4. Uitwerken en leren van je interview
Het interview is klaar, je schudt handen, je loopt naar buiten. En dan gaat het bij de meeste mensen mis: ze stappen in de auto, rijden naar de volgende afspraak en openen hun aantekeningen pas drie dagen later. Op dat moment weten ze nog wel wat er gezegd is, maar de kleur is eruit. Ze weten niet meer bij welke zin het stil werd, welk trefwoord ze bedoelden met "afdeling, vorig jaar, moeilijk" en welke uitspraak op het moment zelf zo opviel. Dit hoofdstuk gaat over de uren en dagen na het gesprek, want daar wordt bepaald of je interview iets waard is.
Na dit hoofdstuk:
- Weet je wat je in het eerste half uur na een gesprek vastlegt en waarom dat niet kan wachten.
- Kun je kiezen tussen volledig transcriberen, samenvattend uitwerken en een tijdgecodeerde index.
- Orden je je materiaal op thema in plaats van op de volgorde van het gesprek.
- Houd je feit, mening en citaat uit elkaar in je eindproduct.
- Evalueer je een gesprek op drie niveaus: inhoud, proces en je eigen rol.
- Vertaal je een leerpunt naar gedrag dat je bij jezelf kunt herkennen.
Het eerste half uur
De uren direct na een interview zijn goud waard. Je geheugen is nog vers, de intonaties klinken nog na, en je weet nog welke blik bij welke uitspraak hoorde. Plan je gesprekken daarom zo dat je er minstens twintig minuten achteraan hebt. Dat is geen luxe en ook geen uitloop: het is onderdeel van het werk, net zo goed als de voorbereiding.
Vier dingen doe je in dat half uur. Je vult je steekwoorden aan tot hele zinnen, zolang je nog weet wat je ermee bedoelde. Je legt sfeerindrukken vast: hoe zat de ander erbij, wanneer werd het stil, waar lichtten de ogen op, wanneer ging de armen over elkaar. Die observaties staan zelden in je notitieblok en kleuren wel je uiteindelijke verhaal. Je noteert je eerste indrukken: wat viel je op, welke uitspraak bleef hangen, wat verraste je? Die eerste reactie is meestal het beste kompas voor wat later de kern van je stuk wordt. En je schrijft je eigen vragen op: wat is nog onduidelijk, welke uitspraak wil je natrekken, waar moet je op terugkomen. Doe je dat niet meteen, dan is het weg.
Spreek in de auto of op de fiets een audiomemo van vijf minuten in op je telefoon over wat je opviel. Dat levert vaak meer bruikbaars op dan een uur achter je laptop, omdat je jezelf hoort nadenken en nuances meepakt die je in geschreven notities nooit zou vangen.
Opnemen of niet
Een opname geeft zekerheid: je kunt altijd terug naar wat er letterlijk gezegd is, en bij een discussie over een citaat sta je sterk. Tegelijk verleidt een opname tot luiheid tijdens het gesprek zelf, het bekende "ik luister later wel goed", en tot oeverloos uitwerken erna. Een interview van een uur kost al snel drie tot vier uur transcriptie.
Maak daarom een bewuste keuze per gesprek, en laat je informatiedoel beslissen. Voor een portret waarin citaten de dragers zijn, is een opname onmisbaar. Voor een verkennend gebruikersinterview waarin je vooral patronen zoekt, kom je met goede notities een heel eind. Voor een sollicitatiegesprek is een opname meestal overdreven en juridisch gevoelig. En wat je ook kiest: opnemen mag alleen met toestemming, en die vraag je vooraf, niet terwijl je de recorder al aanzet.
Drie manieren om een opname uit te werken
Niet elke opname hoeft volledig op papier. Er zijn drie vormen, en de middelste en de laatste worden schromelijk onderbenut.
De volledige transcriptie is woord voor woord uittypen, inclusief eh's en stiltes. Nodig voor kwalitatief onderzoek, juridische dossiers en situaties waarin de exacte formulering ertoe doet. Reken op vier tot zes keer de gespreksduur. De samenvattende uitwerking geeft per onderwerp een alinea met de kern, plus enkele letterlijke citaten op de punten die ertoe doen. Dit past bij verreweg de meeste journalistieke en zakelijke interviews. Reken op één tot twee keer de gespreksduur. De tijdgecodeerde index is de snelste: je luistert terug en noteert per blok wat er besproken wordt, en alleen waar het ertoe doet werk je een passage letterlijk uit. Handig als je later gericht wilt kunnen terugzoeken zonder alles te typen.
Annelies interviewt een ondernemer over de overname van haar bedrijf. Het gesprek duurt 75 minuten. Volledig transcriberen kost haar een werkdag, en die heeft ze niet. In plaats daarvan maakt ze een tijdgecodeerde index: 00:00 tot 08:00 achtergrond en aanleiding, 08:00 tot 22:00 het onderhandelingsproces (belangrijk), 22:00 tot 34:00 financiering en risico's, 34:00 tot 51:00 de eerste honderd dagen (emotioneel, citaten ophalen), 51:00 tot 75:00 reflectie en lessen.
Daarna werkt ze alleen de blokken 08:00 tot 22:00 en 34:00 tot 51:00 letterlijk uit. De rest vat ze samen in twee alinea's. Verwerkingstijd: ruim de helft minder dan een transcriptie, zonder dat ze iets kwijtraakt. En als de eindredacteur drie weken later vraagt waar dat ene cijfer over de financiering vandaan kwam, weet ze dat het ergens tussen 22:00 en 34:00 zit en heeft ze het binnen twee minuten terug.
Ordenen op thema, niet op volgorde
Je notities volgen de volgorde van het gesprek, en een gesprek verloopt zelden logisch. Onderwerpen komen terug, mensen vullen bij vraag negen iets aan wat eigenlijk bij vraag drie hoorde, en het beste citaat over het begin valt aan het eind. Schrijf je je stuk in de volgorde van je notities, dan schrijf je het gesprek op in plaats van het verhaal.
Leg daarom een tweede laag aan. Lees je notities of transcriptie eerst helemaal door zonder iets te doen. Markeer daarna per passage in de kantlijn het hoofdthema, in één of twee woorden. Maak een nieuw document met die thema's als kopjes en zet elke passage onder het juiste kopje. Zet bij tegenstrijdigheden expliciet een notitie: hier zegt ze X, eerder zei ze Y. Wat je overhoudt is een themadocument waarin je gesprekspartner als het ware geordend tegen je praat, en dat is het materiaal waarmee je gaat schrijven.
Geef drie soorten materiaal een eigen kleur: feiten, meningen en citaten die je letterlijk wilt gebruiken. Bij het schrijven zie je dan in één oogopslag wat je waar kunt inzetten, en je voorkomt de fout die het vaakst gemaakt wordt: een mening die als feit in je rapport belandt omdat hij zo stellig geformuleerd was.
Evalueren op drie niveaus
Het materiaal is binnen, de deadline lonkt en het volgende gesprek staat al in de agenda. Precies daarom slaat bijna iedereen de evaluatie over, en precies daar zit de groei. Een goede evaluatie kijkt verder dan "ging het lekker?" en scheidt drie niveaus, omdat één matig onderdeel anders je hele oordeel kleurt.

Inhoud: heb je gekregen wat je nodig had? Leg je leidraad naast je opbrengst. Welke vragen leverden veel op en welke bleven oppervlakkig? Waar moest je improviseren omdat je voorbereiding tekortschoot? Proces: hoe verliep het als interactie? Wie was er aan het woord en hoeveel? Hield jij de regie of werd je meegevoerd? Op welk moment ontstond er echt contact en wanneer voelde het stroef? Jouw rol: wat deed jij goed en wat liet je liggen? Vroeg je door op het juiste moment, liet je stiltes vallen, reageerde je op emotie of stapte je eroverheen omdat het ongemakkelijk werd?
Heb je opgenomen, dan heb je goud in handen voor je ontwikkeling. Jezelf terughoren is confronterend: je hoort je eigen eh's, je merkt dat je een open vraag halverwege ombuigt naar een suggestieve, je hoort jezelf instemmend hummen bij iets waar je het niet mee eens was. Dat is geen reden om het te vermijden, dat is de reden om het te doen. Kies twee fragmenten van drie tot vijf minuten, één waarin het liep en één waarin je vastliep, en vergelijk ze. Wat doe je in het eerste fragment dat in het tweede ontbreekt? Het antwoord zit meestal in kleine dingen: een pauze, een samenvatting, een open vervolgvraag.
Patronen zie je pas na tien gesprekken
Eén interview geeft je een momentopname. Pas over een serie gesprekken zie je wat je structureel doet. Houd daarom een eenvoudig logboek bij, een paar regels per interview: datum en gesprekspartner, wat ging goed, wat liep moeizaam, en één concreet leerpunt voor de volgende keer. Na vijf tot tien gesprekken lees je het terug en valt het kwartje. Misschien blijkt dat je telkens te vroeg doorvraagt op feiten en daardoor het verhaal erachter mist. Of dat je bij een dominante gesprekspartner steeds de regie verliest. Dat zijn geen incidenten meer, dat zijn je ontwikkelpunten.
Een leerpunt formuleren is makkelijk, het ook echt anders doen is een tweede. Werk daarom met kleine, concrete voornemens voor één volgend gesprek. Niet "ik ga beter luisteren", want dat kun je nergens aan afmeten, maar "ik laat na elk antwoord drie tellen stilte vallen voor ik doorvraag". Dat is meetbaar, je weet meteen of het gelukt is, en je kunt het morgen toepassen.
Linda merkt na vier interviews in haar logboek hetzelfde terug: ze komt telkens te snel met een vervolgvraag. Haar voornemen voor het volgende gesprek is klein en concreet: bij elk antwoord eerst samenvatten in één zin, daarna pas doorvragen. Na dat interview noteert ze: "Lukte bij ongeveer de helft. Bij feitelijke vragen vergat ik het steeds." Haar voornemen voor de keer daarna: ook samenvatten bij korte antwoorden. Twee gesprekken later doet ze het vanzelf. Zo bouw je een gewoonte op, in stapjes die klein genoeg zijn om vol te houden.
De cyclus rond
Daarmee is de cirkel rond en zijn de vier hoofdstukken van deze cursus ook de vier fasen van een interview. Je bereidt voor: doel in één zin, gesprekspartner verkend, leidraad op één A4, praktische zaken geregeld. Je voert het gesprek: je opent met doel, duur en afspraken, stelt open vragen als hoofdmoot en gesloten vragen om te verifiëren, laat stiltes vallen, benoemt vaagheid en tegenstrijdigheid, en sluit af met een samenvatting en een vervolgafspraak. Je rondt direct af: eerste indrukken binnen het uur, opname veiligstellen, notities aanvullen, afspraken per mail bevestigen. En je evalueert: op inhoud, proces en je eigen rol, twee fragmenten terugluisteren, één leerpunt in je logboek, één voornemen voor de volgende keer. Dat voornemen is meteen het begin van je volgende voorbereiding.
Pak de opname of de notities van een interview dat je recent hebt gevoerd en loop deze vier stappen door.
- Beoordeel het gesprek apart op inhoud, proces en jouw rol. Geef per niveau een cijfer van 1 tot 10 en noteer in één zin waarom.
- Kies twee fragmenten van drie tot vijf minuten, één dat liep en één dat moeizaam ging. Beschrijf in maximaal vijf zinnen wat het verschil veroorzaakte.
- Formuleer één concreet, meetbaar voornemen voor je volgende interview. Geen "beter luisteren", maar gedrag dat je bij jezelf kunt herkennen terwijl je het doet.
- Zet in je agenda wanneer je dit voornemen evalueert, het liefst binnen 24 uur na dat volgende gesprek.
Samenvatting
- Plan twintig minuten direct na het gesprek in: steekwoorden aanvullen, sfeerindrukken, eerste indrukken en je eigen open vragen.
- Kies bewust of je opneemt. Een opname geeft zekerheid en kost uitwerktijd; toestemming vraag je vooraf.
- Drie uitwerkvormen: volledige transcriptie (vier tot zes keer de gespreksduur), samenvattende uitwerking (één tot twee keer) en een tijdgecodeerde index.
- Orden je materiaal op thema in plaats van op de volgorde van het gesprek, en noteer tegenstrijdigheden expliciet.
- Houd feit, mening en citaat uit elkaar, bijvoorbeeld met kleuren. Een stellige mening glipt anders als feit je rapport in.
- Evalueer op drie niveaus: inhoud (kreeg ik wat ik nodig had), proces (hoe verliep de interactie) en jouw rol (wat deed ik).
- Houd een logboek van een paar regels per gesprek. Patronen zie je pas na vijf tot tien interviews.
- Maak van elk leerpunt een klein, meetbaar voornemen voor één volgend gesprek.
Je hebt een gesprek van 75 minuten opgenomen en wilt er snel mee verder zonder iets kwijt te raken. Welke uitwerkvorm past het beste?
Waarom orden je je materiaal op thema en niet op de volgorde van het gesprek?
Welk voornemen voldoet aan de eisen die dit hoofdstuk eraan stelt?
Klaar voor de volgende stap?
Je hebt de gratis starter van Interviewtechnieken afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is Wat een interview onderscheidt van een gesprek: Het interview als doelgericht instrument, vier veelvoorkomende interviewtypen en de rol die je als interviewer aanneemt.
Volg de 2-daagse training →Vanaf €1250,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij