Inleiding

Je agenda zit vol, je mailbox loopt over en toch blijf je taken doen die iemand anders ook zou kunnen oppakken. Dat is een bekend patroon, en het gaat zelden over onwil. Delegeren klinkt eenvoudig: je geeft werk weg. In de praktijk struikelen de meeste mensen over dezelfde drie dingen. De afspraak was vaag, de bevoegdheid ging maar half mee, en zodra het anders liep dan bedoeld lag het werk binnen twee weken weer op het eigen bureau.

Schema van de opbouw van de training Delegeren met de vier thema's fundament, keuze, overdracht en volhouden, en een balk met veertien hoofdstukken waarvan de eerste vier gratis online staan.
De opbouw van de training Delegeren. De eerste vier hoofdstukken lees je hier.

Deze gratis cursus bevat de eerste vier hoofdstukken: het oranje deel van de balk hierboven. Onderaan hoofdstuk 4 vind je de volledige training.

Wat je gaat leren

Je leert eerst wat delegeren precies is, en waarin het verschilt van een opdracht geven of werk over de schutting gooien. Daarna zie je waarom bevoegdheid en verantwoordelijkheid altijd samen omhoog moeten, en wat er misgaat als er één van de twee achterblijft. In het derde hoofdstuk maak je de keuze: welk werk kan weg, welk werk hoort bij jou te blijven, en welke taak knip je in tweeën. Het vierde hoofdstuk gaat over het gesprek zelf, want daar verhuist een taak pas echt. De rode draad: delegeren is geen kwestie van harder loslaten, maar van beter afspreken.

Hoe de cursus is opgebouwd

De training volgt vier thema's die op elkaar voortbouwen. Je begint bij het fundament: wat draag je over en wat blijft van jou. Dan komt de keuze: welke taak gaat naar wie. Daarna de overdracht: het gesprek waarin je de taak, de ruimte en de middelen meegeeft. En je sluit af met volhouden: opvolgen, loslaten en niet terugpakken. Elk hoofdstuk bevat theorie, een schema, voorbeelden uit de praktijk en een oefening die je op je eigen werkweek toepast.

Praktische tips voor gebruik

  • Kies voordat je begint één taak uit je eigen werk die je zou willen overdragen. Alle oefeningen gaan over die taak, dus je bouwt lezend aan een echte overdracht.
  • Houd een notitieblok of een leeg document bij de hand. De oefeningen werken alleen als je ze ook echt invult.
  • Lees niet alles in één ruk uit. Een hoofdstuk per week, met tijd om het uit te proberen, levert meer op dan een middag doorlezen.
  • Begin klein. Eén taak die netjes verhuist doet meer voor je week dan vijf taken die half blijven hangen.
  • Kom terug op wat je eerder las. Hoofdstuk 2 leest anders als je hoofdstuk 4 hebt gehad, want dan herken je waar je eigen afspraken dun waren.
Zo werkt deze cursus

Elk hoofdstuk sluit af met een korte kennischeck van drie vragen: beantwoord ze goed om het hoofdstuk als afgerond te markeren. Je voortgang wordt automatisch onthouden in je browser.

Veel leesplezier, en vooral: veel plezier met de uren die je terugkrijgt.

Deel dit hoofdstuk: