Inleiding

Iemand die veel weet van een vak, is nog geen trainer. Dat verschil merk je op het moment dat je voor een groep staat en twaalf paar ogen je vragend aankijken. Je kennis is dan niet het probleem. De vraag is hoe je die kennis zo aanbiedt dat mensen er daadwerkelijk iets mee gaan doen.

Schema van de opbouw van de training Train de trainer met de vier lagen jij als trainer, hoe mensen leren, de training ontwerpen en werken met de groep, en een balk met dertien hoofdstukken waarvan de eerste vier gratis online staan.
De opbouw van de training Train de trainer. De eerste vier hoofdstukken lees je hier.

Deze gratis cursus bevat vier hoofdstukken: het oranje deel van de balk hierboven. Onderaan hoofdstuk 4 vind je de volledige training.

Wat je gaat leren

Je begint bij jezelf: hoe je staat, kijkt en klinkt voor een groep, en wat je doet met de spanning die daarbij hoort. Daarna kijk je naar de andere kant van de zaal, want pas als je weet hoe mensen leren, kun je bepalen wat je ze laat doen. Je krijgt de leercirkel van Kolb in handen en de vier leerstijlen die daaruit volgen. Vervolgens wordt het praktisch: welke werkvorm past bij welk doel, en hoe zet je een stelling of een subgroepsopdracht neer die doet wat je wilt. Het laatste hoofdstuk gaat over wat er onder je programma gebeurt: groepsfasen, weerstand en de vraag hoe licht je kunt ingrijpen.

Hoe de cursus is opgebouwd

De volledige training volgt de weg die je als trainer ook echt aflegt, in vier lagen. Eerst jij als trainer: je rol, je communicatie en je optreden. Dan hoe mensen leren: de leercirkel, de leerstijlen en wat een brein aankan. Daarna de training ontwerpen: leerdoelen, doelgroep, opbouw en draaiboek. En tot slot werken met de groep: werkvormen, groepsdynamiek en feedback. In deze gratis cursus lees je uit drie van die vier lagen het kernhoofdstuk. Het ontwerpwerk, waarin je een compleet programma bouwt, zit in de training zelf, want dat is werk dat je beter niet in je eentje doet.

Praktische tips voor gebruik

  • Kies één training die je binnenkort geeft en houd die er de hele cursus bij. Alle oefeningen passen op dat ene programma.
  • Houd een notitieblok of een leeg document bij de hand. De oefeningen werken alleen als je ze echt invult.
  • Lees niet alles in één ruk uit. Een hoofdstuk per week, met tijd om iets uit te proberen, levert meer op dan een middag doorlezen.
  • Probeer per hoofdstuk één ding uit voor de groep. Lezen over gronden verandert niets aan hoe je staat.
  • Vraag een collega om tien minuten mee te kijken, of zet je telefoon achterin op statief. Je eigen beeld leert je meer dan tien evaluatieformulieren.
Zo werkt deze cursus

Elk hoofdstuk sluit af met een korte kennischeck van drie vragen: beantwoord ze goed om het hoofdstuk als afgerond te markeren. Je voortgang wordt automatisch onthouden in je browser.

Veel leesplezier, en vooral: veel plezier met de eerstvolgende groep die voor je zit.

Deel dit hoofdstuk: