3. Prioriteiten stellen met het Eisenhower-model

Dwight D. Eisenhower zei het ooit zo: wat belangrijk is, is zelden urgent, en wat urgent is, is zelden belangrijk. Die ene observatie ligt aan de basis van een van de bekendste prioriteringsmodellen ter wereld, en het werkt nog steeds.

Leerdoelen

Na dit hoofdstuk:

  • Weet je hoe het Eisenhower-model is opgebouwd en welke twee vragen erin samenkomen.
  • Kun je een willekeurige taak in een van de vier kwadranten plaatsen.
  • Herken je in welk kwadrant jij standaard te veel tijd doorbrengt.
  • Begrijp je waarom kwadrant II het hart van goed timemanagement is.
  • Weet je wat je per kwadrant concreet met een taak doet.

Belangrijk versus urgent

Het model werkt met twee simpele vragen die je bij elke taak kunt stellen. Is deze taak belangrijk? En is deze taak urgent? Die antwoorden combineer je in een matrix van twee bij twee, en daar rollen vier kwadranten uit die elk om ander gedrag vragen.

Het lastige zit in het verschil tussen die twee begrippen, want ze voelen vaak hetzelfde. Een taak is belangrijk als die bijdraagt aan je doelen, je resultaten of je verantwoordelijkheden op langere termijn. Belangrijke taken hebben een blijvend effect: een strategisch plan schrijven, een goed gesprek voeren met een medewerker, investeren in je eigen ontwikkeling. Een taak is urgent als die nu om aandacht vraagt. Er staat een deadline, de telefoon gaat, een mail piept binnen, iemand staat bij je bureau. Urgentie schreeuwt, en je voelt hem in je lijf.

De Eisenhower-matrix met vier kwadranten: I doen (belangrijk en urgent), II plannen (belangrijk, niet urgent), III teruggeven (urgent, niet belangrijk) en IV laten (niet urgent, niet belangrijk).
De Eisenhower-matrix ordent je taken op urgentie en belang.

Kwadrant I, belangrijk en urgent. Dit is het kwadrant van de brandjes. Een klant met een acuut probleem, een rapport dat morgen op tafel moet, een storing die je nu moet oplossen. Deze taken kun je niet uitstellen en ze moeten door jou gebeuren. Een beetje kwadrant I hoort bij elk werk. Maar als je hele dag eruit bestaat, leef je in permanente crisismodus: je rent van brandje naar brandje, voelt je productief omdat je veel doet, en boekt aan het eind van de week geen meter vooruitgang op wat er echt toe doet.

Kwadrant II, belangrijk maar niet urgent. Hier zit de goudader. Plannen maken, relaties opbouwen, nadenken over je werkproces, een cursus volgen, een collega coachen, je administratie op orde brengen voordat het een probleem wordt. Kwadrant II is waar groei zit, kwaliteit, en het voorkomen van problemen. Maar precies omdat de urgentie ontbreekt, schuiven de meeste mensen deze taken opzij zodra er iets binnenkomt dat piept. Je zegt "morgen", en morgen komt er weer iets tussen.

Kwadrant III, urgent maar niet belangrijk. Dit kwadrant is de grootste valkuil. Taken die zich met haast aandienen maar niet bijdragen aan jouw doelen. Meestal zijn het de prioriteiten van iemand anders: de collega die snel even een vraag heeft, de mail met "graag voor het einde van de dag", de vergadering waar je eigenlijk niets te zoeken hebt. Het verraderlijke is dat het voelt als kwadrant I. De urgentie is echt. Maar als je een stap terug doet en jezelf afvraagt of dit bijdraagt aan wat jij vandaag wilt bereiken, is het antwoord vaak nee.

Kwadrant IV, niet urgent en niet belangrijk. Dit kwadrant kent geen winnaars. Eindeloos scrollen, mails herlezen die je al beantwoord hebt, vergaderingen die alleen bestaan omdat ze altijd bestonden. Een beetje kwadrant IV mag, als pauze, maar dan bewust. Niet als ontsnappingsroute uit I of II.

Voorbeeld

Sanne is teamleider en loopt aan het eind van de dag haar lijst na. De reactie op een klacht die binnen 24 uur de deur uit moet: kwadrant I. Het voortgangsgesprek voorbereiden voor volgende week: kwadrant II. De vraag van een collega over een dossier waar zij niet verantwoordelijk voor is: kwadrant III. Nog een keer door haar mailbox scrollen om te kijken of er niets nieuws is: kwadrant IV. Ze ziet meteen dat ze die ochtend twee uur in III heeft gezeten omdat ze die collega direct hielp, terwijl haar voorbereidingstijd in II onaangeroerd bleef.

Tip

Een eenvoudige test: als je structureel weinig tijd doorbrengt in kwadrant II, zul je structureel veel tijd doorbrengen in kwadrant I. Wat je niet plant, komt later terug als crisis.

Van model naar werkdag

Het model snappen is één ding, het inzetten op een drukke dag is iets anders. Begin met je takenlijst, of die nu in een app staat, op een briefje of in je hoofd. Schrijf alles op wat vandaag of deze week speelt. Niet filteren, niet sorteren, gewoon leeghalen.

Loop daarna elke taak langs met de twee vragen, en beantwoord ze los van elkaar. Is dit belangrijk? Dus: draagt het bij aan een doel of verantwoordelijkheid waar jij op aangesproken wordt. Niet: vindt iemand anders dit belangrijk. En: is dit urgent? Dus: moet dit echt vandaag of morgen klaar zijn, of voelt het alleen urgent omdat iemand het net vroeg. De valkuil is dat je die twee op één hoop gooit, waardoor alles wat luid roept automatisch voorrang krijgt.

Een vast moment op de dag

Eisenhower werkt alleen als je het routinematig doet. Eén keer per week sorteren heeft weinig zin, want de praktijk verandert te snel. Twee momenten werken voor de meeste mensen goed. Aan het begin van de dag, tien minuten: je loopt je lijst langs, bepaalt wat waar valt, en kiest één of twee taken uit kwadrant II die je vandaag echt aanpakt, naast de onvermijdelijke zaken uit I. En aan het eind van de dag, vijf minuten: je kijkt terug. Wat heb je gedaan, en in welke kwadranten zat je vooral? Een uur in kwadrant IV is geen ramp, maar wel een mooi inzicht voor morgen.

Zet dat ochtendmoment in je agenda als een afspraak met jezelf en geef het een kleur. Anders verdwijnt het in de eerste mail die binnenkomt, en ben je voor je het weet weer aan het reageren in plaats van plannen.

Wat doe je per kwadrant?

Sorteren is stap één. Daarna moet je per kwadrant ook echt handelen, anders blijft het administratie.

  • Kwadrant I: doen. Blokkeer tijd, sluit afleiding af en werk de taak af. Onderzoek daarna wel hoe die taak hier terechtkwam. Was hij altijd al urgent en heb je hem laten liggen? Dan zat hij eigenlijk in II en is er iets misgegaan in je planning.
  • Kwadrant II: plannen. Dit is het lastigste kwadrant, want niets dwingt je. Zet vaste blokken in je week voor voorbereiding, denkwerk en ontwikkeling, en behandel die net zo serieus als een afspraak met je leidinggevende. Dat is het eigenlijk ook, alleen dan met jezelf.
  • Kwadrant III: teruggeven. Hier komt assertiviteit om de hoek. Kun je de taak doorgeven? Kun je zeggen dat het vandaag niet lukt maar morgen wel? Veel III-taken zijn andermans kwadrant I, die bij jou over de schutting wordt gegooid. Daar mag je iets van vinden.
  • Kwadrant IV: laten. Schrappen wat weg kan, en bewust pauze nemen in plaats van erin weg te zakken.
Oefening

Pak je takenlijst van deze week erbij en verdeel hem over de vier kwadranten.

  • Tel per kwadrant hoeveel taken er staan en schat hoeveel tijd ze kosten.
  • In welk kwadrant zit je meeste tijd? En in welk kwadrant zou je hem willen hebben?
  • Kies één taak uit kwadrant II en zet er deze week een blok van een uur voor in je agenda.
  • Kies één taak uit kwadrant III en bedenk hoe je die teruggeeft, doorschuift of afwijst.

Kijk aan het eind van de week of dat blok uit kwadrant II er nog stond, en zo niet: wat kwam ertussen, en uit welk kwadrant kwam dat?

Samenvatting

  • Belangrijk gaat over bijdragen aan je doelen op termijn, urgent gaat over aandacht vragen op dit moment. Beoordeel ze los van elkaar.
  • Kwadrant I is belangrijk en urgent: doen, en daarna nagaan hoe het daar terechtkwam.
  • Kwadrant II is belangrijk maar niet urgent: plannen. Hier zit groei, kwaliteit en het voorkomen van problemen.
  • Kwadrant III is urgent maar niet belangrijk: meestal andermans prioriteit. Teruggeven, doorschuiven of afwijzen.
  • Kwadrant IV is geen van beide: schrappen, of bewust als pauze.
  • Wat je niet plant in kwadrant II, komt later terug als kwadrant I.
  • Sorteer tien minuten aan het begin van je dag en kijk vijf minuten terug aan het eind.
Kennischeck

Een collega loopt binnen met een vraag over een dossier waar jij niet verantwoordelijk voor bent, en hij wil het antwoord vandaag. In welk kwadrant valt dat?

Waarom noemt dit hoofdstuk kwadrant II de goudader van het model?

Je merkt dat je dagen bijna volledig uit kwadrant I bestaan: het ene brandje na het andere. Wat zegt dat volgens dit hoofdstuk?

Klaar voor de volgende stap?

Je hebt de gratis starter van Timemanagement afgerond. Het volgende hoofdstuk in de volledige training is Andere methoden voor prioriteren: De uitzoom-methode, de Ivy Lee-methode, de tweeminutenregel, timeboxing en de wekelijkse review.

Volg de 2-daagse training →

Vanaf €1250,- excl. btw · met een ervaren trainer erbij

Deel dit hoofdstuk: