benoemen.
- Weet je welke stijl bij jou het eerst opkomt als de spanning stijgt.
Niet het volume, maar de belangen
Het verschil tussen de drie stijlen zit niet in hoe hard je praat. Het zit in wiens belang je meeweegt. Bij subassertief gedrag zet je het belang van de ander boven dat van jezelf, ook als daar geen reden voor is. Bij agressief gedrag doe je het omgekeerde: jouw belang gaat voor en dat van de ander telt niet mee. Bij assertief gedrag liggen ze allebei op tafel. Jouw belang telt, en dat van de ander ook.
Dat is een prettig onderscheid, want het werkt ook in gesprekken waarin de emoties hoog oplopen. Een rustige, vriendelijk klinkende zin kan keihard agressief zijn, en een stevige zin met verheven stem kan volstrekt assertief zijn. Luister dus niet naar het volume maar naar het onderwerp van de zin: gaat het over wat jij nodig hebt, of over wat er mis is met de ander?

Subassertief: je grens komt nooit in het gesprek
Bij subassertief gedrag weet je vaak best wat je wilt. Je zegt het alleen niet, of zo voorzichtig dat het langs de ander heen gaat. De grens die je in je hoofd hebt, komt nooit in het gesprek terecht.
Je hoort het aan de taal. Zinnen beginnen met "sorry dat ik het vraag" of eindigen met "maar het maakt niet uit, hoor". Je verzacht met "eigenlijk", "misschien", "een beetje" en "als het niet uitkomt is het ook goed". Je stem gaat omhoog aan het einde van de zin, waardoor een mededeling klinkt als een vraag. Je houding wordt kleiner: schouders naar voren, blik naar het tafelblad, een verontschuldigende glimlach die je eigen boodschap alweer intrekt.
Op korte termijn levert dit rust op. Er is geen ruzie, de sfeer blijft goed en jij hoeft de spanning van het moment niet te dragen. De prijs komt later. Je stapelt irritatie op over dingen die je nooit hebt benoemd, je gaat jezelf onderwaarderen omdat je je steeds terugtrekt, en de ander heeft geen idee dat er iets aan de hand is. Wie zwijgt geeft geen signaal, en zonder signaal verandert er niets. Uiteindelijk knapt het elastiek. Dan komt alles er in één keer uit, meestal bij een kleinigheid, en dan lijkt jouw reactie volstrekt overdreven.
Agressief: je komt voor jezelf op, over iemand heen
Agressief gedrag hoeft niet luid te zijn. Een koele opmerking, een grap ten koste van een collega of een mail met vier mensen in de cc is even hard als geschreeuw.
De taal verschuift van ik naar jij. "Jij levert altijd te laat aan", "jij hebt dit weer niet gelezen", "jullie doen ook nooit eens iets". Je generaliseert met "altijd" en "nooit", je stelt vragen die geen vragen zijn ("vind je dat zelf normaal?") en je vult de bedoeling van de ander alvast in. Je stem wordt harder en sneller, je onderbreekt, je leunt naar voren, je wijst met je pen. Zuchten, sarcasme en met je ogen rollen horen in dezelfde categorie.
Ook dit werkt kortdurend. Je krijgt vaak je zin en je hebt het gevoel dat je gehandeld hebt. Wat je kwijtraakt is informatie en vertrouwen. Mensen gaan zorgvuldig doseren wat ze je vertellen, want elk bericht kan een uitbarsting opleveren. De ander sluit af, gaat terugvechten of werkt vanaf dat moment stil tegen. En bij jou blijft iets hangen: die schaamte over hoe het eruitkwam, ook al had je inhoudelijk gelijk.
Assertief: allebei de belangen op tafel
Assertief gedrag is geen halfslachtige tussenweg waarbij je een beetje slikt en een beetje uitvalt. Je zegt wat je wilt, in duidelijke taal, en je laat tegelijk staan dat de ander er anders over kan denken.
Je merkt het aan de vorm. Je spreekt over jezelf ("ik heb dit vrijdag nodig") in plaats van over de ander ("jij bent altijd te laat"). Je benoemt feiten en geen oordelen. Je zin is kort, de boodschap komt vooraan, en je laat na de kern een stilte vallen in plaats van je verhaal dicht te pleisteren met argumenten. Je stem blijft rustig en zakt aan het einde van de zin. Je houdt oogcontact zonder te staren, en je gaat niet groter zitten dan de ander en niet kleiner.
Assertief betekent niet dat je je zin krijgt. Het betekent dat je punt op tafel ligt en dat het gesprek doorgaat.
Twijfel je of een reactie assertief was of agressief? Het volume is niet de maatstaf, het onderwerp van je zinnen wel. Ging het over wat jij nodig hebt, of over wat er mis is met de ander? De eerste vorm nodigt uit tot overleg, de tweede tot verdediging.
Eén situatie, drie reacties
Het verschil zie je het scherpst wanneer je dezelfde situatie drie keer afspeelt. De inhoud blijft gelijk, alleen de vorm verandert.
Bas komt op donderdagmiddag om half vijf langs met de vraag of je zijn deel van de rapportage wilt afmaken. Jij hebt vrijdagochtend om negen uur zelf een deadline.
Subassertief. "Eh, ja hoor. Ik weet niet precies of ik het red, maar ik kijk wat ik kan doen. Het is geen probleem." Bas bedankt je en vertrekt. Jij werkt door tot zeven uur en levert je eigen stuk net op tijd in. Wat Bas niet weet, is dat zijn vraag te groot was. Hij heeft geen enkel signaal gekregen, dus volgende week staat hij er weer.
Agressief. "Weer op het laatste moment. Jij plant echt nooit iets, en dan mag ik het oplossen." Bas verdedigt zich of loopt weg. Jij bent even ontladen, maar het probleem is niet opgelost en de rapportage blijft liggen. De echte schade zit in wat er niet meer wordt gezegd: de volgende keer meldt Bas een probleem pas als het te laat is om nog te helpen.
Assertief. "Ik heb morgenochtend zelf een deadline, dus vanavond gaat niet. Morgen na elf uur kan ik er een uur in stoppen. Wat helpt je daarmee het meeste?" Tijdens het gesprek voel je spanning, want je stelt een grens waar Bas niet op rekende. Daarna is het rustig. Bas weet waar hij aan toe is en kan zoeken naar een andere oplossing. Jouw deadline blijft overeind en de relatie ook.
De assertieve reactie is niet de langste en niet de vriendelijkste. Ze is de enige waarin zowel jouw belang als dat van Bas op tafel ligt.
Je patroon zit vaak in een keten
Vrijwel niemand is in alle situaties dezelfde. Veel mensen zijn subassertief bij verzoeken en agressief bij kritiek, en dat is geen tegenstrijdigheid maar een keten: wat je te lang inhoudt, komt er op een ongelukkig moment scherp uit.
Ramon is teamleider en schrikt als hij zijn eigen gedrag naast elkaar zet. In vier weken tijd heeft hij drie keer extra werk aangenomen waar hij geen tijd voor had: twee keer een presentatie van een collega afgemaakt en één keer een avond aan een offerte gezeten. Drie keer ja, drie keer geen woord over de kosten. De vierde week ontploft hij in een teamoverleg over twee spelfouten in een rapport van een junior, waar iedereen bij zit.
Zijn werkpunt zit niet in dat kritiekgesprek. Het zit bij het derde verzoek dat hij niet weigerde. Als hij daar "nee, dat red ik deze week niet" had gezegd, was er in die vergadering niets te ontploffen geweest.
Maak een korte zelfscan van je eigen voorkeursstijl.
- Noteer drie situaties van de afgelopen twee weken waarin je iets niet hebt gezegd wat je wel dacht.
- Noteer daarnaast één situatie waarin je scherper reageerde dan je van plan was.
- Zet bij elke situatie op: de eerste woorden die je gebruikte, wat je stem deed en wat je houding deed.
- Bepaal per situatie welke stijl je gebruikte en welk effect dat had op de ander.
- Kies de situatie die het meest terugkomt in je werk en schrijf op wat je daar in één zin assertief had kunnen zeggen. Eis: ik-vorm, maximaal vijftien woorden, geen "eigenlijk", "misschien" of "sorry".
Kijk daarna of er een keten in zit: hangen die drie keer slikken en die ene keer uitvallen met elkaar samen?
Samenvatting
- De drie stijlen verschillen in wiens belang je meeweegt, niet in volume.
- Subassertief: het belang van de ander gaat voor. Korte termijn rust, lange termijn opgestapelde irritatie en een ander die van niets weet.
- Agressief: jouw belang gaat voor en dat van de ander telt niet. Korte termijn je zin, lange termijn verlies van informatie en vertrouwen.
- Assertief: allebei de belangen liggen op tafel. Korte termijn spanning, lange termijn duidelijkheid en een relatie die heel blijft.
- Assertief is geen compromis tussen slikken en uitvallen, en geen garantie dat je je zin krijgt.
- Subassertief bij verzoeken en agressief bij kritiek is meestal één keten: wat je inhoudt, komt er verkeerd uit.
Waarin verschillen subassertief, assertief en agressief gedrag volgens dit hoofdstuk van elkaar?
Wat is volgens dit hoofdstuk de prijs van subassertief gedrag op lange termijn?
Een collega vraagt om half vijf of je vanavond nog zijn rapportage afmaakt, terwijl jij morgenochtend zelf een deadline hebt. Welke reactie is assertief?