Inleiding

Er is altijd wel iemand die je energie kost. De collega die elk voorstel afkraakt, de klant die dreigt op te schalen, de teamgenoot die ja zegt en vervolgens niets doet. Je kent het gevoel: je loopt weg uit zo'n gesprek en merkt dat je er uren later nog mee bezig bent. Dat gevoel is het startpunt van deze cursus.

Want lastig is geen eigenschap van de ander. Het is iets wat ontstaat tussen twee mensen. Zodra je dat doorhebt verandert je speelveld, want je hoeft de ander niet te veranderen om het gesprek anders te laten lopen. Je kunt beginnen bij het enige deel van de interactie waar je volledige zeggenschap over hebt: jezelf.

Schema van de opbouw van de training Omgaan met lastige mensen met de vier thema's begrijpen, jezelf kennen, handelen en verankeren, en een balk met veertien hoofdstukken waarvan de eerste vier gratis online staan.
De opbouw van de training. De eerste vier hoofdstukken lees je hier.

Deze gratis cursus bevat de eerste vier hoofdstukken: het oranje deel van de balk hierboven. Onderaan hoofdstuk 4 vind je de volledige training.

Wat je gaat leren

Je leert eerst waarom je iemand lastig noemt en hoe je gedrag beschrijft in feiten in plaats van in oordelen. Daarna ontdek je met het kernkwadrant van Ofman dat de irritatie die je voelt vaak iets zegt over je eigen kwaliteiten: de eigenschap waar jij goed in bent, slaat door in een valkuil, en het gedrag waar je allergisch voor bent duwt je daar regelrecht in. Vervolgens krijg je de vijf patronen die op elk werk terugkomen, met per patroon de drijfveer eronder en de reflex die het bij jou oproept. En je sluit af met de gesprekstechnieken: luisteren, samenvatten en doorvragen, aanspreken zonder in te vullen, een grens neerleggen en reageren op kritiek.

Hoe de cursus is opgebouwd

De training volgt vier thema's die op elkaar voortbouwen. Je begint met begrijpen: wat bedoel je eigenlijk als je iemand lastig noemt, en wat zit er onder dat gedrag? Dan komt jezelf kennen: welke kwaliteit van jou slaat door, en welk gedrag van een ander raakt jou het snelst? Daarna volgt handelen: de patronen herkennen en er in het gesprek zelf iets bruikbaars mee doen. En de training sluit af met verankeren: conflicthantering, weerstand, je eigen gedachten en een plan dat je volhoudt. Elk hoofdstuk bevat theorie, een model, voorbeelden uit de praktijk en een oefening die je op je eigen werk toepast.

Praktische tips voor gebruik

  • Kies voor je begint één persoon die jou op dit moment het meeste energie kost, en houd die als rode draad vast door alle hoofdstukken.
  • Houd een notitieblok of een leeg document bij de hand. De oefeningen werken alleen als je ze echt invult.
  • Lees niet alles in één ruk uit. Een hoofdstuk per week, met tijd om het uit te proberen, levert meer op dan een middag doorlezen.
  • Beschrijf gedrag zoals een camera het zou vastleggen. Zodra je een label gebruikt ben je gestopt met kijken.
  • Begin klein. Eén andere zin in één gesprek verandert meer dan een compleet nieuw voornemen.
Oefening vooraf

Voordat je aan hoofdstuk 1 begint, breng je je eigen uitgangspositie in kaart.

  • De persoon: beschrijf in twee zinnen wie jou het meeste energie kost op je werk.
  • Het gedrag: noteer wat deze persoon concreet doet of zegt, in feiten en zonder oordelen.
  • Jouw reactie: beschrijf wat je meestal doet en wat dat oplevert.
  • Je doel: wat zou je aan het eind van deze cursus anders willen doen?

Deze notities gebruik je later opnieuw, bij het kernkwadrant en bij het werkblad in de pdf.

Zo werkt deze cursus

Elk hoofdstuk sluit af met een korte kennischeck van drie vragen: beantwoord ze goed om het hoofdstuk als afgerond te markeren. Je voortgang wordt automatisch onthouden in je browser.

Veel leesplezier, en vooral: veel plezier met de gesprekken die vanaf nu anders lopen.

Deel dit hoofdstuk: