1. Waar je tijd blijft

Tijd zelf laat zich niet managen. Een uur duurt zestig minuten, of je nu een deadline haalt of vastloopt in je mailbox. Wat je wel kunt sturen is hoe je die uren invult: welke taken je oppakt en welke je laat liggen. Dit hoofdstuk gaat over de eerlijke vraag die daaraan voorafgaat: waar blijft je tijd op dit moment eigenlijk?

Leerdoelen

Na dit hoofdstuk:

  • Weet je waarom timemanagement in de kern zelfmanagement is.
  • Herken je het verschil tussen druk zijn en effectief werken.
  • Ken je de zes tijdvreters die de meeste werkdagen leegtrekken.
  • Weet je welk van de vijf typen het dichtst bij jou ligt en welke valkuil daarbij hoort.
  • Heb je een manier om te meten waar je uren feitelijk heen gaan.

Timemanagement is zelfmanagement

De belangrijkste boodschap van deze cursus kun je nu al meenemen: timemanagement gaat niet over een slimme agenda-app of een nieuwe planningstechniek, hoe handig die ook kunnen zijn. Het gaat erom dat je jezelf kent en jezelf durft te sturen.

In de praktijk zie je dat mensen die "geen tijd hebben" meestal niet te weinig uren in hun dag hebben. Ze besteden die uren aan de verkeerde dingen, of ze laten zich leiden door wat er toevallig op hun pad komt. De mailbox bepaalt de agenda. Een collega die langsloopt bepaalt het volgende half uur. En het belangrijke werk schuift op naar morgen.

Dat begint met zelfkennis. Ben je iemand die altijd ja zegt en dan 's avonds thuis nog doorwerkt? Ben je een half uur per dag kwijt met zoeken naar bestanden? Of schuif je grote klussen voor je uit tot ze niet meer te negeren zijn? Zelfkennis vraagt om eerlijkheid, en zelfkennis alleen is niet genoeg: je hebt ook de discipline nodig om nieuw gedrag vol te houden. Dat wordt een stuk makkelijker als je eerst begrijpt waar je tijd naartoe gaat.

Druk zijn is niet hetzelfde als effectief zijn

Veel mensen meten hun werkdag af aan hoe druk ze het hadden. Een volle agenda voelt als een productieve dag. Maar druk zijn zegt niets over wat je bereikt hebt, alleen iets over hoeveel je gedaan hebt.

Stel je twee collega's voor. De een rent van overleg naar overleg, beantwoordt voortdurend mail en lost overal kleine brandjes op. Aan het eind van de dag is ze bekaf, maar als je vraagt wat ze concreet heeft afgerond, blijft het stil. De ander heeft rustig drie belangrijke taken afgevinkt, twee keer zijn mail gedaan en is om vijf uur naar huis. Wie was er effectief?

Voorbeeld

Marieke werkt als beleidsmedewerker. Ze begint haar dag standaard met haar mailbox, want "even kijken of er iets dringends tussen zit". Voor ze het weet is het half elf en heeft ze tien mailtjes beantwoord, drie korte vragen van collega's afgehandeld en een vergadering in haar agenda gezet. Het rapport dat ze vandaag wilde afmaken heeft ze nog niet aangeraakt. Aan het eind van de dag heeft ze het gevoel: ik heb hard gewerkt, maar niets echt belangrijks gedaan.

Zes tijdvreters die steeds terugkomen

Voor je aan technieken en methodes begint, helpt het om eerlijk naar je eigen situatie te kijken. Deze zes komen in bijna elke werkweek voorbij:

  • Reactief werken: je laat je agenda bepalen door mail, telefoontjes en binnenlopende collega's, in plaats van zelf de regie te nemen.
  • Geen nee kunnen zeggen: elke vraag die binnenkomt gaat op je lijst, zonder dat je afweegt of het er wel bij kan.
  • Geen overzicht: je weet niet precies wat er op je bordje ligt, dus reageer je op wat het hardst roept.
  • Perfectionisme: je besteedt twee uur aan een taak die in drie kwartier klaar had gekund.
  • Uitstellen: lastige klussen schuif je voor je uit, waardoor ze in je hoofd alleen maar groter worden.
  • Slecht plannen van energie: je doet routineklusjes op het moment dat je geest het scherpst is, en bewaart het denkwerk voor het einde van de middag.

Vijf typen die zichzelf in de weg zitten

Iedereen heeft een eigen patroon dat tijd kost. Door je eigen type te herkennen weet je waar de winst zit. De volgende vijf kom je in de praktijk het vaakst tegen. Het zijn geen vakjes waar je de rest van je leven in zit, het is een spiegel: vaak herken je trekjes van meerdere typen, en meestal is er één die op spannende momenten de overhand neemt.

De vijf typen tijdhanteerders naast elkaar: de workaholic, de veeldoener, de gemakzuchtige, de uitsteller en de chaoot, elk met hun valkuil en hun remedie.
Vijf profielen van tijdhantering, om jezelf in te herkennen.
  • De workaholic: werk is alles geworden. 's Avonds nog even de mail, in het weekend nog een rapport, op vakantie toch even inloggen. Je krijgt veel gedaan, maar rust, gezin en hobby's komen op het tweede plan. De lastige vraag die daarbij hoort: waar ben je eigenlijk voor op de vlucht?
  • De gehaaste veeldoener: je wilt te veel, te snel en tegelijk. Je springt van taak naar taak en raakt geïrriteerd van mensen die langzaam praten. Op korte termijn levert dat veel op, op lange termijn betaal je met spanning en een kortere lont. De oplossing is niet harder rennen maar bewust vertragen.
  • De gemakzuchtige: je neemt het wat makkelijker op en denkt vaak "het komt wel goed". Heerlijk ontspannen, maar als collega's je aanspreken op werk dat blijft liggen, is "zo erg is het toch niet" geen houdbaar antwoord. De uitdaging is die feedback serieus te nemen, ook als je het er niet mee eens bent.
  • De uitsteller: je schuift werk voor je uit, niet omdat het onbelangrijk is maar omdat het een berg lijkt. Hoe langer je wacht, hoe groter de berg in je hoofd wordt. De enige uitweg is beginnen, met de tijd die je nu hebt.
  • De chaoot: je raakt spullen, bestanden en afspraken kwijt en bent zo een half uur per dag kwijt aan zoeken. Een vaste plek voor je spullen en een werkbaar mappensysteem schelen direct tijd en ergernis.
Tip

Twijfel je of je workaholic-trekjes hebt? Stel jezelf deze vraag: als ik morgen drie weken vrij zou krijgen, zonder mail en zonder telefoon, hoe voelt dat dan? Voelt het vooral als opluchting, of vooral als onrust? Dat antwoord zegt veel.

Meten waar je tijd heen gaat

Wat je dénkt dat je met je tijd doet, verschilt vaak van hoe je hem werkelijk besteedt. Vraag iemand hoeveel tijd hij gisteren aan mail kwijt was en de schatting zit er soms uren naast. Daarom is meten de eerste stap, en dat kan eenvoudig.

Houd drie tot vijf werkdagen per half uur bij wat je doet. Geen romans, gewoon trefwoorden. Noteer er drie dingen bij: hoe lang het duurde, of het gepland was, en welk cijfer tussen 1 en 5 je op dat moment aan je energie geeft. Die tweede kolom is de leerzaamste. Veel mensen ontdekken pas zo hoeveel van hun dag bestaat uit dingen die ze nooit zelf hebben ingepland.

Voorbeeld

Maarten houdt vier dagen lang bij wat hij doet. Hij ontdekt drie dingen. Hij is gemiddeld een uur en veertig minuten per dag met mail bezig, verspreid over zo'n twintig korte momenten. Tussen twee en half vier zakt zijn energie altijd naar een 2, en juist in dat dal probeert hij vaak complexe analyses te maken. En van zijn zes geplande taken haalt hij er per dag gemiddeld twee. Voor hij dit bijhield dacht Maarten dat hij gewoon te veel werk had. Nu ziet hij dat zijn agenda niet het probleem is, maar de manier waarop hij zijn dag indeelt.

Als mensen hun eigen week zo bekijken, komen er een paar patronen steeds terug. De versnipperde dag, waarin je elke twintig minuten van onderwerp wisselt en aaneengesloten werk niet van de grond komt. De reactieve modus, waarin je vooral reageert en je eigen werk pas 's avonds aan bod komt. De energie-mismatch, waarin je zwaarste taken op je slechtste momenten vallen. Het uitstelpatroon, waarin dezelfde taak dag na dag doorschuift. En de onzichtbare tijd: de kleine onderbrekingen die bij elkaar zomaar anderhalf uur zijn.

Van zelfkennis naar zelfsturing

Zelfkennis is de eerste stap, maar zonder actie verandert er niets. De meeste mensen willen te veel ineens: stoppen met snoozen, gaan sporten, de mailbox opruimen en beginnen met mediteren, allemaal vanaf maandag. Twee weken later is alles bij het oude. Het werkt beter om één gewoonte uit te kiezen en die echt vast te zetten voordat je aan de volgende begint.

Oefening

Houd deze week drie werkdagen bij waar je tijd heen gaat, per blok van een half uur. Beantwoord daarna voor jezelf:

  • Welk van de vijf typen herken je het sterkst bij jezelf, en waaraan zie je dat?
  • Welk patroon zie je terug in je eigen dagen: versnipperd, reactief, energie-mismatch, uitstel of onzichtbare tijd?
  • Wat kost dat patroon je in tijd, energie of resultaat?
  • Welk klein experiment doe je volgende week om het te doorbreken?

Houd dat laatste antwoord klein en concreet. Niet "ik ga voortaan anders werken", maar "morgen blokkeer ik van negen tot tien uur voor mijn rapportage en zet ik mijn mail dicht".

Samenvatting

  • Tijd laat zich niet managen, jij wel. Timemanagement is in de kern zelfmanagement.
  • Druk zijn zegt niets over wat je bereikt hebt, alleen over hoeveel je gedaan hebt.
  • Zes tijdvreters komen steeds terug: reactief werken, geen nee zeggen, geen overzicht, perfectionisme, uitstellen en het verkeerd inplannen van je energie.
  • Vijf typen zitten zichzelf in de weg: de workaholic, de veeldoener, de gemakzuchtige, de uitsteller en de chaoot.
  • Meet drie tot vijf dagen wat je doet, hoe lang het duurt, of het gepland was en hoeveel energie je had. Schattingen achteraf kloppen niet.
  • Verander één gewoonte tegelijk, en maak hem klein en concreet.
Kennischeck

Waarom noemt dit hoofdstuk timemanagement in de kern zelfmanagement?

Een collega rent de hele dag van overleg naar overleg, beantwoordt continu mail en is 's avonds bekaf, maar kan niet benoemen wat ze heeft afgerond. Wat laat dit voorbeeld zien?

Je wilt weten waar je tijd feitelijk heen gaat. Wat is volgens dit hoofdstuk de beste aanpak?

Deel dit hoofdstuk: