2. Wat je houding vertelt

Je houding is het langste zichtbare signaal in een gesprek. Woorden komen en gaan, maar hoe je erbij staat of zit blijft de hele tijd zichtbaar. In het vorige hoofdstuk keek je vooral naar anderen. Dit hoofdstuk draait het om: je eigen houding is het enige aan lichaamstaal waar je vandaag nog iets aan kunt veranderen.

Leerdoelen

Na dit hoofdstuk:

  • Benoem je het verschil tussen een open en een gesloten houding.
  • Controleer je je eigen stand op stabiliteit en op spanningssignalen in benen en voeten.
  • Weet je hoe ruimte-inname doorwerkt in hoe zelfverzekerd je overkomt.
  • Ken je de vier afstandzones en herken je het moment waarop je er een betreedt.
  • Gebruik je spiegelen als thermometer voor de afstemming in een gesprek.

Open tegenover gesloten

Een open houding houdt de voorkant van je lichaam vrij. Er zit niets tussen jou en de ander in: geen gekruiste armen, geen map tegen je buik, geen laptopscherm als schild. Je romp en je voeten wijzen naar je gesprekspartner, je schouders hangen achter je oren in plaats van ervoor, en je handen zijn zichtbaar.

Een gesloten houding doet het omgekeerde. Je maakt je romp kleiner en zet er iets voor: armen over elkaar, een been weggedraaid, een koffiebeker die je met twee handen vasthoudt ter hoogte van je middenrif. Je draait je bovenlichaam een kwartslag weg, zodat je de ander schuin aankijkt in plaats van vol.

De ander decodeert dat verschil bijna altijd hetzelfde: open leest als beschikbaar en te vertrouwen, gesloten leest als afstand. Dat wil niet zeggen dat die interpretatie klopt. Gekruiste armen zijn ook gewoon een comfortabele stand, en in een koude vergaderzaal zeggen ze meer over de airco dan over de sfeer. Bij de ander gebruik je dus hetzelfde gereedschap als in hoofdstuk 1: eerst de basislijn, dan een cluster, dan de context. Maar bij jezelf ligt dat anders, want daar bepaal jij wat er te zien is. En wie zelf gesloten staat, krijgt zelden een open gesprek terug.

Schema met bovenin een open en een gesloten houding naast elkaar en daaronder de vier afstandzones als ringen rond een persoon, met de intieme zone tot 45 cm, de persoonlijke zone tot 120 cm, de sociale zone tot 3,6 meter en daarbuiten de publieke zone.
Bovenin open tegenover gesloten, daaronder de vier zones rond je lichaam.

Het schema hierboven zet die twee houdingen naast elkaar en laat eronder zien hoe de ruimte rond je lichaam is verdeeld in vier ringen. Die ringen komen verderop in dit hoofdstuk aan bod.

Voorbeeld

Adviseur Bram voert op één ochtend twee intakegesprekken van drie kwartier. Bij de eerste klant houdt hij zijn map dichtgeklapt tegen zijn buik en zit hij een kwartslag weggedraaid. Bij de tweede legt hij de map op tafel, houdt hij zijn handen zichtbaar en richt hij zijn romp en voeten op de klant.

Hij stelt allebei de keren dezelfde zes vragen, in dezelfde volgorde. De eerste klant houdt het bij korte antwoorden en het gesprek is na een half uur op. De tweede vertelt uit zichzelf door over wat er in het vorige traject misging, en Bram schrijft twee A4'tjes vol. Het verschil zat niet in zijn vragen.

Stabiliteit vanuit de voeten

Wie onrustig staat, klinkt onrustig. Je onderlichaam is bovendien het deel waar mensen bij zichzelf het minst op letten, en dus lekt daar de meeste spanning weg. Je controleert je eigen stand in vijf stappen. Je zet je voeten ongeveer op heupbreedte, met beide tenen naar voren. Je verdeelt je gewicht gelijk over links en rechts, en over hak en bal van je voet. Je haalt je knieën van het slot, dus net niet helemaal gestrekt. Je laat je schouders één keer zakken en ademt uit. En dan sta je tien seconden stil en merk je op waar je toch wilt bewegen.

Dat laatste punt is het interessante. Verplaats je je gewicht steeds van been naar been, tik je met een hak, of schuifel je een halve stap achteruit? Dat zijn spanningssignalen, en de ander pikt ze op zonder ze te benoemen. Zittend werkt hetzelfde principe: beide voeten plat op de vloer geeft je een basis, één been over het andere maakt je smaller en beweeglijker in je bovenlichaam.

Let ook op de richting. Je voeten wijzen meestal naar waar je aandacht is, of naar waar je heen wilt. Iemand die met zijn romp naar jou toe praat maar met zijn tenen naar de deur staat, is met één been al onderweg. Ook dat is trouwens één signaal, en dus geen conclusie: misschien moet hij gewoon naar de volgende vergadering.

Tip

Voor een gesprek waarin je stevig wilt overkomen: zoek even een rustige plek, ga staan zoals hierboven beschreven en tel drie ademhalingen. Je lichaam onthoudt die stand een paar minuten.

Ruimte innemen

Ruimte-inname is de hoeveelheid fysieke ruimte die je met je lichaam en je spullen bezet, in verhouding tot wat er beschikbaar is. Het is een van de snelste statussignalen die mensen bij elkaar aflezen, en het zit in vijf kleine dingen die bij elkaar opgeteld een duidelijk beeld geven. De afstand tussen je ellebogen en je romp: armen die los van je lichaam hangen nemen meer plek in dan armen die tegen je zij geklemd zitten. De stand van je voeten: op heupbreedte geeft je een bredere basis dan voeten die elkaar raken. Wat je op tafel legt: een laptop, een map en een beker verspreid over jouw deel van de tafel claimt ruimte, alles op een stapeltje voor je buik claimt niets. De hoogte van je hoofd en je romp: rechtop zitten met je kin horizontaal geeft meer volume dan onderuitgezakt met je hoofd naar voren. En je bewegingsradius: wie tijdens het praten zijn arm een keer over de tafel laat gaan, gebruikt meer ruimte dan wie alles binnen een A4'tje houdt.

Veel ruimte innemen leest als status en zelfvertrouwen, weinig ruimte als bescheidenheid of onzekerheid. Het werkt twee kanten op: geef je jezelf iets meer ruimte, dan gaat je ademhaling mee en voel je je vaak ook rustiger. Waar de grens ligt tussen zelfverzekerd en claimend hangt af van de situatie en van je positie in de groep. Dezelfde brede zithouding leest anders bij de voorzitter dan bij de nieuwe stagiair. Wie zoveel ruimte pakt dat anderen inschikken, komt dominant over. Het gaat erom je eigen plek volledig te gebruiken, niet die van de ander in te nemen. Een bruikbare vuistregel: ongeveer evenveel ruimte innemen als de anderen aan tafel, en iets meer dan je gewend bent zodra je merkt dat je jezelf klein maakt.

Voorbeeld

Twee kandidaten wachten op hetzelfde sollicitatiegesprek. Sanne zit met haar tas op schoot, knieën tegen elkaar en ellebogen tegen haar zij. Ravi zet zijn tas naast de stoel, legt een onderarm losjes op de armleuning en houdt zijn voeten op heupbreedte. Ze zijn even goed voorbereid en hebben vergelijkbare cijfers.

De receptioniste beschrijft Sanne later als "een beetje zenuwachtig" en Ravi als "die leek er klaar voor". Dat oordeel is gevormd in de twee minuten voordat er één inhoudelijk woord is gewisseld, door iemand die er niet eens over gaat. Het zegt niets over wie de baan aankan, en toch ligt het er.

Tip

Je tas, jas en telefoon zet je niet op schoot maar naast of achter je. Alles wat je vasthoudt of op je buik legt, verkleint je zichtbare omvang en werkt bovendien als schild. Je handen komen zo ook vrij voor beweging.

De vier afstandzones

Mensen hanteren vaste zones rond hun lichaam, en die zones horen bij het type relatie. Kom je in de verkeerde zone, dan voelt de ander dat direct, ook al kan hij niet benoemen waarom het ongemakkelijk werd. In het schema hierboven zie je ze als vier ringen rond een persoon. Van binnen naar buiten zijn dat de volgende.

De intieme zone loopt van 0 tot ongeveer 45 centimeter en is voorbehouden aan mensen die je vertrouwt, en aan beroepsbeoefenaars die er beroepshalve in moeten, zoals een tandarts of een kapper. Wie hier ongevraagd binnenkomt, roept vrijwel altijd spanning op. De persoonlijke zone loopt van 45 tot 120 centimeter: de zone van collega's, kennissen en gesprekken aan een tafel. Op deze afstand kun je zacht praten en gezichtsuitdrukkingen goed zien. De sociale zone loopt van 1,2 tot 3,6 meter en is de zakelijke afstand, voor mensen die je niet persoonlijk kent: een klant, een leverancier, een groep collega's in een vergaderzaal. De publieke zone begint bij 3,6 meter, de afstand van spreker tot publiek. Je stem en je gebaren moeten groter worden om die afstand te overbruggen.

Die maten zijn geen wet. Ze verschuiven met cultuur, met de drukte om je heen en met de relatie. In een volle lift accepteert iedereen tijdelijk de intieme zone, mits niemand elkaar aankijkt. Wie thuis is in een cultuur met korte afstanden, ervaart een Nederlandse gesprekspartner al snel als koel, en andersom als opdringerig.

Merk je dat iemand achteruit stapt, zijn romp wegdraait, zijn beker tussen jullie in zet of een half stapje opzij doet, dan heb je waarschijnlijk zijn zone geraakt. Dat is terugkoppeling en geen afwijzing. Je doet zelf een half stapje terug en kijkt of de ander weer ontspant.

Tip

Benader iemand liever schuin dan frontaal. Recht tegenover elkaar staan voelt op korte afstand confronterend. Onder een hoek van ongeveer 45 graden kun je dichterbij komen zonder dat het benauwt.

Spiegelen

In een café zie je het bij twee mensen die goed met elkaar praten: ze leunen in dezelfde hoek, pakken ongeveer tegelijk hun glas en bewegen in hetzelfde tempo. Spiegelen is het gedeeltelijk overnemen van houding, tempo en beweging van je gesprekspartner. Het gebeurt meestal vanzelf, als bijproduct van afstemming.

Omdat het vanzelf ontstaat bij goed contact, kun je het lezen als informatie. Zit de ander gespiegeld, dan loopt het gesprek waarschijnlijk soepel. Blijft hij in een compleet andere houding zitten terwijl jullie al twintig minuten praten, dan is dat één signaal in een mogelijk cluster dat je afstemming mist. Je kunt dit ook testen: verander je eigen houding licht, leun een stukje naar voren of leg je onderarm anders neer. Volgt de ander binnen een halve minuut, dan loop je voor in het contact. Volgt hij niet, dan is de aansluiting nog niet gemaakt.

Bewust spiegelen werkt alleen als het onzichtbaar blijft. Drie regels houden het bruikbaar. Spiegel met vertraging: neem de houding een paar seconden later over, niet gelijktijdig, want direct kopiëren valt op en wordt als spot ervaren. Spiegel gedeeltelijk: neem één element over, bijvoorbeeld het spreektempo of de leunrichting, niet het hele plaatje. En spiegel geen negatieve signalen: iemand die boos wordt, harder praat en naar voren komt, spiegel je juist niet. Dan ga je rustiger praten en een fractie langzamer bewegen, zodat de ander iets heeft om naartoe te zakken.

Oefening

Deel A, observeren. Zoek een plek waar mensen in tweetallen praten, bijvoorbeeld een kantine of een wachtruimte. Kies één tweetal en kijk vijf minuten. Noteer welke zone ze hanteren en of die tijdens het gesprek verandert, wie meer plek inneemt en waaraan je dat ziet, en drie momenten waarop de een een houding of beweging van de ander overneemt.

Deel B, uitproberen. Voer een werkgesprek van tien minuten en verander halverwege bewust één ding aan je houding, bijvoorbeeld iets naar voren leunen. Noteer achteraf wat je veranderde en op welk moment, of de ander binnen dertig seconden volgde, en wat er in het gesprek gebeurde direct na dat moment.

Samenvatting

  • Een open houding laat je romp en handen vrij en nodigt uit; een gesloten houding schermt af. Bij de ander blijft dat één signaal, bij jezelf is het een keuze.
  • Een stabiele stand vanuit je voeten voorkomt dat spanning weglekt in je onderlichaam. Je voeten wijzen naar waar je aandacht is.
  • Ruimte-inname bepaalt hoe zelfverzekerd of hoe dominant je overkomt. Neem ongeveer evenveel plek als de anderen aan tafel.
  • De vier zones lopen van intiem (tot 45 cm) via persoonlijk (tot 120 cm) en sociaal (tot 3,6 m) naar publiek (vanaf 3,6 m). Wie achteruit stapt, geeft je terugkoppeling over de afstand.
  • Spiegelen ontstaat vanzelf bij goed contact en is daarmee een thermometer. Bewust spiegelen doe je vertraagd, gedeeltelijk en nooit bij oplopende spanning.
Kennischeck

Een collega zit tijdens jullie overleg met zijn armen over elkaar. Wat is volgens dit hoofdstuk de juiste conclusie?

Je bespreekt een offerte met een nieuwe klant die je niet persoonlijk kent. Welke zone past bij dat gesprek?

Je gesprekspartner wordt boos, gaat harder praten en komt naar voren. Wat doe je met spiegelen?

Deel dit hoofdstuk: