4. Journaalposten bij latenties

Een belastinglast in de winst-en-verliesrekening is zelden één bedrag. Er zit een deel in dat je dit jaar afrekent met de fiscus, en een deel dat pas later tot betaling komt. Die splitsing maak je zichtbaar in je journaalposten. De bedragen heb je al: ze staan in het mutatieoverzicht dat je in hoofdstuk 3 hebt gemaakt.

Leerdoelen

Aan het einde van dit hoofdstuk kun je:

  • De totale belastinglast opsplitsen in een acuut en een latent deel.
  • Vanuit je mutatieoverzicht latenties de bijbehorende journaalposten opstellen.
  • De boekingen rond een passieve en een actieve latentie maken bij vorming, dotatie en vrijval.
  • Controleren of je boekingen aansluiten op de aangifte vennootschapsbelasting.

De belastinglast opsplitsen

Schema: de acute last van 196.080 euro uit de aangifte plus de latente last van 15.480 euro uit het mutatieoverzicht vormen samen de totale belastinglast van 211.560 euro, met als controle 820.000 euro maal 25,8 procent.
De belastinglast bestaat uit een acuut en een latent deel, samen de post in de winst-en-verliesrekening.

De acute belastinglast is het bedrag dat direct volgt uit de aangifte vennootschapsbelasting over het boekjaar: de fiscale winst vermenigvuldigd met het tarief dat in dat jaar geldt. Deze last hoort bij het lopende jaar en leidt binnen afzienbare tijd tot een betaling of een teruggaaf. De tegenrekening is dan ook geen voorziening, maar een vordering of schuld bij de fiscus.

De latente belastinglast is het bedrag dat volgt uit de beweging in je latenties gedurende het boekjaar. Nemen de belastbare tijdelijke verschillen toe, dan groeit de passieve latentie en neemt de latente last toe. Keren verschillen terug, dan valt een deel van de latentie vrij en levert dat een latente bate op. Deze last raakt in het huidige jaar geen enkele euro kas; de afrekening ligt in de toekomst.

Samen vormen die twee de totale belastinglast in de winst-en-verliesrekening. Die totale last hoort te passen bij het commerciële resultaat, gecorrigeerd voor permanente verschillen. Klopt dat niet, dan zit er ergens een fout in je verschillenmatrix of in je aangifte.

Van mutatieoverzicht naar journaalpost

Je haalt de boeking rechtstreeks uit je mutatieoverzicht latenties: de mutatie is het bedrag dat je boekt, de aard van de mutatie bepaalt de tegenrekening. Je bepaalt de acute last door de fiscale winst uit de aangifte te vermenigvuldigen met het geldende tarief. Je bepaalt de latente last per post door per latentie het verschil tussen eindstand en beginstand uit het mutatieoverzicht te pakken. Je splitst de tariefeffecten af: een herrekening van de beginstand tegen een nieuw tarief boek je als aparte regel, zodat je later kunt uitleggen waar het bedrag vandaan komt. En je boekt beide delen op de belastinglast: dat gebeurt op dezelfde grootboekrekening, maar met een eigen subrekening voor acuut en latent, zodat de toelichting later zonder puzzelwerk te vullen is.

Voorbeeld

Bouwbedrijf Verhoef BV heeft over 2024 een commercieel resultaat vóór belasting van 800.000 euro. In dat resultaat zit een niet-aftrekbare boete van 20.000 euro. Fiscaal wordt op de machinelijn 60.000 euro meer afgeschreven dan commercieel. Het tarief is 25,8 procent.

De fiscale winst is 800.000 plus 20.000 min 60.000 is 760.000 euro. De acute belastinglast is 760.000 maal 25,8 procent is 196.080 euro. De toename van het belastbare tijdelijke verschil bedraagt 60.000 euro, dus de latente belastinglast is 60.000 maal 25,8 procent is 15.480 euro. Samen is dat een totale belastinglast van 211.560 euro.

De controle: 800.000 plus 20.000 maal 25,8 procent is eveneens 211.560 euro. De boete verhoogt de druk, want die 20.000 euro komt nooit in aftrek. Het afschrijvingsverschil verschuift alleen het moment van betalen en raakt de totale last dus niet.

Tip

Een acute last die precies gelijk is aan het commerciële resultaat maal het tarief, is bijna altijd een signaal dat er geen fiscale aangifte onder ligt maar een schatting. Dan vraag je om de aangifte of de fiscale winstberekening voordat je de post accordeert.

Boekingen bij een passieve latentie

Bij een passieve latentie loopt de boeking altijd via het resultaat, tenzij het verschil in het eigen vermogen is ontstaan. Het patroon kent drie momenten. Bij de eerste vorming boek je de latente belastinglast debet en de voorziening latente belastingverplichtingen credit. Groeit het belastbare tijdelijke verschil in een volgend jaar, dan boek je de dotatie op dezelfde manier. Loopt het verschil terug, bijvoorbeeld omdat het fiscale afschrijvingsvoordeel is opgebruikt, dan valt een deel van de voorziening vrij: voorziening debet, belastinglast credit.

In alle drie de gevallen gaat alleen de mutatie het grootboek in, nooit de volledige stand. Dat is de meest gemaakte fout: de eindstand opnieuw boeken in plaats van het verschil met de beginstand, waardoor de latentie in de boeken verdubbelt.

Boekingen bij een actieve latentie

Een actieve latentie boek je aan de debetzijde van de balans, en de tegenboeking verlaagt in beginsel de belastinglast. Het patroon is daarmee het spiegelbeeld van de passieve latentie: bij ontstaan van het verschil neemt de last af, bij het terugdraaien van het verschil neemt de last weer toe.

Zo werk je hem in drie stappen weg in je grootboek. Je bepaalt het verschil door de commerciële boekwaarde van de post naast de fiscale boekwaarde te zetten en vast te stellen dat er fiscaal nog aftrekpotentieel over is. Je waardeert de latentie door het verrekenbare tijdelijke verschil te vermenigvuldigen met het toepasselijke tarief, en je vergelijkt die uitkomst met de beginstand van de latentie. En je boekt de mutatie: alleen het verschil tussen begin- en eindstand gaat het grootboek in, met de belastinglast in de winst-en-verliesrekening als tegenrekening.

Voorbeeld

Techniek Vermeer BV vormt eind 2024 een reorganisatievoorziening van 200.000 euro. De kosten worden pas in 2025 en 2026 daadwerkelijk gemaakt, dus fiscaal is er in 2024 nog niets aftrekbaar. De commerciële boekwaarde van de verplichting is 200.000 euro, de fiscale boekwaarde nihil. Bij een tarief van 25,8 procent hoort daar een actieve latentie van 51.600 euro bij. De boeking in 2024 is dus: latente belastingvordering 51.600 debet, belastinglast 51.600 credit.

In 2025 wordt 120.000 euro van de voorziening besteed en fiscaal in aftrek gebracht. Het verrekenbare tijdelijke verschil daalt naar 80.000 euro en de latentie naar 20.640 euro. De vrijval van 30.960 euro boek je als belastinglast debet en latente belastingvordering credit. Merk op dat je die 30.960 euro boekt en niet de nieuwe stand van 20.640 euro: alleen de mutatie gaat het grootboek in.

De waarderingstoets vóór je boekt

Bij een actieve latentie hoort altijd een extra vraag: is er voldoende toekomstige fiscale winst om het aftrekpotentieel te benutten? Vooral bij een latentie uit verrekenbare verliezen speelt die vraag scherp. Blijkt de verwachte winst onvoldoende, dan neem je de latentie niet of gedeeltelijk op, en boek je het niet-opgenomen deel dus ook niet. Verandert die verwachting in een later jaar, dan verwerk je die wijziging als een mutatie in de belastinglast van dat jaar.

Tip

Houd de vorming van de latentie en de waarderingstoets in twee aparte regels van je mutatieoverzicht uit elkaar. Bij een controle wil je kunnen laten zien dat de latentie rekenkundig 51.600 euro is en dat je daar bewust 15.000 euro van hebt afgewaardeerd. Eén samengevatte regel van 36.600 euro roept alleen maar vragen op.

Mutaties buiten het resultaat

Niet elke mutatie in een latentie loopt via de belastinglast. De hoofdregel is dat de belasting de post volgt waarin het onderliggende verschil is ontstaan. Ontstaat het verschil in de winst-en-verliesrekening, dan gaat de latentie ook via de winst-en-verliesrekening. Ontstaat het verschil rechtstreeks in het eigen vermogen, dan boek je de bijbehorende latentie ook rechtstreeks in het eigen vermogen.

Drie situaties waarin de mutatie buiten het resultaat om loopt, kom je in de praktijk het vaakst tegen. Bij herwaardering van een actief gaat de opwaardering naar de herwaarderingsreserve, en de bijbehorende passieve latentie dus ook. Bij een stelselwijziging of foutherstel corrigeer je met terugwerkende kracht het eigen vermogen aan het begin van het boekjaar, en het belastingeffect op die correctie hoort in dezelfde vermogensmutatie thuis. En bij latenties bij een acquisitie verwerk je de latenties die je bij de eerste waardering van een overgenomen onderneming opneemt in de koopprijsallocatie; ze beïnvloeden de goodwill, niet de belastinglast van het jaar van overname.

Zodra de latentie eenmaal is opgenomen, lopen de latere mutaties in beginsel wel via het resultaat. Een herwaarderingslatentie die door afschrijving jaarlijks vrijvalt, komt dus ten gunste van de belastinglast, terwijl de eerste opname het eigen vermogen raakte. Die knip levert bij controles regelmatig discussie op, dus leg in je dossier vast welk deel van de latentie waar vandaan komt.

Aansluiting met de aangifte

De aansluiting tussen jaarrekening en aangifte is de laatste controle op je boekingen: het acute deel uit het belastbare bedrag en het latente deel uit de mutatie van alle latenties samen horen te passen bij het commerciële resultaat na correctie voor permanente verschillen.

Loopt de aansluiting niet rond, dan zit er in vrijwel alle gevallen een van deze drie oorzaken achter. Een tijdelijk verschil is als permanent behandeld, of andersom: het verschil corrigeert dan wel het belastbare bedrag, maar er staat geen latentie tegenover. Een tariefeffect is niet apart getoond: bij een tariefwijziging herreken je de beginstand, en dat effect loopt buiten de mutatie van het lopende jaar om. Of een aanslagcorrectie is in de latentie beland: een correctie over een voorgaand jaar hoort bij de acute positie, niet bij de latenties.

Tip

Zodra de definitieve aanslag over een voorgaand boekjaar binnenkomt, controleer je twee dingen: klopt de acute schuld die je had opgenomen, en verandert er iets aan de fiscale boekwaardes die je in je latentieberekening gebruikt? Corrigeert de inspecteur bijvoorbeeld een afschrijving, dan verschuift daarmee ook het tijdelijke verschil op dat actief.

Oefening

Vermeer BV heeft over 2025 een commercieel resultaat vóór belasting van 620.000 euro. Daarin zit een niet-aftrekbare boete van 15.000 euro. De reorganisatievoorziening loopt terug van 200.000 naar 80.000 euro, het belastbare tijdelijke verschil op de machines groeit van 60.000 naar 95.000 euro. Het tarief is 25,8 procent. Bereken en noteer:

  • Het belastbare bedrag.
  • De acute belastinglast.
  • De mutatie in de actieve latentie.
  • De mutatie in de passieve latentie.
  • De latente belastinglast als saldo van die twee.
  • De totale belastinglast.
  • De controle: commercieel resultaat plus het permanente verschil, maal het tarief.

Noteer daarna de volledige journaalpost voor de totale belastinglast, met alle grootboekrekeningen die je gebruikt. Doe dezelfde oefening nog een keer voor een tweede bv: een commercieel resultaat vóór belasting van 450.000 euro waarin 30.000 euro vrijgesteld deelnemingsresultaat zit, en een belastbaar tijdelijk verschil op het bedrijfspand dat groeit van 100.000 naar 140.000 euro, bij hetzelfde tarief.

Samenvatting

  • De totale belastinglast bestaat uit een acuut deel uit de aangifte en een latent deel uit de mutatie van de latenties.
  • De acute last leidt tot betaling of teruggaaf en heeft een vordering of schuld bij de fiscus als tegenrekening; de latente last raakt dit jaar geen euro kas.
  • Een passieve latentie verhoogt bij vorming en dotatie de belastinglast en verlaagt die bij vrijval; bij een actieve latentie werkt het precies andersom.
  • Je boekt altijd alleen de mutatie tussen begin- en eindstand, nooit de volledige stand.
  • Bij een actieve latentie hoort een waarderingstoets: is er voldoende toekomstige fiscale winst? Houd die toets op een aparte regel van je mutatieoverzicht.
  • De belasting volgt de transactie: verschillen die in het eigen vermogen ontstaan, krijgen hun latentie ook in het eigen vermogen. Dat geldt bij herwaardering, bij stelselwijziging of foutherstel, en bij een acquisitie.
  • De totale last sluit aan op het commerciële resultaat na correctie voor permanente verschillen. Loopt het niet rond, kijk dan naar een verkeerd geclassificeerd verschil, een niet apart getoond tariefeffect of een aanslagcorrectie die in de latenties is beland.
Kennischeck

Een bv heeft een commercieel resultaat vóór belasting van 800.000 euro met daarin een niet-aftrekbare boete van 20.000 euro, en schrijft fiscaal 60.000 euro meer af dan commercieel. Wat is bij 25,8 procent de totale belastinglast?

Een actieve latentie stond aan het begin van het jaar op 51.600 euro en komt aan het eind van het jaar uit op 20.640 euro. Wat boek je?

Een pand wordt commercieel geherwaardeerd en de opwaardering gaat rechtstreeks naar de herwaarderingsreserve. Waar komt de bijbehorende passieve latentie terecht?

Klaar voor de volgende stap?

Je hebt de gratis starter van Latente belastingen afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is De fiscale positie van de onderneming: Acuut en latent naast elkaar in de balans, en de risico's die onjuiste verwerking meebrengt voor vermogen, financiering en aangifte.

Volg de 1-daagse training →

Vanaf €625,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij

Deel dit hoofdstuk: