3. De Roos van Leary
Een gesprek gaat altijd twee kanten op. Wat jij doet roept iets op bij de ander, en wat de ander doet roept weer iets op bij jou. Meestal gaat dat vanzelf en merk je er niets van, tot je je afvraagt waarom je in hetzelfde gesprek met dezelfde persoon steeds in dezelfde rol terechtkomt. De Roos van Leary maakt dat patroon zichtbaar, en laat zien hoe je het doorbreekt.
Na dit hoofdstuk:
- Begrijp je hoe gedrag van de één voorspelbaar gedrag bij de ander uitlokt.
- Herken je de twee assen waarop de Roos van Leary gesprekken in kaart brengt.
- Kun je de vier basisposities en de acht gedragsstijlen benoemen.
- Ken je de twee regels die voorspellen wat jouw gedrag bij de ander oproept.
- Weet je hoe je bewust een andere positie kiest om een vastgelopen gesprek vlot te trekken.
Gedrag roept gedrag op
Stel je voor: een collega loopt binnen, gaat zitten en zegt met een zucht: "Ik weet echt niet meer hoe ik dit project moet aanpakken." Grote kans dat je rechtop gaat zitten, je stem iets steviger maakt en begint met adviseren. Een paar minuten later vraag je je af waarom jij zo hard aan het werk bent voor een probleem dat niet van jou is.
Dat is geen toeval. De houding van je collega ("ik weet het niet, help mij") nodigt jou bijna automatisch uit tot de tegenovergestelde houding ("ik weet het wel, ik help je"). Tim Leary, een Amerikaanse psycholoog, ontdekte in de jaren vijftig dat dit soort patronen verrassend voorspelbaar zijn en vatte ze samen in het model dat we nu de Roos van Leary noemen.
Gedrag staat nooit op zichzelf. Het is altijd een reactie op, of een uitnodiging tot, gedrag van de ander. Wie domineert lokt onderdanigheid uit. Wie zich klein maakt lokt sturing uit. Wie aardig doet krijgt vaak vriendelijkheid terug, en wie afstandelijk of kritisch reageert krijgt meestal ook iets koels terug.
Dat klinkt logisch, maar de praktische winst zit in het omkeren van de redenering. Als jij merkt dat je in een gesprek steeds in dezelfde rol terechtkomt, altijd degene die oplossingen aandraagt, altijd degene die toegeeft, altijd degene die zich verdedigt, dan is dat geen toeval maar een patroon. En een patroon doorbreek je door je eigen gedrag te veranderen, niet dat van de ander. Dat is meteen de kern van dit hoofdstuk: de enige knop waar je zelf bij kunt, is die van jezelf.
Marit heeft een teamlid dat bij elk overleg zegt: "Zeg jij maar wat ik moet doen." In het begin vond Marit dat prettig, lekker duidelijk. Na een paar maanden was ze er klaar mee: ze merkte dat ze al het denkwerk deed en dat haar collega nergens initiatief nam.
Toen ze het patroon doorkreeg, veranderde ze haar reactie. Op de vraag "wat moet ik doen?" antwoordde ze: "Wat zou jij zelf doen als ik er niet was?" Stilte. Daarna kwam er, aarzelend, een eigen idee. Door haar sturende rol los te laten, gaf ze de ander ruimte om die rol zelf te pakken.
Twee assen, vier kwadranten
De Roos brengt gedrag in kaart op twee dimensies. De eerste as gaat over invloed: neem je de leiding (boven) of volg je de ander (onder)? De tweede as gaat over de relatie: ga je met de ander mee (samen) of zet je je tegen de ander af (tegen)? Combineer je die twee, dan krijg je vier basisposities.

Boven-samen is de positie van wie de leiding neemt en tegelijk met je meegaat. De twee stijlen die erbij horen zijn leidend (je neemt initiatief, structureert het gesprek, formuleert voorstellen en hakt knopen door) en helpend (je toont zorg, biedt steun en denkt mee vanuit het belang van de ander, met een warme toon). Dit gedrag roept bij de ander volgend of meewerkend gedrag op.
Boven-tegen is leidend zonder de ander mee te nemen. Hier horen aanvallend (je zet de ander onder druk, bekritiseert, je toon is scherp en je houding dwingend) en concurrerend (je wilt winnen of gelijk krijgen, je trekt het gesprek naar je toe en duwt de ander weg). Dit lokt opstandig of teruggetrokken gedrag uit.
Onder-samen is meebewegen zonder de leiding te claimen. De stijlen zijn meewerkend (je sluit aan, denkt mee, levert je bijdrage en zoekt samenwerking) en volgend (je laat de regie aan de ander, stelt je bescheiden op en vraagt om richting). Dit lokt helpend en leidend gedrag uit bij de ander, en dat is precies wat er gebeurt.
Onder-tegen is zich afzetten zonder de leiding te nemen. Hier horen opstandig (je verzet je tegen wat de ander voorstelt zonder een eigen alternatief te bieden: je mort, zucht of haakt af) en teruggetrokken (je houdt afstand, zegt weinig en gaat het contact uit de weg). De ander neemt hierop vaak een aanvallende of dwingende toon aan.
Onthoud de twee regels en je hebt het model in je zak. Op de horizontale as werkt het gelijk op: samen roept samen op, tegen roept tegen op. Op de verticale as werkt het tegengesteld: boven lokt onder uit, en onder lokt boven uit. Wie leidt krijgt volgers. Wie aanvalt krijgt verzet of terugtrekking.
Werken met de Roos in de praktijk
Het model is pas echt nuttig als je het gebruikt om een gesprek te sturen. Drie vragen helpen daarbij: waar zit ik nu, waar zit de ander, en wat heb ik nodig om de dynamiek te veranderen?
Stel: je bent in gesprek met een collega die voortdurend tegenwerpingen heeft. Dat is opstandig gedrag, onder-tegen. Je merkt dat je zelf strenger en directiever wordt, richting aanvallend, boven-tegen. Volgens de Roos versterkt dat alleen maar het verzet, want tegen roept tegen op. Wil je beweging krijgen, dan moet je doorbreken wat je zelf doet. Schakel naar helpend gedrag: vraag wat de collega nodig heeft, toon begrip voor het bezwaar. De kans is groot dat je meewerkend gedrag terugkrijgt.
Teamleider Rob voert een functioneringsgesprek met Daan. Daan zit teruggetrokken in zijn stoel, geeft antwoorden van drie woorden en kijkt naar buiten. Rob voelt de neiging om steviger door te vragen en concreter te worden: "Ik wil nu wel eens weten wat er aan de hand is." Dat is aanvallend gedrag, en volgens de Roos versterkt het precies de terugtrekking die hij wil doorbreken.
Hij kiest iets anders: "Ik zie dat dit lastig voor je is. Wat zou jou helpen om hier wel over te praten?" Dat is helpend gedrag, boven-samen. Daan zegt eerst niets. Dan: "Ik weet nooit of dit gesprek in mijn dossier komt." Daar lag het. Rob legt uit wat er wel en niet wordt vastgelegd, en het gesprek komt op gang.
Twee dingen zijn hierbij belangrijk. Ten eerste: dit gaat niet over goed en fout gedrag. Aanvallend gedrag is niet verboden en helpend gedrag is niet altijd de juiste keus. Wie altijd helpt, krijgt collega's die altijd komen halen. Het gaat erom dat je kiest in plaats van dat je reageert. Ten tweede: een stijl is geen persoonlijkheid. Dezelfde persoon is opstandig in het ene overleg en leidend in het andere, afhankelijk van wat de ander doet. Je kijkt naar gedrag in een gesprek, niet naar een karakter.
Denk aan een gesprek van de afgelopen weken dat niet liep zoals je wilde. Beantwoord voor jezelf:
- Welke stijl liet jij overheersend zien: leidend, helpend, meewerkend, volgend, teruggetrokken, opstandig, aanvallend of concurrerend?
- Welke stijl liet de ander zien?
- Klopt dat met de twee regels (samen roept samen op, tegen roept tegen op, boven lokt onder uit)?
- Welke andere stijl had jij kunnen kiezen om de dynamiek te doorbreken?
- Wat had je dan concreet gezegd? Schrijf die ene zin op.
Die laatste stap is de belangrijkste. Een inzicht zonder zin die je hardop kunt zeggen, verandert het volgende gesprek niet.
Samenvatting
- Gedrag roept gedrag op. Als je in een gesprek steeds in dezelfde rol belandt, is dat een patroon en geen toeval.
- De Roos van Leary brengt gedrag in kaart op twee assen: boven-onder (invloed) en samen-tegen (relatie).
- Dat levert vier kwadranten op: boven-samen (leidend, helpend), boven-tegen (aanvallend, concurrerend), onder-samen (meewerkend, volgend) en onder-tegen (opstandig, teruggetrokken).
- Samen roept samen op en tegen roept tegen op. Boven lokt onder uit, en onder lokt boven uit.
- Een vastgelopen gesprek trek je vlot door je eigen gedrag te veranderen. Dat is de enige knop waar je bij kunt.
- Geen enkele stijl is fout, en een stijl is geen persoonlijkheid. Het gaat om bewust kiezen in plaats van reageren.
Een collega blijft bezwaren opwerpen tegen je voorstel zonder zelf een alternatief te geven, en jij wordt steeds directiever. Wat voorspelt de Roos van Leary?
Welke twee gedragsstijlen horen in het kwadrant onder-samen?
Je wilt een vastgelopen gesprek weer in beweging krijgen. Wat is volgens dit hoofdstuk de werkzame stap?