2. Het kernkwadrant van Ofman

Achter irritant gedrag zit vaak een kwaliteit die is doorgeslagen. Daniel Ofman bracht dat verband in kaart met een model van vier begrippen die elkaar in evenwicht houden. Je gebruikt het voor de ander, maar de grootste winst zit in wat het over jezelf zegt.

Leerdoelen

Na dit hoofdstuk kun je:

  • De vier posities in een kernkwadrant benoemen en van elkaar onderscheiden.
  • Een kwadrant invullen vanuit elk van de vier ingangen.
  • De kwaliteit herkennen die schuilgaat achter gedrag dat je stoort.
  • Benoemen waar je eigen allergie zit en welk gedrag dat bij jou oproept.

Van kernkwaliteit naar valkuil

Een kernkwaliteit is een eigenschap die zo bij je hoort dat je er nauwelijks moeite voor doet. Daadkracht, geduld, zorgvuldigheid, humor, betrokkenheid: het zit in je, je zet het niet aan. Anderen merken het meestal eerder op dan jijzelf, juist omdat het je zo makkelijk afgaat. Wat vanzelf gaat, valt jou niet op.

Een valkuil is diezelfde kwaliteit in een te grote dosis. Behulpzaamheid die doorschiet wordt bemoeizucht. Daadkracht die doorschiet wordt drammerigheid. Zorgvuldigheid die doorschiet wordt pietluttigheid. De valkuil is dus geen tegenpool van je kwaliteit, maar een vervorming ervan. Dat verklaart ook waarom je er zo lastig vanaf komt: je doet precies wat je altijd goed deed, alleen een tandje te veel.

Het verwijt dat je regelmatig hoort wijst daarom vrijwel altijd naar je valkuil. Wie te horen krijgt "doe eens wat rustiger" heeft waarschijnlijk daadkracht in huis. Wie te horen krijgt "je zit er te veel bovenop" heeft waarschijnlijk betrokkenheid in huis. Dat maakt de valkuil een handige ingang: hij ligt aan de oppervlakte en anderen benoemen hem uit zichzelf.

Voorbeeld

Sanne is projectleider en hakt snel knopen door. Haar team omschrijft haar als iemand die dingen voor elkaar krijgt. In het laatste teamoverleg zei een collega: "Je walst over ons heen." Dat verwijt raakte haar, maar het wijst naar haar valkuil. Draai je die om naar de kwaliteit waar dit te veel van is, dan kom je uit bij daadkracht. Precies de eigenschap waar het team haar om waardeert.

De vier vakken

De uitdaging is de kwaliteit die je valkuil in balans brengt. Het is het positief tegenovergestelde van je valkuil, niet van je kwaliteit. Bij drammerigheid is de uitdaging geduld. Bij pietluttigheid is de uitdaging loslaten. Bij bemoeizucht is de uitdaging ruimte geven. Het gaat daarbij om en-en, niet om of-of. Sanne hoeft haar daadkracht niet in te leveren voor geduld, ze heeft beide nodig. Hoe sterker ze haar uitdaging ontwikkelt, hoe kleiner de kans dat ze in haar valkuil belandt.

Dan de vierde positie. Een allergie is te veel van je uitdaging, meestal belichaamd door iemand anders. Sanne kan slecht tegen collega's die eindeloos wikken en wegen zonder tot een besluit te komen. Passiviteit is haar allergie: het is geduld in een dosis die zij niet meer kan verdragen. Ze weet er geen raad mee en wordt er onredelijk kribbig van.

Het kernkwadrant van Ofman met linksboven kernkwaliteit daadkracht, rechtsboven valkuil drammerigheid, linksonder allergie passiviteit en rechtsonder uitdaging geduld, met horizontale pijlen te veel van het goede en verticale pijlen positief tegenovergestelde.
Een uitgewerkt kernkwadrant rond de kernkwaliteit daadkracht.

Zo ziet het kwadrant eruit. Linksboven staat de kernkwaliteit: daadkracht, wat Sanne moeiteloos afgaat. Rechtsboven de valkuil: drammerigheid, het verwijt dat ze hoort. Rechtsonder de uitdaging: geduld, wat haar kwaliteit aanvult. En linksonder de allergie: passiviteit, het gedrag waar ze van in de gordijnen vliegt. Horizontaal is het steeds te veel van het goede: van kernkwaliteit naar valkuil, en van uitdaging naar allergie. Verticaal is het steeds het positief tegenovergestelde: van valkuil naar uitdaging, en van allergie naar kernkwaliteit.

Waarom je allergie je kwetsbaarste plek is

Hier zit de kern van het model voor de omgang met lastige mensen. Hoe meer je met je allergie geconfronteerd wordt, hoe harder je in je eigen valkuil schiet. Sanne wordt tegenover een treuzelende collega niet iets rustiger, maar juist drammeriger. En daarmee lokt ze bij die collega precies meer afwachtendheid uit. Niet je valkuil maakt je kwetsbaar, je allergie doet dat.

Zo lopen samenwerkingen vast zonder dat iemand kwaad wil: de valkuil van de een is precies de allergie van de ander. Nadia ziet Bram aarzelen en versnelt. Bram ziet Nadia doordrukken en remt af. Beiden reageren op wat ze zien, en beiden versterken daarmee wat ze niet willen. Dat is hetzelfde patroon uit hoofdstuk 1, nu met een verklaring erbij.

Wat je in die situatie voelt is vaak meer dan irritatie. Er zit een randje minachting in. "Doe eens normaal." "Zeg nou gewoon eens wat." Zodra minachting meespeelt ben je je effectiviteit kwijt: je kijkt niet meer naar gedrag, je kijkt naar de persoon. En vanaf dat moment schiet je vrijwel automatisch je eigen valkuil in.

Voorbeeld

Karim is nauwkeurig. Dat is zijn kernkwaliteit: hij levert dossiers op waar niemand een fout in vindt. Zijn valkuil is muggenzifterij, zijn uitdaging is pragmatisme, en daar zit ook zijn allergie: hij wordt gek van collega's die roepen dat het wel goed komt. In een projectoverleg zegt zijn collega Ilse dat de cijfers ongeveer kloppen. Karim voelt zijn kaken op elkaar gaan, begint een discussie over de derde decimaal en houdt het overleg twintig minuten op. Achteraf denkt hij: dat had ik niet moeten doen. Zijn allergie voor slordigheid duwde hem regelrecht zijn valkuil in. En het gekke is dat hij juist van Ilse het meeste kan leren; zij bezit in ruwe vorm precies wat hij mist.

Daar zit de omkering die het kwadrant zo bruikbaar maakt. De persoon met wie je het lastigst omgaat, laat je vaak zien welke kwaliteit jij nog moet ontwikkelen. Niet in de dosering waarin die persoon hem laat zien, maar in een mildere vorm. Wie dat doorheeft, kijkt anders naar zijn lastigste collega.

Vier ingangen in het kwadrant

Een kwadrant hoeft niet linksboven te beginnen. Je kunt op elk van de vier vakken instappen en van daaruit de andere drie invullen.

  • Via de kernkwaliteit. Je start bij wat je moeiteloos afgaat. Dat is meteen de lastigste ingang, want een kernkwaliteit voelt voor jou vanzelfsprekend. Je ziet hem eerder in anderen dan in jezelf.
  • Via de valkuil. Meestal de makkelijkste. De meeste mensen zijn hun leven lang getraind om te letten op wat beter kan, dus het terugkerende verwijt van je omgeving wijst je zo naar het vak rechtsboven.
  • Via de uitdaging. Je vraagt je af welke eigenschap je een evenwichtiger mens zou maken. Vaak noem je dan iets wat je bewondert in iemand anders.
  • Via de allergie. Ook een snelle ingang, want ergernis voelt scherp. Zodra je opschrijft welk gedrag je bloeddruk laat stijgen, heb je linksonder een woord staan.
Tip

Klopt je kwadrant niet helemaal? Dan zijn je woorden waarschijnlijk te breed. Betrokken en onbetrokken zijn tegenpolen, geen kwadrant. Concretere woorden die je aan gedrag kunt koppelen leveren een scherper kwadrant op: "meedenken met de klant" en "de deadline uit het oog verliezen" werken beter dan abstracte deugden.

Werken met twee kwadranten naast elkaar

Het model wordt praktisch zodra je er twee naast elkaar legt: dat van jou en dat van de persoon die je lastig vindt. Het kwadrant van de ander vul je in vanuit wat je waarneemt, niet vanuit wat je vermoedt. Je begint bij zijn valkuil, want dat is nu juist het gedrag waar jij last van hebt. Van daaruit zoek je naar de kwaliteit waarvan dit te veel is. Achter starheid zit vaak vastberadenheid. Achter bemoeizucht zit betrokkenheid. Achter bot zijn zit eerlijkheid.

Je hoeft het gedrag niet leuk te gaan vinden en je hoeft je grenzen niet op te geven. Je maakt alleen ruimte in je hoofd om de ander weer als vakgenoot te zien in plaats van als obstakel. Spreek je iemand aan, dan richt je je uitsluitend op het gedrag. Niemand is drammerig; het is het doordrukken in dit overleg dat je stoort. Die scheiding tussen gedrag en persoon ken je uit hoofdstuk 1, en het kwadrant maakt hem makkelijker vol te houden omdat je nu ook de kwaliteit ziet die eronder ligt.

Voor jezelf ligt het accent op de uitdaging. Je kernkwaliteit hoef je niet af te zwakken, want daadkracht wordt niet beter door minder daadkrachtig te zijn. Hoe meer geduld je ontwikkelt, hoe kleiner de kans dat je in drammerigheid schiet als het spannend wordt.

Oefening

Pak de collega erbij die je in hoofdstuk 1 hebt gekozen.

  • Beschrijf in twee zinnen het gedrag dat je stoort, zonder oordeel, en zet dat in het vak valkuil van zijn kwadrant.
  • Zoek de kernkwaliteit waarvan dit gedrag te veel is en vul die linksboven in.
  • Vul daarna je eigen kwadrant in, via de ingang die voor jou het makkelijkst voelt.
  • Leg de twee naast elkaar: valt zijn valkuil samen met jouw allergie?
  • Formuleer één zin waarmee je hem aanspreekt op het gedrag en de kwaliteit erachter benoemt.

Noteer tot slot wat er verandert in je beeld van deze collega nu je zijn kernkwaliteit hebt opgeschreven.

Samenvatting

  • Een kernkwaliteit gaat je moeiteloos af; doorgeschoten wordt het je valkuil. De valkuil is een vervorming van je kwaliteit, geen tegenpool.
  • Het verwijt dat je het vaakst hoort, wijst naar je valkuil. Dat is de makkelijkste ingang in het model.
  • De uitdaging is het positief tegenovergestelde van je valkuil en vult je kernkwaliteit aan: en-en, niet of-of.
  • Je allergie is te veel van je uitdaging bij een ander, en dat is je kwetsbaarste plek.
  • Je allergie duwt je je eigen valkuil in, waardoor je precies het gedrag uitlokt dat je wilde stoppen.
  • Loopt een samenwerking stroef, dan valt de valkuil van de een vaak samen met de allergie van de ander.
  • Horizontaal reken je door met te veel van het goede, verticaal met het positief tegenovergestelde.
Kennischeck

Een collega krijgt regelmatig te horen dat hij zich overal mee bemoeit. Welke kernkwaliteit ligt daar volgens het model waarschijnlijk onder?

Waarom noemt dit hoofdstuk je allergie je kwetsbaarste plek, en niet je valkuil?

Karim is nauwkeurig, zijn valkuil is muggenzifterij. Wat staat er dan in het vak uitdaging?

Deel dit hoofdstuk: