2. Actieve en passieve belastinglatenties

Dezelfde medaille heeft twee kanten. Een tijdelijk verschil leidt of tot een toekomstige belastingschuld, of tot een toekomstig belastingvoordeel. Welke kant het opgaat bepaalt of er een passieve of een actieve latentie op de balans komt, en daarmee of de post aan de creditzijde of aan de debetzijde landt. In hoofdstuk 1 heb je het verschil gevonden; hier geef je het een richting.

Leerdoelen

Na dit hoofdstuk kun je:

  • Benoemen wanneer een tijdelijk verschil leidt tot een passieve belastinglatentie en wanneer tot een actieve.
  • De richting van een latentie afleiden uit de vergelijking tussen commerciële en fiscale boekwaarde.
  • De meest voorkomende oorzaken van passieve latenties herkennen in een balans.
  • De omvang van een latentie berekenen aan de hand van het tijdelijke verschil en het toepasselijke tarief.

Wat een passieve latentie is

Een passieve belastinglatentie is een verplichting op de balans voor belasting die je economisch al verschuldigd bent geworden, maar die je pas in een later boekjaar afdraagt. De commerciële winst ligt dan boven de fiscale winst, of de commerciële boekwaarde van een actief ligt boven de fiscale boekwaarde. Je hebt fiscaal al aftrek genoten die commercieel nog moet komen, of je hebt commercieel al winst genomen waarover de fiscus zich later meldt. Die claim staat aan de creditzijde, meestal onder de voorzieningen, met de naam voorziening latente belastingverplichtingen of voorziening voor belastingen.

De term passief slaat dus op de plek in de balans, niet op de mate van zekerheid. Zo'n latentie rolt vanzelf uit de balansbenadering van hoofdstuk 1, toegepast op de betreffende post: het belastbare verschil vermenigvuldig je met het tarief waartegen het naar verwachting afwikkelt.

Waar passieve latenties vandaan komen

De praktijk laat een beperkt aantal terugkerende oorzaken zien. Vier kom je in vrijwel elk jaarrekeningdossier tegen.

Afschrijvingsverschillen. Fiscaal schrijf je sneller af dan commercieel, bijvoorbeeld door een kortere gebruiksduur of een lagere restwaarde. De fiscale boekwaarde daalt harder, en het verschil is belastbaar. Herwaardering van vastgoed of andere activa. Je waardeert een pand commercieel op actuele waarde terwijl de fiscus de historische kostprijs blijft volgen; de ongerealiseerde waardestijging levert een belastbaar tijdelijk verschil op. Activering van ontwikkelingskosten. Commercieel activeer je de kosten en schrijf je ze over meerdere jaren af, fiscaal komen ze in één keer ten laste van het resultaat. Fiscale reserves. Het bekendste voorbeeld is de herinvesteringsreserve: fiscaal stel je de boekwinst uit door hem af te boeken op een vervangende investering, commercieel neem je die winst gewoon in het resultaat.

Voorbeeld

Een productiebedrijf koopt op 1 januari een machine voor 500.000 euro. Commercieel schrijft het bedrijf lineair af in tien jaar zonder restwaarde, dus 50.000 euro per jaar. Fiscaal mag de machine in vijf jaar worden afgeschreven, dus 100.000 euro per jaar.

Aan het einde van het eerste boekjaar ziet het beeld er zo uit. De commerciële boekwaarde is 500.000 min 50.000 is 450.000 euro. De fiscale boekwaarde is 500.000 min 100.000 is 400.000 euro. Het belastbare tijdelijke verschil is dus 50.000 euro, en bij 25,8 procent hoort daar een passieve latentie van 12.900 euro bij.

De fiscus heeft dit jaar 50.000 euro meer aftrek toegestaan dan het bedrijf commercieel als last verantwoordt. Dat voordeel is tijdelijk: vanaf jaar zes is de machine fiscaal volledig afgeschreven en blijft er commercieel nog vier jaar afschrijvingslast over. Dan loopt het verschil terug naar nul en valt de latentie stap voor stap vrij.

De latentie berekenen en volgen

De berekening zelf is eenvoudig zodra het verschil vaststaat. Je stelt per balanspost de commerciële boekwaarde vast op balansdatum. Je zoekt de fiscale boekwaarde van diezelfde post op in de fiscale vermogensopstelling of de aangifte. Je trekt de fiscale boekwaarde af van de commerciële boekwaarde; is de uitkomst bij een actief positief, dan heb je een belastbaar tijdelijk verschil te pakken. Je vermenigvuldigt het verschil met het belastingtarief dat naar verwachting geldt op het moment van afwikkeling. En dan volgt de stap die er in de praktijk het vaakst bij inschiet: je vergelijkt de uitkomst met de stand van de latentie aan het begin van het jaar, en dat verschil boek je via de belastinglast in de winst-en-verliesrekening.

Een latentie is geen bedrag dat je één keer bepaalt en daarna laat staan. Bij elke balansdatum herbereken je de stand, en de mutatie loopt door je effectieve belastingdruk heen. Hoe je die mutatie boekt zie je in hoofdstuk 4.

Tip

Een aansluitschema per post met drie kolommen (commerciële boekwaarde, fiscale boekwaarde en het verschil) kost je tien minuten en maakt bij de controle direct zichtbaar waar de latentie vandaan komt. Zonder dat schema ben je een jaar later kwijt waarom het bedrag is wat het is.

De richting van het verschil bepalen

Kwadrant met op de ene as actief of verplichting en op de andere as commercieel hoger of lager: actief met commercieel hoger geeft een passieve latentie, actief met commercieel lager een actieve, verplichting met commercieel hoger een actieve en verplichting met commercieel lager een passieve.
In één oogopslag: wanneer ontstaat een actieve en wanneer een passieve latentie.

Twee vragen bepalen samen de richting: staat de post aan de bezittingenkant of aan de verplichtingenkant, en welke boekwaarde is de hoogste? Zodra je die twee antwoorden hebt, rolt de latentiesoort er vanzelf uit. Het kwadrant laat zien dat de uitkomst diagonaal gespiegeld is: bij een verplichting draait de logica precies om ten opzichte van een actief.

De vier vakken uit het schema, uitgeschreven. Een actief waarvan de commerciële boekwaarde hoger is dan de fiscale levert een belastbaar tijdelijk verschil op en dus een passieve latentie; het voorbeeld is een pand dat commercieel voor 1.400.000 euro in de boeken staat en fiscaal voor 950.000 euro. Een actief waarvan de commerciële boekwaarde lager is geeft een verrekenbaar tijdelijk verschil en dus een actieve latentie; denk aan goodwill die commercieel op 300.000 euro staat en fiscaal op 400.000 euro. Een verplichting waarvan de commerciële boekwaarde hoger is dan de fiscale geeft eveneens een verrekenbaar verschil en dus een actieve latentie; het schoolvoorbeeld is een voorziening die commercieel 200.000 euro bedraagt en fiscaal nihil. En een verplichting die fiscaal hoger staat dan commercieel geeft een belastbaar verschil en dus een passieve latentie.

Waarom de richting bij verplichtingen omkeert

Bij een actief is de redenering rechttoe rechtaan. Staat het pand commercieel voor 1.400.000 euro en fiscaal voor 950.000 euro, dan zit er 450.000 euro aan waarde in de boeken die fiscaal nog moet worden afgerekend. Dat is toekomstige belastingdruk, dus een passieve latentie.

Bij een voorziening werkt het andersom. Een voorziening groot onderhoud van 200.000 euro die fiscaal niet wordt erkend, heeft een fiscale boekwaarde van nul. Commercieel heb je de last al genomen, fiscaal komt die aftrek pas als het onderhoud wordt uitgevoerd. Je hebt dus nog aftrekpotentieel tegoed, en dat levert een actieve latentie op.

Zo loop je een post na. Je benoemt de post en kiest er één tegelijk, bijvoorbeeld het bedrijfspand, de goodwill of de voorziening groot onderhoud. Je bepaalt de aard: gaat het om een actief of om een verplichting? Dit stuurt de richting van de uitkomst. Je zet beide boekwaarden naast elkaar, commercieel en fiscaal, per dezelfde datum. Je berekent het verschil, commercieel min fiscaal, met het teken erbij. Je leest de richting af door aard en teken in het kwadrant te combineren. En je vermenigvuldigt met het tarief dat geldt op het moment dat het verschil naar verwachting afloopt.

Tip

Twijfel je over de richting? Dan helpt de kasvraag: leidt deze post er in de toekomst toe dat je meer of minder belasting betaalt dan je op basis van de commerciële cijfers zou verwachten? Meer betalen betekent passief, minder betalen betekent actief. Die vraag werkt bij elke post, ook als het kwadrant je even ontglipt.

Voorbeeld

Een bv heeft in 2019 goodwill gekocht voor 500.000 euro. Commercieel schrijft ze af in tien jaar, dus 50.000 euro per jaar. Fiscaal is de afschrijving beperkt tot 10 procent per jaar van de aanschafwaarde, wat op hetzelfde bedrag uitkomt. Beide routes komen dus op 50.000 euro per jaar uit, het verschil blijft nul en er is geen latentie. Een verschil in regels leidt niet altijd tot een verschil in cijfers.

Wordt de goodwill commercieel in vijf jaar afgeschreven, dus 100.000 euro per jaar, dan verandert het beeld. Na twee jaar staat de goodwill commercieel op 300.000 euro en fiscaal op 400.000 euro. De commerciële boekwaarde is lager dan de fiscale en het gaat om een actief, dus je zit rechtsboven in het kwadrant: een verrekenbaar tijdelijk verschil van 100.000 euro, en daarmee een actieve latentie van 25.800 euro bij een tarief van 25,8 procent.

De kasvraag geeft hetzelfde antwoord. Fiscaal is er na twee jaar nog 400.000 euro af te schrijven en commercieel maar 300.000 euro. In de jaren die komen valt de fiscale winst dus lager uit dan de commerciële, en betaalt de bv minder belasting dan de commerciële cijfers doen vermoeden. Minder betalen betekent actief.

Latenties in de mkb-praktijk

In een middelgrote bv kom je zelden tientallen latenties tegen. Meestal draait het om een handjevol posten die steeds terugkeren, en juist die posten zijn het waard om jaarlijks vast in je dossier op te nemen. Beide latentiesoorten kunnen prima naast elkaar op één balans staan: ze horen bij verschillende posten en volgen hun eigen looptijd. Of je ze mag samenvoegen tot één regel komt in de volledige training aan de orde, bij de presentatie in de jaarrekening.

Vier situaties vormen in het mkb het leeuwendeel van de latenties. Herwaardering van vastgoed: waardeer je een pand commercieel op actuele waarde, dan loopt de fiscale boekwaarde daar direct van weg, en de bijbehorende passieve latentie gaat via de herwaarderingsreserve. Afwijkende afschrijvingstermijnen: goodwill, machines en verbouwingen kennen fiscaal vaak andere termijnen of beperkingen dan commercieel, en het verschil loopt over de looptijd weer terug naar nul. Voorzieningen die fiscaal niet meetellen: groot onderhoud, reorganisatie en jubileum zijn commercieel toegestaan maar fiscaal pas aftrekbaar op het moment van uitgaaf, wat steevast een actieve latentie oplevert. En verrekenbare verliezen: een compensabel verlies geeft toekomstig aftrekpotentieel, maar of je daar een actieve latentie voor opneemt hangt af van een aparte toets die in de volledige training aan bod komt.

Tip

Kleine rechtspersonen mogen een beperkte jaarrekening publiceren, maar dat betekent niet dat latenties mogen ontbreken. De verplichting om ze te bepalen en te verwerken staat los van de omvang van de onderneming. Wat je publiceert is beperkt, wat je berekent niet.

Oefening

Bepaal voor elke situatie of het om een actieve of een passieve latentie gaat, en noteer in één zin waarom. Reken daarna het latentiebedrag uit bij een tarief van 25,8 procent en geef aan aan welke kant van de balans het bedrag terechtkomt.

  • Situatie A: een machine staat commercieel op 80.000 euro en fiscaal op 45.000 euro na willekeurige afschrijving.
  • Situatie B: de voorraad is commercieel afgewaardeerd naar lagere opbrengstwaarde; commercieel 130.000 euro, fiscaal 160.000 euro.
  • Situatie C: er is een voorziening reorganisatie gevormd van 75.000 euro die fiscaal nog niet in aftrek komt.
  • Situatie D: bij verkoop van een pand is fiscaal een herinvesteringsreserve gevormd van 300.000 euro; commercieel is de boekwinst volledig in het resultaat verantwoord.

Doe daarna nog een tweede oefening op een eigen dossier. Een onderneming waardeert een bedrijfspand commercieel op actuele waarde. Per 31 december staat het pand commercieel voor 1.400.000 euro en fiscaal voor 950.000 euro, het toepasselijke tarief is 25,8 procent en de stand van de passieve latentie per 1 januari was 90.000 euro. Hoe groot is het tijdelijke verschil op balansdatum? Welk bedrag hoort er per 31 december als passieve latentie op de balans te staan? Hoe groot is de mutatie ten opzichte van de beginstand? En waarom is hier sprake van een belastbaar en niet van een verrekenbaar tijdelijk verschil?

Samenvatting

  • Een passieve latentie is een verplichting voor belasting die je economisch al verschuldigd bent maar pas later afdraagt; hij staat aan de creditzijde, meestal onder de voorzieningen.
  • Een actieve latentie is toekomstig aftrekpotentieel en staat aan de debetzijde.
  • De richting volgt uit twee vragen: is het een actief of een verplichting, en welke boekwaarde is de hoogste? Bij een verplichting keert de logica om ten opzichte van een actief.
  • Actief met commercieel hoger geeft passief; actief met commercieel lager geeft actief; verplichting met commercieel hoger geeft actief; verplichting met commercieel lager geeft passief.
  • De kasvraag is de controle: betaal je later meer belasting dan de commerciële cijfers doen vermoeden, dan is de latentie passief; betaal je minder, dan is hij actief.
  • Passieve latenties komen vooral uit afschrijvingsverschillen, herwaardering, geactiveerde ontwikkelingskosten en fiscale reserves. Actieve vooral uit voorzieningen die fiscaal pas bij betaling aftrekbaar zijn.
  • Je bepaalt de latentie elk jaar opnieuw; alleen de mutatie ten opzichte van de beginstand gaat naar de belastinglast.
Kennischeck

Een bv heeft een voorziening groot onderhoud van 200.000 euro die fiscaal pas bij uitvoering in aftrek komt. Welke latentie hoort daarbij en waarom?

Een machine van 500.000 euro wordt commercieel in tien jaar afgeschreven en fiscaal in vijf. Wat is de latentie na het eerste boekjaar bij een tarief van 25,8 procent?

Je twijfelt bij een post of de latentie actief of passief is. Welke controle geeft volgens dit hoofdstuk uitsluitsel, ook zonder het kwadrant?

Deel dit hoofdstuk: